Een (draadloos) netwerk/internet aanleggen

Deze pagina gaat over het aanleggen van een beveiligd (draadloos) netwerk. Een (thuis)netwerk laat alle aangesloten apparaten (desktop, laptop, tablet, smartphone, TV e.d.) gebruikmaken van één en dezelfde internetverbinding. Bijkomend voordeel van een netwerk is dat de apparaten zo ook met elkaar verbonden zijn, waardoor het eenvoudig is bestanden uit te wisselen of randapparatuur (printers, scanners e.d.) te delen.


Wat is er nodig voor een (draadloos) netwerk?

Modem

Het modem (ook wel ethernetmodem genoemd) is het apparaat dat de aangesloten netwerkapparatuur met internet verbindt. De voorkeur gaat uit naar het door de internetprovider geleverde modem omdat de helpdesk van de provider doorgaans alleen dit apparaat ondersteunt.

Router (bekabeld of draadloos)

Een router wordt gebruikt als internetverdeelstation tussen het modem en de (al dan niet draadloos) aangesloten apparaten. Vrijwel alle routers zijn uitgerust met zowel bedrade als draadloze (wifi-)functionaliteit. Draadloze aansluitingen moeten de beschikbare draadloze bandbreedte delen en kunnen elkaar ook nog eens storen. Omdat dit vaak resulteert in een trage of slechte draadloze (internet)verbinding, is het advies apparaten waar mogelijk bedraad aan te sluiten.

Draadloze routers zijn in verschillende snelheden verkrijgbaar: de 54 Mbit-variant (de g-standaard) is lang de standaard geweest, met de n-standaard zijn echter nog veel hogere snelheden mogelijk. Er is een groot kwaliteitsverschil tussen routers. De goedkopere varianten hebben vaak een lagere capaciteit (waardoor maar weinig draadloze apparatuur aangesloten kan worden), een slecht bereik en/of last van vreemde netwerkproblemen. Investeer dus liever in kwaliteit en vraag bij aanschaf altijd of de router mag worden teruggebracht wanneer deze niet aan de verwachtingen voldoet.

Het modem wordt op de WAN-poort van de router aangesloten zodat elk met de router verbonden apparaat via deze poort toegang krijgt tot het internet. De meeste routers (en modems) zijn voorzien van drie of vier fysieke poorten waarop de computers met CAT5- of CAT6-kabels (voor respectievelijk een 100 Mbit en 1 Gbit verbinding) direct aangesloten kunnen worden.

LET OP: Wordt de draadloze functie van modem en/of router niet gebruikt? Schakel deze dan uit zodat onbevoegden er geen gebruik van kunnen maken en andere draadloze netwerken niet verstoren. Denk ook aan de draadloze functie van het modem wanneer daar een draadloze router op aangesloten is!

Switch

Het netwerk kan eventueel worden uitgebreid met een switch, een kastje dat enige gelijkenis heeft met een router maar in feite alleen een slim doorgeefluik is voor de aangesloten netwerkapparatuur. Een switch maakt het mogelijk om meerdere computers op één LAN-poort van de router aan te sluiten, zodat er meer computers aangesloten kunnen worden dan dat er netwerkaansluitingen zijn. Een switch kan ook handig zijn wanneer een groep computers op een andere locatie staat omdat er dan maar één kabel hoeft te worden getrokken van de router naar de op de switch aangesloten computers.

Netwerkkabels voor aansluiting op het modem of de router

Voor een 100 Mbit modem, router of switch voldoen CAT5-kabels (geen crosskabels, deze zijn alleen geschikt om twee PC's direct aan elkaar te koppelen, zonder tussenkomst van een router). Voor een Gigabit-modem/router/switch (met een maximale verbindingssnelheid van 1.000 Mbit) kunnen beter CAT6-kabels worden gebruikt om er zeker van te zijn dat de maximaal haalbare snelheid ook daadwerkelijk wordt benut (zeker bij het overbruggen van een grote afstand!).

Draadloze netwerkadapter

Desktopcomputers worden doorgaans met een netwerkkabel aangesloten, ze beschikken dan ook zelden over een draadloze netwerkadapter. Moet de desktopcomputer om praktische redenen toch draadloos worden aangesloten dan is een speciale USB-netwerkadapter of PCI-netwerkkaart nodig. Wordt een draadloze netwerkadapter of –kaart aangeschaft, kies dan bij voorkeur hetzelfde merk als de router, dat zorgt doorgaans voor de minste problemen.

