Persoonlijke mappen en bestanden naar een datapartitie verplaatsen

Bij het aanmaken van een nieuw gebruikersaccount worden de mappen met persoonlijke bestanden (documenten, afbeeldingen, muziek, video’s, e-mailarchief, contactpersonen e.d.) standaard in de map C:\Gebruikers\<inlognaam> opgeslagen, verstopt tussen de systeembestanden van Windows. Dit is onoverzichtelijk en niet altijd even praktisch in gebruik: zo wordt het lastig om een (al dan niet geautomatiseerde) back-up van de persoonlijke bestanden te maken. Daarnaast loop je het risico dat persoonlijke bestanden worden overschreven wanneer je genoodzaakt bent om Windows opnieuw te installeren of een image van de Windows-partitie terug te zetten. Het is daarom verstandig om deze mappen naar een aparte datapartitie te verplaatsen, bij voorkeur direct na het aanmaken van het gebruikersaccount.

Is OneDrive te vertrouwen als back-up?

Misschien denk je dat die aparte datapartitie niet nodig is wanneer je gebruik maakt van de zogenaamde online back-upmogelijkheid van OneDrive (waarbij persoonlijke mappen zoals Documenten, Afbeeldingen, Bureaublad e.d. naar de map OneDrive zijn verplaatst), je persoonlijke bestanden zijn dan immers altijd via de online opslag van OneDrive beschikbaar. OneDrive is echter niet te vertrouwen als back-up! De bestanden die langere tijd (volgens de standaard instellingen dertig dagen) niet gebruikt zijn, worden namelijk automatisch en zonder melding uit de lokale opslag van OneDrive verwijderd. Ze zijn dan alleen nog ‘op aanvraag’ vanuit de online opslag van OneDrive te downloaden, van een back-up is dan dus geen sprake meer. Raak je vervolgens de inloggegevens van je Microsoft-account kwijt of heeft Microsoft deze om een of andere reden geblokkeerd dan heb je een groot probleem! Wees dus terughoudend met het gebruik van OneDrive als back-upfunctie, en zorg dat je persoonlijke bestanden op tenminste één pc ook lokaal opgeslagen blijven.


ALGEMENE TIPS

  • Verplaats de mappen met persoonlijke bestanden zo snel mogelijk na het (her)installeren van Windows, liefst nog voordat extra software wordt geïnstalleerd.
  • Sommige van de hier besproken systeembestanden zijn niet zichtbaar omdat ze volgens de standaard instellingen van de Windows Verkenner verborgen worden. De bestanden kunnen zichtbaar worden gemaakt via de knop Weergeven, optie Weergeven, vink de optie Verborgen items aan (bij Windows 10 via tabblad Beeld (op het lint), activeer de optie Verborgen items).
  • Het is alleen mogelijk de persoonlijke mappen van het aangemelde gebruikersaccount te verplaatsen. De procedures moeten dus per account afzonderlijk worden uitgevoerd!

Een datapartitie aanmaken

Voorafgaande aan het verplaatsen van de persoonlijke bestanden moet eerst de doellocatie in orde worden gemaakt. Vaak maakt Windows gebruik van maar één partitie, en moet er dus eerst een extra partitie worden aangemaakt. Moet Windows opnieuw geïnstalleerd worden dan kan dit voorafgaande aan de herinstallatie (met behulp van partitioneringssoftware) óf, nog makkelijker, tijdens de setup van Windows. Is het niet gewenst om Windows opnieuw te installeren, verklein dan de Windows-partitie mét behoud van gegevens, maak vervolgens een nieuwe partitie aan en voorzie deze van een schijfletter (dit boek gaat uit van de schijfletter D:). Tot slot kan voor elk gebruikersaccount een eigen persoonlijke map worden aangemaakt, voorzien van een duidelijke naam (bijvoorbeeld D:\Menno).

TIP: Omdat op voorhand niet bekend is hoeveel schijfruimte een gebruikersaccount in de toekomst nodig heeft, is het niet zinvol om voor elk gebruikersaccount een aparte datapartitie aan te maken, zeker als de schijfruimte beperkt is. De voorkeur gaat daarom uit naar één grote datapartitiemet daarop voor elk account een persoonlijke map.

