Een (draadloos) netwerk/internet aanleggen

Deze pagina gaat over het aanleggen van een beveiligd (draadloos) netwerk. Een (thuis)netwerk laat alle aangesloten apparaten (desktop, laptop, tablet, smartphone, TV e.d.) gebruikmaken van één en dezelfde internetverbinding. Bijkomend voordeel van een netwerk is dat de apparaten zo ook met elkaar verbonden zijn, waardoor het eenvoudig is bestanden uit te wisselen of randapparatuur (printers, scanners e.d.) te delen.


Wat is er nodig voor een (draadloos) netwerk?

Modem

Het modem (ook wel ethernetmodem genoemd) is het apparaat dat de aangesloten netwerkapparatuur met internet verbindt. De voorkeur gaat uit naar het door de internetprovider geleverde modem omdat de helpdesk van de provider doorgaans alleen dit apparaat ondersteunt. Hoewel de door de provider verstrekte modem standaard is voorzien van router-functionaliteit wordt dit apparaat in dit boek steevast modem genoemd.

Router

Een router wordt gebruikt als internetverdeelstation tussen het modem en de (al dan niet draadloos) aangesloten apparaten. Hoewel elke modem reeds is uitgerust met routerfunctionaliteit, is het bij een wat uitgebreider netwerk verstandig (en veiliger) om er een geavanceerde draadloze router tussen te plaatsen. Een dergelijke router zorgt voor een snelle draadloze verbinding met voldoende snelheid, zelfs als de beschikbare draadloze bandbreedte verdeeld moet worden over meerdere apparaten. Het is overigens verstandig om apparaten waar mogelijk met een netwerkkabel aan te sluiten omdat een bedrade verbinding stabieler is en deze niet onnodig gebruik maakt van de beperkte draadloze bandbreedte.

Draadloze routers zijn in verschillende snelheden verkrijgbaar: de g-standaard (maximaal 54 Mbit/s) en n-standaard (maximaal 150 Mbit/s) zijn lang de standaard geweest. Deze functioneren beiden op de 2,4GHz -band waarbij draadloze netwerken (door interferentie van de verschillende kanalen) elkaar al snel in de weg zitten. Met de ac-standaard (433 Mbit/s) kan naast de storingsgevoelige 2.4 GHz-band ook de 5 GHz-band (met een veelvoud aan niet overlappende kanalen) worden gebruikt. Hiermee zijn nog veel hogere snelheden mogelijk, met name door de meerdere kanalen te bundelen (vandaar het grote aantal antennes). Inmiddels dient de nieuwe ax-standaard zich aan waarbij niet alleen een hogere snelheid (tot 10 Gbit/s) maar ook een hogere capaciteit beschikbaar komt zodat aangesloten apparaten elkaar niet in de weg kunnen zitten. Omdat de fabrikanten elk hun eigen vooruitstrevende methoden hebben om hogere snelheden te behalen, worden niet altijd de standaarden gevolgd (hetgeen problemen kan geven wanneer de router wordt gecombineerd met draadloze adpaters van een andere fabrikant). Daarnaast is er een groot kwaliteitsverschil tussen routers. De goedkopere varianten hebben vaak een lagere capaciteit (waardoor maar weinig draadloze apparatuur aangesloten kan worden), een slecht bereik en/of last van vreemde netwerkproblemen. Investeer dus liever in kwaliteit en vraag bij aanschaf altijd of de router mag worden teruggebracht wanneer apparten in je netwerk geen verbinding kunnen maken.

Het modem wordt hierbij met een netwerkkabel op de WAN-poort van de router aangesloten zodat elk met de router verbonden apparaat via deze poort toegang krijgt tot het internet. De meeste routers (en modems) zijn voorzien van drie of vier LAN-poorten waarop de computers met een netwerkkabel aangesloten kunnen worden.

LET OP: Wordt de draadloze functie van modem en/of router niet gebruikt? Schakel deze dan uit zodat onbevoegden er geen gebruik van kunnen maken en andere draadloze netwerken niet verstoren. Denk ook aan de draadloze functie van het modem wanneer daar een draadloze router op aangesloten is!

