Op de meeste nieuwe computers is Windows al voorgeïnstalleerd zodat u er direct mee aan de slag kunt. De computer is dan nog vrij van problemen, maar raakt gedurende het gebruik langzaam maar zeker vervuild waardoor deze traag wordt, fouten gaat vertonen of zelfs vastloopt. Is er met goed fatsoen niet meer met de computer te werken, dan wordt het tijd Windows opnieuw te installeren. Hoewel een herinstallatie door menigeen als een vervelende, tijdrovende klus wordt gezien, valt het in de praktijk best mee. Voorwaarde is wel dat er gestructureerd te werk wordt gegaan, het overzichtelijke 10-stappenplan kan daar goed bij van pas komen!
Voorafgaande aan een herinstallatie
Voordat
aan de herinstallatie wordt begonnen, is het raadzaam
een aantal voorzorgsmaatregelen te
treffen. Staan er bijvoorbeeld nog persoonlijke gegevens op de harde schijf
(zoals persoonlijke documenten, foto's,
video's, e-mail, contactpersonen,
inloggegevens van het e-mailaccount en bezochte websites, reeds geïnstalleerde hardware drivers, etc.), dan is het
verstandig deze eerst veilig te stellen. Om problemen met
te installeren
hardware drivers te voorkomen, is het
raadzaam om vóór aanvang van de herinstallatie alle
randapparatuur (zoals printer, kaartlezer, externe harde schijf, etc.) los te koppelen (deze
kunnen beter pas na afronding van de
Windows-installatie worden aangesloten zodat
eventuele installatieproblemen eenvoudiger
te
traceren zijn).
Desgewenst kan de harde schijf
worden
gepartitioneerd
(noodzakelijk is dat echter niet omdat
de partitie-indeling van de harde schijf ook tijdens de setup kan worden
aangepast).
Normale installatie-DVD of recovery-systeem
Er zijn
twee manieren om een herinstallatie uit te voeren:
met een Windows installatie-DVD of met een recovery-systeem. De Windows installatie-DVD levert de schoonste installatie op
maar heeft als nadeel dat de hardware drivers en software door de gebruiker zelf
moeten worden geïnstalleerd. Een recovery-systeem
neemt veel werk
uit handen (zo worden alle benodigde hardware drivers en software
automatisch meegeïnstalleerd),
de gebruiker heeft echter
nauwelijks tot geen invloed op instellingen, drivers en software die tijdens de herinstallatie worden
aangebracht...
In de winkel worden computers óf met een normale installatie-DVD óf met een recovery-systeem aangeboden. Is een computer eenmaal voorzien van een
recovery-systeem dan kan doorgaans geen gebruik
meer worden gemaakt van een normale
Windows installatie-DVD.
Installatie-DVD van een andere computer gebruiken
Bent u
niet meer in het bezit van de Windows Vista installatie-DVD, dan kan altijd
nog een DVD van een andere computer worden gebruikt (ter voorkoming
van activeringsproblemen moet wel de bij úw computer behorende productcode
worden gebruikt, deze wordt vermeld op de
licentiesticker
die meestal op de achter-, zij of bovenkant van de computer
is terug te vinden).De DVD's van de verschillende Windows Vista-versies kunnen
overigens door elkaar heen worden gebruikt, de productcode bepaalt namelijk de
te installeren versie.
TIP: Is het de bedoeling een multiboot systeem te maken, dan is het verstandig eerst de partities van reeds geïnstalleerde Windows-installaties te verbergen voordat de setup van Windows Vista wordt uitgevoerd. Lees zonodig eerst de informatie over het aanleggen van een multiboot systeem!
Nagenoeg alle merkcomputers zijn voorzien van een recovery-systeem. De voor de recovery benodigde bestanden zijn meestal op een daarvoor gereserveerde partitie opgeslagen (deze partitie is veelal verborgen maar kan in Windows Schijfbeheer worden teruggevonden). Een recovery-procedure kan tijdens het opstarten van de computer en/of vanuit het startmenu van Windows zelf worden geactiveerd. Is de recovery-partitie niet (meer) aanwezig dan kan het besturingssysteem ook met behulp van de (in de meeste gevallen zelf aangemaakte) recovery-DVD's nog worden hersteld (zijn deze niet voor handen, dan kunnen ze vaak nog bij de fabrikant worden opgevraagd). Omdat elk recovery-systeem weer anders werkt, is er geen eenduidige handleiding te schrijven. Heeft u vragen over het op uw computer geïnstalleerde recovery-systeem, raadpleeg dan de meegeleverde handleiding of neem contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant.