Printers delen in het netwerk

Er zijn twee manieren om een printer op de computer aan te sluiten: direct met een (ouderwetse) parallelle of USB-kabel of indirect via het netwerk (met netwerkkabel of draadloos). Een via het netwerk aangesloten printer kan (via Instellingen, onderdeel Apparaten, sub Printers en scanners, selecteer de betreffende printer, knop Wachtrij openen, kies Printer in het menu, optie Delen, optie Deze printer delen) worden gedeeld zodat deze ook door andere computers in het netwerk kan worden benaderd. Nadeel is wel dat de computer waar de printer aan gekoppeld is, aan moet blijven staan om de printer toegankelijk te houden. Dit probleem wordt opgelost door de printer via een printerserver in het netwerk op te nemen. Printerservers zijn echter niet goedkoop. Gelukkig leveren sommige fabrikanten een aantrekkelijk geprijsde router met ingebouwde printerserver. Als alternatief kan ook worden gekozen voor een netwerkprinter: deze zijn iets duurder in aanschaf dan een gewone printer maar eenvoudig via het netwerk aan te sluiten en te delen.

Stappenplan: een draadloos netwerk aanleggen

Stap 1: Modem en router plaatsen

Nu de juiste spullen in huis zijn, kunnen het modem en de router worden geplaatst. De plaatsingslocatie is voornamelijk afhankelijk van het type internetabonnement (glasvezel, kabel of ADSL). De beste plaats voor een kabelmodem wordt bepaald door de plek waar het kabelsignaal het pand binnenkomt. Het ADSL-modem wordt geplaatst in de buurt van een contactdoos van de inkomende telefoonlijn: in de meterkast of bij het telefoonstopcontact dat zich het dichtst bij de werkplek bevindt. Let op: met de laatste optie worden andere, rechtstreeks uit de meterkast getrokken telefoonstopcontacten onbruikbaar. Een DECT-basisstation met bijbehorende draadloze telefoontoestellen kan dit probleem ondervangen (deze is aan te sluiten op de splitter of, wanneer via de internetprovider wordt gebeld, op het modem). Het ADSL-signaal is overigens behoorlijk storingsgevoelig wanneer de ADSL-kabel relatief lang is. Voor optimaal resultaat wordt het ADSL-modem direct op de binnenkomende telefoonlijn aangesloten waarna de internetverbinding met een netwerkkabel wordt voortgezet.

Is er geen behoefte aan een (draadloos) netwerk dan kan direct een netwerkkabel van het modem naar de betreffende computer(s) worden getrokken. Wordt echter ook een (draadloze) router geplaatst dan moet de netwerkkabel van het modem op de WAN-poort van de router worden aangesloten. In sommige gevallen (afhankelijk van de locatie van de aansluitpunten) kan niet worden voorkomen dat een kabel door het huis moet worden getrokken. Is dit niet gewenst dan kunnen het modem én de draadloze router (zo nodig inclusief ADSL-splitter) altijd nog gezamenlijk in of nabij de meterkast worden geplaatst. Bedenk wel dat ze in geval van storingen gemakkelijk bereikbaar moeten zijn zodat de router en modem opnieuw kunnen worden opgestart.

TIP BIJ PLAATSING

De signaalontvangst van de draadloze zender kan worden gestoord door van alles en nog wat: DECT-telefoons, magnetrons, de meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Houd hier rekening mee bij het plaatsen van de router!


Stap 2: Het modem installeren

Maak bij voorkeur eerst een bekabelde internetverbinding via alleen het modem (door de router nog niet aan te sluiten, zijn eventuele problemen met de verbinding makkelijker te herleiden). Volg bij het aansluiten van het modem de aanwijzingen van de internetprovider. Vindt de door de provider verstrekte installatiesoftware het modem niet dan is de kans groot dat deze door een firewall wordt geblokkeerd. Schakel de firewall zo nodig even uit tijdens de installatie van de modemsoftware.

Stap 3: De router aansluiten

Zodra het gelukt is de internetverbinding via het modem tot stand te brengen, kan het modem worden aangesloten op de WAN-poort van de router. Sluit vervolgens de computers op de router aan (trek een netwerkkabel van de ethernetpoort van de computer naar een van de poorten van de router). De netwerkadapter krijgt doorgaans automatisch een IP-adres toegewezen van de DHCP-server van de router, er zou dus direct een verbinding met internet moeten zijn. Dit is te controleren via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status (de uitgebreide eigenschappen van de netwerkverbinding zoals het IP-adres, het MAC-adres en de standaardgateway zijn op te vragen via de link Netwerkeigenschappen weergeven).