Persoonlijke mappen en bestanden verplaatsen

In Windows is vastgelegd welke locatie moet worden gebruikt voor het opslaan van persoonlijke gegevens, standaard is dat de persoonlijke map C:\Gebruikers\<inlognaam>. Deze map bevat verschillende submappen, waarvan Afbeeldingen, Bureaublad, Documenten, Downloads, Muziek, OneDrive en Video’s in aanmerking komen om naar de datapartitie te verplaatsen (laat de overige mappen staan). Er zijn twee manieren om deze mappen (inclusief de daarin opgeslagen bestanden) te verplaatsen: via de officiële methode (via de Eigenschappen van de betreffende map, tabblad Locatie), of met de ‘knippen en plakken’-methode. Laatstgenoemde methode verdient de voorkeur omdat deze eenvoudig is en minder problemen geeft. Maar voordat je daartoe kan overgaan, moet je eerst onderzoeken of deze mappen in OneDrive zijn opgeslagen.

LET OP: Voordat de persoonlijke map OneDrive kan worden verplaatst, moet de koppeling met het Microsoft-account eerst tijdelijk worden beëindigd (klik met rechts op het OneDrive-icoontje in het systeemvak, optie Instellingen, onderdeel Account, link Deze pc ontkoppelen). Nadat de map OneDrive (inclusief alle daarin opgeslagen mappen en bestanden) door middel van knippen en plakken is verplaatst, kan de koppeling weer worden hersteld (door opnieuw met je Microsoft-account bij OneDrive aan te melden en daarbij te verwijzen naar de nieuwe locatie van de map OneDrive). Wil je ook nog de persoonlijke mappen Documenten, Afbeeldingen e.d. uit deze map halen, lees dan verder op de pagina over OneDrive.

De officiële verplaatsingsmethode

Om duidelijk te maken hoe de officiële verplaatsingsmethode in zijn werk gaat, wordt als voorbeeld de map Documenten beschreven (het verplaatsen van de overige persoonlijke mappen, zoals Afbeeldingen, Bureaublad, Downloads, Muziek, OneDrive en Video’s verloopt op vergelijkbare wijze). Bij deze methode worden alleen de bestanden in de map Documenten naar de nieuwe locatie verplaatst, de map zelf blijft dus achter. Voordat de bestanden overgezet kan worden,  moet eerst vanuit de Windows Verkenner een submap worden aangemaakt in de gebruikersmap op de datapartitie (in dit voorbeeld D:\Menno\Documenten). Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de originele map (C:\Gebruikers\<inlognaam>\Documenten), kies Eigenschappen, tabblad Locatie, knop Verplaatsen, navigeer naar de zojuist aangemaakte map en klik op de knop Map selecteren. Klik tot slot op de knop Toepassen gevolgd door de knop Ja om de complete map Documenten (inclusief bestanden) automatisch naar de nieuwe locatie te verplaatsen.

LET OP: Op sommige door de fabrikant voorgeïnstalleerde pc’s ontbreekt het tabblad Locatie. In dat geval kunnen de mappen alleen met de hierna beschreven ‘knippen en plakken’-methode worden verplaatst.

Locatie Documenten wijzigen

LET OP: Selecteer voor de doellocatie altijd een map, en nooit een partitie! Is toch per ongeluk een partitie geselecteerd (in plaats van een map) dan is dat te herstellen via de knop Standaardinstellingen herstellen (de map wordt dan teruggezet naar C:\Gebruikers\<inlognaam>). Wil je dergelijke problemen voorkomen, pas dan de 'knippen en plakken'-methode toe.

De minder foutgevoelige verplaatsingsmethode: knippen en plakken

De officiële methode is tijdrovend en gaat gepaard met enkele risico’s. Gelukkig is er een eenvoudig alternatief, de persoonlijke mappen zijn namelijk ook eenvoudig te verplaatsen door ze vanuit de Windows Verkenner te knippen (Ctrl-X) en op de gewenste locatie te plakken (Ctrl-V). Hierbij kunnen de mappen (die normaal via het tabblad Locatie zijn te verplaatsen) nu in één handeling worden verplaatst. Dat is wel zo praktisch en minder foutgevoelig.