Switch

Het netwerk kan eventueel worden uitgebreid met een switch, een kastje dat enige gelijkenis heeft met een router maar in feite alleen een slim doorgeefluik is voor de aangesloten netwerkapparatuur. Een switch maakt het mogelijk om meerdere computers op één LAN-poort van de router aan te sluiten, zodat er meer computers aangesloten kunnen worden dan dat er netwerkaansluitingen zijn (zo zijn er bijvoorbeeld switches met 4, 8 of 16 poorten). Een switch kan ook handig zijn wanneer een groep computers op een andere locatie staat omdat er dan maar één kabel hoeft te worden getrokken van de router naar de op de switch aangesloten computers. Staat de switch in de meterkast direct achter het modem of de router dan is het verstandig om alle netwerkkabels direct op de switch aan te sluiten zodat het interne verkeer door de switch afgehandeld kan worden (zijn er niet voldoende poorten sluit de netwerkkabels van de minstgebruikte appararten dan op de router aan).

Netwerkkabels

Een netwerkkabel is een 8-aderige kabel, deze is echter in vele varianten beschikbaar. Officieel moeten voor de gangbare 1.000 Mbit (gigabit) verbindng CAT6-kabels worden gebruikt, in de praktijk voldoen de CAT5e-kabels echter ook (zeker als de afstand beperkt blijft). Moet een grotere afstand dan 50 meter worden overbrugt (of wil je klaar zijn voor de toekomst waarbij snelheden 2,5, 5 of zelfs 10 Gbit gemeengoed zullen zijn) dan doe je verstandig om direct over te stappen op CAT6- of zelfs CAT7-kabels, zeker als deze kabels vanuit de meterkast getrokken moeten worden. Voor kabels die getrokken worden (en daarna dus niet meer bewegen) kan je het beste de stugge kabels met een vaste kern nemen, voor het aansluiten van apparatuur kan je daarentegen beter gebruik maken van de flexibele kabels (waarbij de kern van elke draadje bestaat uit meerdere draadjes). Negeer de kabels waarvan de aders niet van koper (Cu) zijn, ook al zijn deze een stuk goedkoper!

Draadloze netwerkadapter

Desktopcomputers worden doorgaans met een netwerkkabel aangesloten, ze beschikken dan ook zelden over een draadloze netwerkadapter. Moet de desktopcomputer om praktische redenen toch draadloos worden aangesloten dan is een speciale USB-netwerkadapter of PCI-netwerkkaart nodig. Wordt een draadloze netwerkadapter of –kaart aangeschaft, kies dan bij voorkeur hetzelfde merk als de router, dat zorgt doorgaans voor de minste problemen.

Printers delen in het netwerk

Er zijn twee manieren om een printer op de computer aan te sluiten: direct met een (ouderwetse) parallelle of USB-kabel of indirect via het netwerk (met netwerkkabel of draadloos). Een op de computer aangesloten printer kan (via Instellingen, onderdeel Apparaten, sub Printers en scanners, selecteer de betreffende printer, knop Wachtrij openen, kies Printer in het menu, optie Delen, optie Deze printer delen) worden gedeeld zodat deze ook door andere computers in het netwerk kan worden benaderd. Nadeel is wel dat deze computer aan moet blijven staan om de printer toegankelijk te houden. Dit probleem wordt opgelost door de printer via een printerserver in het netwerk op te nemen. Printerservers zijn echter niet goedkoop. Gelukkig leveren sommige fabrikanten een aantrekkelijk geprijsde router met ingebouwde printerserver. Het is echter praktischer om direct een netwerkprinter aan te schaffen, deze zijn iets duurder in aanschaf dan een gewone printer maar eenvoudig via het netwerk aan te sluiten en te delen.