Draadloss neterwerk: netwerkstatus

Stap 4: Netwerkinstellingen controleren en wijzigen

Het vertrouwde netwerkcentrum geopend via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status, link Netwerkcentrum.

Netwerkcentrum Windows 10 

Via de link Ethernet, knop Eigenschappen kunnen de netwerkinstellingen worden gecontroleerd en zo nodig direct gewijzigd. Controleer eerst of het Internet Protocol versie 4 (TCP/ IPv4) is aangevinkt (controleer tevens via de knop Eigenschappen of het TCP/IP-protocol staat ingesteld op automatisch toewijzen, dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt steeds vaker het TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de IPv6-variant (nog) niet door de internetprovider ondersteund dan kan deze beter worden uitgeschakeld.

Eigenschappen netwerkverbinding Windows

De QoS pakketplanner zorgt ervoor dat specifiek internetverkeer (zoals bellen over internet (VoIP)) voorrang krijgt, om kwaliteitsverlies te voorkomen kan deze beter aan blijven staan. Schakel de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken bij voorkeur uit wanneer het niet nodig is bestanden en/of printers te delen met andere apparaten binnen het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat beter afgedicht kan worden als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. De uitgevinkte optie heeft overigens geen invloed op het verkrijgen van toegang tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

NETBIOS VIA TCP/IP UITSCHAKELEN

Wordt geen gebruik gemaakt van NetBIOS dan kan deze uit veiligheidsoverwegingen beter worden uitgeschakeld: selecteer het TCP/IPv4-protocol, knop Eigenschappen, knop Geavanceerd, tabblad WINS, activeer de optie NetBIOS via TCP/IP uitschakelen. Let op: het is hierna niet meer mogelijk computers in het netwerk op hun computernaam te benaderen, zoals op de pagina over het delen van bestanden wordt beschreven (het benaderen van de computers in het netwerk is nog wel mogelijk via het IP-adres).


Stap 5: De router instellen

Het IP-adres van de computer wordt gebruikt voor de identificatie in het netwerk en begint met dezelfde range getallen als het IP-adres van de router. Is DHCP ingeschakeld (zie Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Status, link Netwerkeigenschappen weergeven) dan wordt het IP-adres doorgaans dynamisch verstrekt door de DHCP-functie van de router. De router heeft zelf ook een IP-adres, deze wordt vermeld bij Standaardgateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx (doorgaans 10.0.0.1, 10.0.0.138, 192.168.1.1 of 192.168.1.254). Begint het IP-adres met 169 dan is er een communicatieprobleem met de router. Vervang dan de gebruikte netwerkkabel, installeer de meest recente drivers van de netwerkkaart en/of reset de router naar de fabrieksinstellingen.

Nu het IP-adres bekend is, kan de beheerpagina van de router worden geopend: geef het IP-adres op in de adresbalk van de browser (bijvoorbeeld Internet Explorer) op te geven en meld aan met het standaard wachtwoord (zie de handleiding, meestal admin). In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically/Dynamic IP-address). Ligt het IP-adres van de router in de IP-range van het modem dan zal er sprake zijn van een conflict, in dat geval moet het IP-adres van de router (en de bijbehorende range van automatisch toegewezen IP-adressen) worden gewijzigd van 192.168.xxx.xxx in 10.0.xxx.xxx (of vice versa). Bij kabelinternet moet soms ook het MAC-adres van de computer worden gekloond (te achterhalen via de link Netwerkeigenschappen weergeven). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de routerinstellingen te doorlopen.

VASTE IN PLAATS VAN DYNAMISCHE IP ADRESSEN

Een op het netwerk aangesloten Windows-computer kan via de TCP/IPv4-instellingen van de netwerkverbinding ook met een vast IP-adres worden ingesteld. Vaste IP-adressen hebben als voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijk te vinden zijn op basis van het IP-adres, ook na een reset van de router (bijvoorbeeld na een stroomstoring). Worden vaste en dynamische IP-adressen echter naast elkaar gebruikt dan is de kans aanwezig dat er na een reset van de router conflicten ontstaan wanneer de apparaten met de dynamische IP-adressen als eersten worden aangemeld. Houd hier dus rekening mee!


WACHTWOORD MODEM EN ROUTER WIJZIGEN

Het is verstandig het toegangswachtwoord van zowel de router als het modem te wijzigen en daar een aantekening van te maken. Het is ook handig de inloggegevens van router en/of modem op een memoblaadje te schrijven en dit onderop het betreffende apparaat te plakken. Wil je inloggen op het modem of de router maar ben je het wachtwoord kwijt? Reset dan de router naar de fabrieksinstellingen (zie de handleiding of de website van de routerfabrikant).