SUBMAPPEN VAN EEN PICTOGRAM VOORZIEN

Nieuwe submappen kunnen desgewenst van een herkenbaar pictogram worden voorzien. Klik met rechts op de map, kies Eigenschappen, tabblad Aanpassen, knop Ander pictogram en selecteer het gewenste pictogram. Bijna elk uitvoerbaar bestand bevat pictogrammen. Blader eventueel naar het bestand van het bijbehorende programma in de map C:\Program Files (x86) of C:\Program Files wanneer je geen geschikt pictogram kan vinden (in bovenstaande afbeeldingen is dat voor de submap Outlook-bestanden gedaan).


PROBLEMEN BIJ HET OPSLAAN VAN GEGEVENS

Nadat persoonlijke mappen van het ene naar het andere gebruikersaccount zijn verplaatst (of bestanden van de ene naar de andere computer zijn overgezet) kan het voorkomen dat het gebruikersaccount geen beheerrechten voor de overgenomen mappen heeft. Hierdoor ontstaan problemen bij het opslaan van gegevens, zoals het niet bewaren van wijzigingen of het tonen van een foutmelding (bijvoorbeeld wanneer een website aan de favorieten wordt toegevoegd of wanneer een afspraak in de agenda wordt geplaatst). Dit probleem wordt verholpen door het gebruikersaccount volledige beheerrechten te geven: klik met rechts op de betreffende map (bijvoorbeeld D:\<inlognaam>\Feeds), optie Eigenschappen, tabblad Beveiliging, knop Bewerken, knop Toevoegen. Voer hier de naam van het gebruikersaccount in (bijvoorbeeld Menno) en klik op de knop Namen controleren. Is de ingevoerde naam als geregistreerd gebruikersaccount herkend, klik dan op de knop OK om de machtigingen voor dit account in te stellen. Tot slot moet voor deze gebruiker bij Toestaan nog de optie Volledig beheer worden geactiveerd, gevolgd door de knop Toepassen. De beheerrechten kunnen overigens ook worden verkregen met een take ownership.


MAP OPENBAAR VERPLAATSEN (ALLEEN LOKAAL ACCOUNT)

Een map Openbaar (C:\Gebruikers\Openbaar) deelt bestanden tussen lokale gebruikersaccounts (is het gebruikersaccount gekoppeld aan een Microsoft-account dan neemt OneDrive deze functie over). Houd er rekening mee dat het verplaatsen van de map Openbaar voor problemen kan zorgen! Het advies is daarom deze map alleen te verplaatsen als dat echt nodig is. Wil je de openbare map (inclusief onderliggende submappen) toch verplaatsen, dan gaat dat als volgt: maak vanuit de Windows Verkenner een nieuwe map aan op de nieuwe locatie (bijvoorbeeld D:\Openbaar) en verplaats de submappen (middels knippen en plakken) hiernaartoe. Tot slot moet nog een registeraanpassing worden gemaakt om de verwijzing naar de map Openbaar te wijzigen naar de zojuist aangemaakte map: open de registereditor en wijzig in de registersleutel HKLM\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\ProfileList de registerwaarde Public zodat deze naar de nieuwe opslaglocatie verwijst:


Persoonlijke mappen en bestanden van programma’s verplaatsen

Veel programma’s maken een eigen map aan voor het opslaan van programmagerelateerde persoonlijke gegevens. Gebeurt dat als submap in de map Documenten dan kunnen de bestanden op de gangbare wijze worden verplaatst. Sommige programma’s slaan de persoonlijke gegevens echter elders op (bijvoorbeeld in een submap van C:\Gebruikers\<inlognaam>), deze mappen moeten vaak op een alternatieve manier worden verplaatst. Sommige programma’s hebben zelf een optie voor het verplaatsen van de map, en soms moet de map met een symbolische link worden verplaatst.

Met een symbolische link de standaard opslaglocatie wijzigen

Het wijzigen van de standaard opslaglocatie van bestanden kan doorgaans vanuit het programma zelf, of met een zoekactie in het register. Is de ingestelde opslaglocatie niet te wijzigen, open dan de Terminal (Beheerder) / PowerShell (Admin) en maak met het commando MKLINK een symbolische link aan zodat vanaf de oude locatie wordt verwezen naar de nieuwe locatie. Voor een bestand wordt de symbolische link aangemaakt met het commando CMD /c MKLINK <originele bestandslocatie>” “<nieuwe bestandslocatie> en voor een map CMD /c MKLINK /d <originele map>” “<nieuwe map>. Zie elders op deze website voor een voorbeeld van een zelf aan te maken symbolische link voor het 'verplaatsen' van een map.