Stappenplan: een draadloos netwerk aanleggen

Stap 1: Modem en router plaatsen

Nu de juiste spullen in huis zijn, kunnen het modem en de eventuele router worden geplaatst. De plaatsingslocatie is voornamelijk afhankelijk van het type internetabonnement (glasvezel, kabel of ADSL). De beste plaats voor een kabelmodem wordt bepaald door de plek waar het kabelsignaal het pand binnenkomt, bijvoorbeeld in de meterkast of bij de TV. Het ADSL-modem moet met bijbehorende splitter op de inkomende telefoonlijn worden geplaatst (meestal in de meterkast). De spliteer en het modem kunnen ook op het telefoonstopcontact worden aangesloten dat zich het dichtst bij de werkplek bevindt, dit heeft echter een negatieve effect op de kwaliteit van het ADSL-signaal. Is er geen router geplaatst dan kan direct een netwerkkabel de afzonderlijke computers naar de LAN-poorten van het modem worden getrokken, hierbij is vaak niet te voorkomen dat een netwerkkabel door het huis moet worden getrokken. Wordt ook een (draadloze) router geplaatst dan moet de netwerkkabel van het modem op de WAN-poort van de router worden aangesloten.

TIP: Voor telefonie is het verstandig om gebruik te maken van een DECT-basisstation met bijbehorende draadloze telefoontoestellen zodat in het gehele huis gebeld kan worden. Deze kan rechtstreeks op het modem worden aangesloten (bij telefonie via internet) of anders op de splitter.

TIP BIJ PLAATSING

De draadloze verbinding kan worden gestoord door van alles en nog wat: DECT-telefoons, magnetrons, de meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Houd hier rekening mee bij het plaatsen van een draadloze router!


Stap 2: Het modem installeren

Maak bij voorkeur eerst een bekabelde internetverbinding via alleen het modem (door de router nog niet aan te sluiten, zijn eventuele problemen met de verbinding makkelijker te herleiden). Volg bij het aansluiten van het modem de aanwijzingen van de internetprovider. De netwerkadapter krijgt doorgaans automatisch een IP-adres toegewezen van het modem, er zou dus direct een verbinding met internet moeten zijn. Dit is te controleren via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status. De uitgebreide eigenschappen van de netwerkverbinding zoals het IPv4-adres, het MAC-adres en de standaardgateway zijn op te vragen via de link Netwerkeigenschappen weergeven. Voordat de router wordt aangesloten is het belangrijk om het IPv4-adres te onthouden.

Draadloss neterwerk: netwerkstatus

Stap 3: De router aansluiten

Sluit vervolgens de computer op een van de LAN-poorten van de router aan, in plaats van op het modem. Controleer direct het van de router verkregen IPv4-adres, zit deze in dezelfde range als het van het modem verkregen IPv4-adres (192.168.x.x dan wel 10.0.x.x) dan werken beide apparaten in dezelfde IP-range en zullen er uiteindelijk conlficten ontstaan (in stap 5 wordt uitgelegd hoe de IP-range van de router is aan te passen). Zitten de IPv4-adressen niet in dezelfde IP-range dan kan het modem worden aangesloten op de WAN-poort van de router, waarna er vrijwel driect toegang tot internet beschikbaar zou moeten zijn.

Stap 4: Netwerkinstellingen controleren en wijzigen

Het vertrouwde netwerkcentrum is te openen via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status, link Netwerkcentrum.

Netwerkcentrum Windows 10 

Via de link Ethernet, knop Eigenschappen kunnen de netwerkinstellingen worden gecontroleerd en zo nodig direct gewijzigd. Controleer eerst of het Internet Protocol versie 4 (TCP/ IPv4) is aangevinkt (controleer tevens via de knop Eigenschappen of het TCP/IP-protocol staat ingesteld op automatisch toewijzen, dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt steeds vaker het TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de IPv6-variant (nog) niet door de internetprovider ondersteund dan kan deze beter worden uitgeschakeld.

Eigenschappen netwerkverbinding Windows

De QoS pakketplanner zorgt ervoor dat specifiek internetverkeer (zoals bellen over internet (VoIP)) voorrang krijgt, om kwaliteitsverlies te voorkomen kan deze beter aan blijven staan. Schakel de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken bij voorkeur uit wanneer het niet nodig is bestanden en/of printers te delen met andere apparaten binnen het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat beter afgedicht kan worden als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. De uitgevinkte optie heeft overigens geen invloed op het verkrijgen van toegang tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

NETBIOS VIA TCP/IP UITSCHAKELEN

Wordt geen gebruik gemaakt van NetBIOS dan kan deze uit veiligheidsoverwegingen beter worden uitgeschakeld: selecteer het TCP/IPv4-protocol, knop Eigenschappen, knop Geavanceerd, tabblad WINS, activeer de optie NetBIOS via TCP/IP uitschakelen. Let op: het is hierna niet meer mogelijk computers in het netwerk op hun computernaam te benaderen, zoals op de pagina over het delen van bestanden wordt beschreven (het benaderen van de computers in het netwerk is nog wel mogelijk via het IP-adres).