PLOTSELING GEEN VERBINDING MEER?

Bij plotselinge verbindingsproblemen is het verstandig eerst eens te kijken of dit wordt opgelost door zowel de computer als de router opnieuw op te starten door de stroom er even af te halen. Via de Windows PowerShell (te openen via het Win-X menu), commando PING <IP-adres router> (bijvoorbeeld PING 192.168.1.1) kan worden getest of de router wel reageert wanneer dat IP-adres wordt benaderd. Het commando IPCONFIG  /all kan van pas komen bij het achterhalen van het IP-adres.


POORTEN VAN DE ROUTER OPENZETTEN

Is het voor bepaalde softwaretoepassingen noodzakelijk om poorten van het modem en de router open te zetten? De pagina over het openzetten van poorten gaat hier uitgebreid op in. Op de website www.portforward.com, worden de poortinstellingen voor de meeste routers besproken. Worden opengezette poorten niet meer gebruikt, sluit ze dan weer!


Stap 6: De draadloze verbinding instellen

Nu de netwerkverbinding via een bekabelde router goed werkt, is het tijd om de router in te stellen voor een draadloze verbinding. Log via de internetbrowser in op de router (zoals hiervoor beschreven) en ga naar het onderdeel wireless/draadloos. Eerst moet het draadloze netwerk een naam (SSID) worden gegeven. Stel de SSID van het netwerk in op een niet zo voor de hand liggende naam en laat de rest van de beveiliging voorlopig achterwege.

TIP: Het is verstandig het uitzenden van de SSID uit te schakelen zodat ongenode gasten het draadloze netwerk een stukje lastiger kunnen vinden: activeer in de router de optie hide SSID (of iets vergelijkbaars). Doe dit pas wanneer de verbinding naar wens functioneert, de SSID is namelijk wel handig bij het voor de eerste keer tot stand brengen van de draadloze verbinding!

TAG  _NOMAP TOEVOEGEN AAN DE SSID

Is het ongewenst dat het draadloze netwerk door Google Street View wordt geïndexeerd voor locatiebepalingen van mobiele apparaten, voeg dan _NOMAP toe aan de SSID van het draadloze netwerk (MIJNNETWERK wordt dan MIJNNETWERK_NOMAP).


Stap 7: Draadloze verbinding maken

Het moet nu vrij eenvoudig zijn om een onbeveiligde draadloze verbinding tot stand te brengen. Dubbelklik op het draadloze verbindingsicoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm (bij Windows 8 tevens in de charm Instellingen) om de beschikbare draadloze netwerken te tonen. Selecteer hier het netwerk met de bij stap 6 opgegeven SSID (wordt om de netwerkbeveiligingssleutel gevraagd dan betreft het een reeds beveiligd netwerk, zie stap 8). Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.

Een draadloos netwerk selecteren

Windows 7

Bij Windows 10/8.1 worden de beschikbare draadloze netwerken getoond met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm. Selecteer hier achtereenvolgens het netwerk met de bij stap 5 opgegeven SSID (wordt om de beveiligingssleutel gevraagd dan betreft het een reeds beveiligd netwerk, zie stap 8). Gaat het om een tijdelijke verbinding, schakel dan de optie Automatisch verbinding maken uit.

Draadloos netwerk selecteren    Beveiligingssleutel draadloos netwerk invoeren

AUTOMATISCH VERBINDING MAKEN UITSCHAKELEN (WINDOWS 10)

Het automatisch verbinding maken met een draadloos netwerk is uit te schakelen via Instellingen, onderdeel Netwerk en internet, sub Wi-Fi, link Bekende netwerken beheren, selecteer het betreffende draadloze netwerk en activeer de knop Niet onthouden.


AUTOMATISCH VERBINDING MAKEN UITSCHAKELEN (WINDOWS 8.1)

De automatische verbinding met het op dat moment actieve draadloze netwerk kan worden opgeheven via het configuratiescherm, onderdeel Netwerkcentrum, klik op de link Wi-Fi bij het icoontje voor de draadloze verbinding, knop Eigenschappen van draadloos netwerk en deactiveer de optie Automatisch verbinding maken wanneer dit netwerk binnen bereik is.