De standaard opslaglocatie van Outlook wijzigen

De database van het klassieke e-mailprogramma Microsoft Outlook bevat e-mail, agenda-items, contacten en notities. Deze gegevens worden opgeslagen in één of meerdere .PST-bestanden. Bij nieuw aan Outlook toegevoegde e-mailaccounts wordt het e-mailadres in de naam van het PST-bestand verwerkt, bijvoorbeeld info@schoonepc.nl.PST. De .PST-bestanden worden standaard opgeslagen in de map C:\Gebruikers\<inlognaam>\ Documenten\Outlook-bestanden (is het automatisch archiveren actief dan bevat deze map tevens het bestand ARCHIVE.PST). De PST-bestanden in deze map moeten stuk voor stuk naar de persoonlijke map op de datapartitie worden verplaatst (bijvoorbeeld naar de map D:\<inlognaam>\Outlook). Dat kan het eenvoudigst vanuit de Windows Verkenner met knippen (Ctrl-X) en plakken (Ctrl-V) nadat Outlook is afgesloten (herstart Windows bij voorkeur eerst even om er zeker van te zijn dat Outlook ook niet meer als achtergrondproces actief is). Nu het bestand van de oorspronkelijke locatie is verwijderd, zal Outlook bij het opstarten een foutmelding tonen. Navigeer naar het PST-bestand op de nieuwe locatie (accepteer daarbij de foutmeldingen) en herstart Outlook. Herhaal deze procedure voor elk PST-bestand totdat ze allemaal zijn verplaatst. Blijft Outlook na het verplaatsen van de PST-bestanden nog steeds foutmeldingen vertonen, ga dan naar tabblad Bestand, knop Accountinstellingen, optie Accountinstellingen, tabblad E-mail en verwijs bij elk e-mailadres dat met het POP-protocol wordt beheerd, naar de juiste Postvak IN (knop Map wijzigen).

Vraagt Outlook niet naar de nieuwe locatie dan kan alleen nog toegang tot het archief worden verkregen door het PST-bestand terug te zetten naar de oorspronkelijke opslaglocatie. Maar dan ben je weer terug bij af...Heb je te maken met dit probleem dan is er ook een alternatief stappenplan voor het verplaatsen van het PST-bestand:

  1. Kopieer het PST-bestand naar de gewenste locatie (kopiëren-plakken dus, in plaats van knippen-plakken!)
  2. Open het gekopieerde PST-bestand in Outlook via Bestand, optie Openen, optie Outlook-gegevensbestand openen. De inhoud van het gekopieerde PST-bestand wordt daarmee aan het navigatievenster toegevoegd, onder het reeds aanwezige archief (door erop te dubbelklikken klapt het archief open en worden de submappen zichtbaar).
  3. Open het venster Accountinstellingen via Bestand, knop Accountinstellingen, optie Profielen beheren, knop Ja, knop Gegevensbestanden. Selecteer hier het gekopieerde archiefbestand en stel deze als standaard in (via de knop Als standaard instellen): het bolletje verspringt nu van het oorspronkelijke naar het gekopieerde PST-archiefbestand.
  4. Onderin het venster van tabblad E-mail (van venster Accountinstellingen) is te achterhalen welke archiefbestanden de aanwezige accounts gebruiken voor het opslaan van de binnenkomende en uitgaande e-mailberichten. Deze opslaglocatie moet voor elk POP/SMTP-account afzonderlijk worden gewijzigd: selecteer het account, knop Map wijzigen, selecteer het nieuwe PST-archiefbestand en bevestig met de knop OK.
  5. Open wederom tabblad Gegevensbestanden, selecteer het oorspronkelijke PST-archiefbestand en verwijder deze uit het overzicht (knop Verwijderen).
  6. Herstart Outlook en controleer of alles naar wens functioneert. Zijn er geen problemen dan kan het oorspronkelijke PST-archiefbestand uit de map OneDrive worden verwijderd.