Stap 5: De router instellen

Het IP-adres van de computer wordt gebruikt voor de identificatie in het netwerk en begint met dezelfde range getallen als het IP-adres van de router. Is DHCP ingeschakeld (zie Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status, link Netwerkeigenschappen weergeven) dan wordt het IP-adres doorgaans dynamisch verstrekt door de DHCP-functie van de router. De router heeft zelf ook een IP-adres, deze wordt vermeld bij Standaardgateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx (doorgaans 10.0.0.1, 10.0.0.138, 192.168.1.1 of 192.168.1.254). Begint het IP-adres met 169 dan is er een communicatieprobleem met de router. Vervang dan de gebruikte netwerkkabel, installeer de meest recente drivers van de netwerkkaart en/of reset de router naar de fabrieksinstellingen.

Met het door de router verkregen IPv4-adres kan de beheerpagina van de router worden geopend: geef het IPv4-adres op in de adresbalk van de browser en meld aan met het standaard wachtwoord (zie de handleiding, meestal admin). In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically/Dynamic IP-address). Ligt het IP-adres van de router in de IP-range van het modem dan zal er sprake zijn van een conflict, in dat geval moet het IP-adres van de router (en de bijbehorende range van automatisch toegewezen IP-adressen) worden gewijzigd van 192.168.xxx.xxx in 10.0.xxx.xxx (of vice versa). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de routerinstellingen te doorlopen.

VASTE IN PLAATS VAN DYNAMISCHE IP ADRESSEN

Een op het netwerk aangesloten Windows-computer kan via de TCP/IPv4-instellingen van de netwerkverbinding ook met een vast IP-adres worden ingesteld. Vaste IP-adressen hebben als voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijk te vinden zijn op basis van het IP-adres, ook na een reset van de router (bijvoorbeeld na een stroomstoring). Worden vaste en dynamische IP-adressen echter naast elkaar gebruikt dan is de kans aanwezig dat er na een reset van de router conflicten ontstaan wanneer de apparaten met de dynamische IP-adressen als eersten worden aangemeld. Houd hier dus rekening mee en maak alleen gebruik van vaste IP-adressen die buiten de range van de door de router gehanteerde DHCP-pool liggen!


WACHTWOORD MODEM EN ROUTER WIJZIGEN

Het is verstandig het toegangswachtwoord van zowel de router als het modem te wijzigen en daar een aantekening van te maken. Het is ook handig de inloggegevens van router en/of modem op een memoblaadje te schrijven en deze onderop het betreffende apparaat te plakken. Wil je inloggen op het modem of de router maar ben je het wachtwoord kwijt? Reset dan de router naar de fabrieksinstellingen (zie de handleiding of de website van de routerfabrikant).


PLOTSELING GEEN VERBINDING MEER?

Bij plotselinge verbindingsproblemen is het verstandig eerst eens te kijken of dit wordt opgelost door zowel de computer als de router opnieuw op te starten door de stroom er even af te halen. Via de Windows PowerShell (te openen via het Win-X menu), commando PING <IP-adres router> (bijvoorbeeld PING 192.168.1.1) kan worden getest of de router wel reageert wanneer dat IP-adres wordt benaderd. Het commando IPCONFIG  /all kan van pas komen bij het achterhalen van het IP-adres.


POORTEN VAN DE ROUTER OPENZETTEN

Is het voor bepaalde softwaretoepassingen noodzakelijk om poorten van het modem en de router open te zetten? De pagina over het openzetten van poorten gaat hier uitgebreid op in. Op de website www.portforward.com, worden de poortinstellingen voor de meeste routers besproken. Worden opengezette poorten niet meer gebruikt, sluit ze dan weer!