Draadloze verbinding uit het geheugen verwijderen

Moet een draadloos netwerk weer uit het geheugen worden verwijderd maar is deze niet meer binnen bereik (en wordt deze dus niet meer getoond in de charm Instellingen bij de draadloze netwerken)? De instellingen voor het betreffende netwerk kunnen dan altijd nog worden benaderd met het commando netsh wlan delete profile name="SSID" in de opdrachtprompt (toegankelijk via het Win-X startmenu). Vervang SSID door de naam van het betreffende draadloze netwerk, eventueel te achterhalen met het commando netsh wlan show profiles. De ingestelde draadloze netwerken zijn tevens met de registereditor te verwijderen vanuit de registersleutel HKCU\Software\ Microsoft\Windows\ CurrentVersion\ Network\DataUsage\Wlan\. Als alternatief is het draadloze netwerk ook met behulp van de Windows Verkenner te verwijderen uit de verborgen systeemmap C:\ProgramData\Microsoft\ Wlansvc\Profiles.


Stap 8: Draadloos netwerk beveiligen met WPA2-encryptie

Bij draadloze communicatie moet extra aandacht worden besteed aan de beveiliging, want via een slecht beveiligd draadloos netwerk kunnen onbevoegden (buren, voorbijgangers) toegang verkrijgen tot gedeelde mappen met persoonlijke bestanden (waaronder wachtwoorden, e-mail, chats, bezochte websites, internetfavorieten en wellicht zelfs belastinggegevens). Een ander gevaar van slecht beveiligde netwerken is dat onbevoegden het verkeer kunnen aftappen en gebruik (of beter gezegd: misbruik) van de internetverbinding kunnen maken, met alle ellende van dien. Het is dus belangrijk dat de draadloze verbinding goed wordt beveiligd!

Het opzetten van een beveiligde WPA2-verbinding is niet zo heel erg moeilijk. Zorg er eerst voor dat de draadloze router is ingesteld op WPA2 (gebruik geen WPA of WEP, deze zijn eenvoudig te kraken). Bij het type gegevenscodering (de codering die wordt gebruikt bij het versleutelen van de datapakketjes) gaat de voorkeur uit naar AES (ook TKIP is reeds gekraakt). Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een Pre Shared Key (PSK), dit is een wachtwoord in de vorm van een zin. Na het instellen van de router kan via het draadloze verbindingsicoontje in het systeemvak (zie de voorgaande afbeelding) een draadloos netwerk worden geselecteerd waarmee verbinding moet worden gemaakt (mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond). De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA2-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet. Is reeds een beveiligde draadloze verbinding tot stand gekomen maar is het wachtwoord in de router ondertussen gewijzigd, deactiveer dan eerst bij de instellingen van het betreffende draadloze netwerk de optie die ervoor zorgt dat automatisch een draadloze netwerkverbinding tot stand wordt gebracht.

Stap 9: Enkele tips voor een goede draadloze verbinding

TIP: Is het niet mogelijk om een goed werkende draadloze verbinding tot stand te brengen of is het trekken van kabels vanuit de meterkast geen optie, overweeg dan het gebruik van powerline-adapters (bijvoorbeeld van Devolo) die het netwerksignaal over het elektriciteitsnetwerk laten lopen.

Eenvoudig wisselen tussen (draadloze) netwerken

Telkens wanneer een apparaat (laptop, smartphone e.d.) op een ander (mobiel) netwerk wordt aangesloten, moeten de netwerkinstellingen handmatig worden aangepast. De tool NetSetMan (download: www.netsetman.com) legt de verschillende netwerkinstellingen in aparte profielen vast zodat slechts één handeling nodig is om het gewenste netwerk te activeren (met de functie AutoSwitch kan zelfs automatisch worden geswitcht). De volgende instellingen worden vastgelegd:

NetSetMan heeft voor elk profiel een apart tabblad met instellingen. De verschillende profielen kunnen met een icoontje in het systeemvak snel worden geactiveerd (wat overigens ook vanuit het programma zelf kan met de knop Activeren).

Netsetman

Maak gebruik van firewall-software

Veiligheid voor alles, met name wanneer het netwerk is uitgebreid met draadloze functionaliteit! Het is daarom verstandig elke PC in het netwerk te voorzien van een eigen firewall. Worden bestanden via het netwerk gedeeld dan zal de firewall op de betreffende PC wel iets soepeler moeten worden afgesteld zodat andere gebruikers binnen het netwerk ook toegang kunnen krijgen tot de gedeelde bestanden.

TIP: Op de pagina over het delen van bestanden met een gedeelde netwerkmap wordt uitgebreid beschreven hoe bestanden in een netwerk kunnen worden gedeeld met andere computers in het netwerk.

© 2001-2018 - - SchoonePC - Rotterdam - Privacyverklaring