FOUTMELDING 0x8004010F OUTLOOK GEGEVENSBESTAND

Wordt na het verplaatsen van de Outlook-database de foutmelding 0x8004010F getoond (met de mededeling Het Outlook-gegevensbestand kan niet worden geopend) dan is de koppeling met het verplaatste PST-bestand niet goed verlopen. Via het configuratiescherm, onderdeel Mail (Microsoft Outlook), knop E-mailaccounts, tabblad Gegevensbestanden is te achterhalen aan welk PST-bestand een e-mailaccount is gekoppeld, mogelijk wordt er geen PST-bestand vermeld. Via tabblad E-mail is voor het betreffende e-mailaccount met de knop Map wijzigen het correcte Outlook-gegevensbestand te selecteren. Wordt het probleem hiermee niet opgelost, maak dan het e-mailaccount opnieuw aan (knop Nieuw, optie Handmatige instelling of extra servertypen, optie POP of IMAP, vul de accountgegevens in, activeer de optie Bestaand Outlook-gegevensbestand) en blader naar het juiste PST-bestand om deze aan het zojuist aangemaakte e-mailaccount te koppelen. Nadat dit gebruikersaccount als standaard is ingesteld, kan het probleemveroorzakende account worden verwijderd.


Aanvullingen MS Office woordenboek

De opslaglocatie van het woordenboekbestand van Microsoft Office (met daarin de persoonlijk aangebrachte spellingscorrecties) kan worden gewijzigd door het bestand CUSTOM.DIC (C:\Gebruikers\<inlognaam>\ AppData\Roaming\Microsoft\Proof of UProof) te verplaatsen naar een apart daarvoor aangemaakte map op de datapartitie (bijvoorbeeld D:\<inlognaam>\Woordenboek). Vervolgens moeten de Office-programma’s hiervan op de hoogte worden gebracht via tabblad Bestand, onderdeel Opties, onderdeel Controle. Vervolg met de knop Aangepaste woordenlijsten, knop Toevoegen, navigeer naar het bestand CUSTOM.DIC op de nieuwe locatie en bevestig met de knop Openen.

Gegevens afschermen voor andere gebruikers

Moeten de persoonlijke bestanden worden afgeschermd voor andere gebruikersaccounts zodat alleen het ingelogde account lees- en schrijfrechten heeft? Wijzig dan de machtigingen voor de map D:\<inlognaam> zodat alleen het aangemelde gebruikersaccount lees- en schrijfrechten heeft. Dit gaat als volgt: klik met rechts op de map, optie Eigenschappen, tabblad Beveiliging, knop Geavanceerd, knop Overname uitschakelen. Het volgende venster wordt nu getoond:

Overneembare machtigingen van het bovenliggende object opnemen

Klik op de optie Verwijderen alle overgenomen machtigingen van dit object zodat de reeds ingestelde machtigingen worden verwijderd. Voeg vervolgens het betreffende account toe met de knop Toevoegen: voer via de link Een principal selecteren de naam van het account in (bijvoorbeeld Menno) en klik op de knop Namen controleren. Zodra de ingevoerde naam als geregistreerd gebruikersaccount is herkend, kunnen de machtigingen voor dit account worden ingesteld: klik op de knop OK, activeer de status van de machtiging Volledig beheer (waardoor alle andere typen machtigingen ook worden geactiveerd) en bevestig de wijziging met tweemaal OK. Soms kan het handig zijn om ook het administratoraccount van de beheerder toegang tot de persoonlijke map te geven, bijvoorbeeld voor het maken van geautomatiseerde back-ups van de persoonlijke bestanden!

Machtigingen van een map wijzigen

LET OP: Administratoraccounts kunnen zich voor elk account lees- en schrijfrechten toe-eigenen, ook als daar volgens de ingestelde machtigingen geen rechten toe zijn (zie de informatie over take ownership) Is dat niet wenselijk, zorg er dan voor dat alleen de beheerder over een administratoraccount beschikt door het accounttype van de overige administratoraccounts in een standaard account te wijzigen (via Instellingen, onderdeel Accounts, sub Andere gebruikers, selecteer het account, knop Accounttype wijzigen)!

© 2001-2026 - - SchoonePC - Rotterdam - Privacyverklaring