Stap 6: De draadloze verbinding instellen

Nu de netwerkverbinding via een bekabelde router goed werkt, is het tijd om de router in te stellen voor een draadloze verbinding. De draadloze functie van de meeste modems (en ook van menig router) is vooraf al ingesteld door de fabrikant, de gegevens om aan te melden staan dan op het apparaat vermeld. Stel je liever zelf een naam van het draadloze netwerk (de SSID) in, log dan via de internetbrowser in op de router (zoals hiervoor beschreven) en ga naar het onderdeel wireless/draadloos. Stel de SSID van het netwerk in op een niet zo voor de hand liggende naam en laat de rest van de beveiliging voorlopig achterwege.

TIP: Door meerdere draadloze routers in te zetten kan de reikwijdte van het draadloze netwerk worden vergroot. Stel de routers in op dezelfde SSID (met bijbehorend wachtwoord) maar stel ze in op een ander kanaal zodat ze elkaar niet in de weg zitten (bijvoorbeeld kanaal 1, 6 en 12 op de 2,4 GHz-band). Wordt het signaal te slecht dan kan het mobiele apparaat door middel van roaming vanzelf overstappen op het draadloze netwerk van een andere router.

Stap 7: Draadloze verbinding maken

Het moet nu vrij eenvoudig zijn om een onbeveiligde draadloze verbinding tot stand te brengen. De beschikbare draadloze netwerken worden getoond met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm. Selecteer hier achtereenvolgens het netwerk met de bij stap 6 opgegeven SSID (wordt om de beveiligingssleutel gevraagd dan betreft het een reeds beveiligd netwerk, zie stap 8). Gaat het om een tijdelijke verbinding, schakel dan de optie Automatisch verbinding maken uit. Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.

Draadloos netwerk selecteren    Beveiligingssleutel draadloos netwerk invoeren

AUTOMATISCH VERBINDING MAKEN UITSCHAKELEN (WINDOWS 10)

Het automatisch verbinding maken met een draadloos netwerk is uit te schakelen via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Wi-Fi, link Bekende netwerken beheren, selecteer het betreffende draadloze netwerk en activeer de knop Niet onthouden.


Stap 8: Draadloos netwerk beveiligen met WPA2-encryptie

Bij draadloze communicatie moet extra aandacht worden besteed aan de beveiliging, want via een slecht beveiligd draadloos netwerk kunnen onbevoegden (buren, voorbijgangers) toegang verkrijgen tot gedeelde mappen met persoonlijke bestanden (waaronder wachtwoorden, e-mail, chats, bezochte websites, internetfavorieten en wellicht zelfs belastinggegevens). Een ander gevaar van slecht beveiligde netwerken is dat onbevoegden het verkeer kunnen aftappen en gebruik (of beter gezegd: misbruik) van de internetverbinding kunnen maken, met alle ellende van dien. Het is dus belangrijk dat de draadloze verbinding goed wordt beveiligd!

Het opzetten van een beveiligde WPA2-verbinding is niet zo heel erg moeilijk. Zorg er eerst voor dat de draadloze router is ingesteld op WPA2 (gebruik geen WPA of WEP, deze zijn eenvoudig te kraken). Bij het type gegevenscodering (de codering die wordt gebruikt bij het versleutelen van de datapakketjes) gaat de voorkeur uit naar AES (ook TKIP is reeds gekraakt). Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een wachtwoord in de vorm van een zin. Deze beveiligingsmethode wordt gebruikt bij WPA2-Personal en wordt ook wel PSK (Pre Shared Key) genoemd.. Inmiddels blijkt dat WPA2 ook de nodige kwetsbaarheden heeft, vandaar dat de komende tijd WPA3 wordt uitgerold waarbij op elke draadloze verbinding een unieke versleuteling op basis van SAE (Simultaneous Authentication of Equals) wordt toegepast.

Na het instellen van de router kan via het draadloze verbindingsicoontje in het systeemvak (zie de voorgaande afbeelding) een draadloos netwerk worden geselecteerd waarmee verbinding moet worden gemaakt (mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond). De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA2-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet. Is reeds een beveiligde draadloze verbinding tot stand gekomen maar is ondertussen het wachtwoord in de router gewijzigd, deactiveer dan eerst bij de instellingen van het betreffende draadloze netwerk de optie die ervoor zorgt dat automatisch een draadloze netwerkverbinding tot stand wordt gebracht.

Stap 9: Enkele tips voor een goede draadloze verbinding

Eenvoudig wisselen tussen (draadloze) netwerken

Telkens wanneer een apparaat (laptop, smartphone e.d.) op een ander (mobiel) netwerk wordt aangesloten, moeten de netwerkinstellingen handmatig worden aangepast. De tool NetSetMan (download: www.netsetman.com) legt de verschillende netwerkinstellingen in aparte profielen vast zodat slechts één handeling nodig is om het gewenste netwerk te activeren (met de functie AutoSwitch kan zelfs automatisch worden geswitcht). De volgende instellingen worden vastgelegd:

NetSetMan heeft voor elk profiel een apart tabblad met instellingen. De verschillende profielen kunnen met een icoontje in het systeemvak snel worden geactiveerd (wat overigens ook vanuit het programma zelf kan met de knop Activeren).

Netsetman

Broncontrole van het netwerkverkeer

Om inzicht te krijgen in de processen die verantwoordelijk zijn voor het internetverkeer kan een overzicht worden verkregen via Taakbeheer (te openen met CTRL-SHIFT-ESC), tabblad Prestaties, link Broncontrole openen, tabblad Netwerk. Door in het venstergedeelte Netwerkactiviteiten te sorteren op de kolom Verzonden of Ontvangen is direct te zien welke processen voor het meeste internetverkeer zorgen.

TIP: Neemt een specifiek proces teveel bandbreedte in beslag (waardoor andere programma's daar last van hebben) dan kan je met een tool als NetLimiter (download: www.netlimiter.com) het verbruik van het betreffende proces inperken door een down- en/of uploadlimiet in te stellen.

Apparaten in het netwerk

Via de beheerpagina van de router (te openen met het IP-adres van de router) is een lijst met op de router aangesloten apparaten te achterhalen, elke router heeft namelijk een pagina waarop alle aangesloten apparten met hun naam en IP-adres staan vermeld. Lukt het niet om in te loggen op de router (bijvoorbeeld omdat het wachtwoord onbekend is) dan zijn de apparaten in het netwerk ook eenvoudig te achterhalen met tools als Wireless Network Watcher (download: www.nirsoft.net/utils/wireless_network_watcher.html). Deze tool scant continu de 254 overige IP-adressen binnen dezelfde IP-range als je computer en de router om te achterhalen welke apparaten daarop zijn aangesloten, inclusief hun IP-adres, netwerknaam, MAC-adres en fabrikant.

Poorten van het modem of de router openzetten

De firewalls van het modem en de router bewaken de verbinding met internet zodat niet zomaar van buitenaf toegang tot een computer kan worden verkregen. De communicatie met het internet verloopt via zogenaamde poorten, elk type communicatie gebruikt een andere poort (zo gaat het webverkeer via poort 80 en het mailverkeer via poort 25). Met het oog op de veiligheid worden ongebruikte poorten standaard door de firewall van het betreffende apparaat gesloten, nog voordat deze het betreffende verkeer de computer kan bereiken. Sommige programma’s (met name filesharing-programma’s) communiceren over een eigen poort zodat hun dataverkeer niet conflicteert met het overige verkeer.

Wees wel voorzichtig met het openzetten van poorten, het netwerk wordt daar namelijk minder veilig van. Installeer eventueel een softwarematige firewall zoals die van Comodo Internet Security op alle computers. Een dergelijke firewall opent alleen de betreffende poorten als dat noodzakelijk is, dus alleen als het bijbehorende programma is opgestart. Wordt de software niet meer gebruikt (en is het dus niet meer nodig dat de poorten openstaan), dan kunnen deze uit veiligheidsoverwegingen beter direct weer worden gesloten!

TIP: Op de pagina over het delen van bestanden met een gedeelde netwerkmap wordt uitgebreid beschreven hoe bestanden in een netwerk kunnen worden gedeeld met andere computers in het netwerk.

© 2001-2018 - - SchoonePC - Rotterdam - Privacyverklaring