Windows Vista is als 32- en als 64-bits versie beschikbaar (via het configuratiescherm, onderdeel Systeem kan worden achterhaald welke versie is geïnstalleerd). De 64-bits versie kan op elke computer worden geïnstalleerd, mits deze van een 64-bits processor is voorzien. Hoewel de 64-bits een aantal voordelen heeft (zo is deze meestal sneller en kan het overweg met meer dan 4 Gb aan RAM-geheugen), is deze versie niet altijd de meest voor de hand liggende keuze. Van veel programma's en hardware drivers is namelijk (nog) geen 64-bits versie leverbaar, simpelweg omdat computers in het verleden standaard werden uitgerust met een 32-bits Windows-versie...
Kies dus pas voor de 64-bits versie wanneer de computer over minimaal 4 Gb RAM-geheugen beschikt en het zeker is dat alle randapparatuur én software geschikt is voor deze versie (om bij software en drivers de verschillende versies van elkaar te kunnen onderscheiden, wordt bij een 32-bits versie x86 vermeld en bij een 64-bits versie x64). Inmiddels worden de meeste computers wèl voorzien van de 64-bits versie (mede omdat 64-bits processoren en RAM-geheugen steeds goedkoper worden), het aantal 64-bits programma’s en hardware drivers zal dus snel toenemen. Let op: de verouderde 16-bits programmatuur is onder de 64-bits versie niet meer bruikbaar!
Indien nodig (bijvoorbeeld in geval van een notebook zonder DVD-speler) kan Windows Vista ook vanaf een USB-stick (of ander flashgeheugen met een capaciteit van minimaal 3 Gb) worden geïnstalleerd. De USB-stick moet dan wel van te voren op een computer (met Windows Vista of Windows 7) worden geprepareerd zodat deze opstartbaar (bootable) wordt. Plaats hiervoor de USB-stick, start de Opdrachtprompt (startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires) en geef het commando DISKPART. Geef in het nieuw geopende venster het commando LIST DISK zodat een lijst van gedetecteerde opslagmedia wordt getoond. Zoek het nummer van de aangesloten USB-stick op in de lijst en geef het commando SELECT DISK <disknummer> (vervang <disknummer> dus door het gevonden nummer). Met de volgende commando's kan de USB-stick vervolgens worden geformatteerd zodat deze opstartbaar is:
CLEAN
CREATE PARTITION PRIMARY
ACTIVE
FORMAT fs=fat32 quick
ASSIGN
Nu de USB-stick naar behoren is geformatteerd, kunnen alle bestanden van de Windows Vista installatie-DVD met behulp van de Windows Verkenner naar de USB-stick worden gekopieerd. Nadat alle bestanden zijn gekopieerd, is de de USB-stick klaar om te worden gebruikt voor de installatie van Windows. Zorg er wel voor dat de computer waarop het besturingssysteem moet worden geïnstalleerd kan opstarten van USB, wellicht moet het opstartproces dus eerst nog in het BIOS worden aangepast.
TIP: Kijk ook eens naar de Windows 7 USB/DVD Download Tool (download: http://store.microsoft.com/content.aspx?cntid=420) voor het maken van een op¬startbare USB-stick met behulp van een ISO-bestand van de Windows Vista-DVD!
De setup-procedure van Windows Vista is eenvoudig te doorlopen. Hoewel de setup ook vanuit Windows kan worden opgestart, is het verstandiger deze buiten Windows om uit te voeren door de computer direct vanaf de installatie-DVD te laten opstarten. Plaats de DVD dus in de lade en herstart de computer. Zodra de opstartbare DVD is gedetecteerd, vraagt de computer of daarvan moet worden opgestart. Nadat de setup is opgestart, wordt gevraagd welk type installatie moet worden uitgevoerd: een upgrade of een geavanceerde aangepaste installatie.
Upgrade of aangepaste installatie
Een
upgrade-installatie werkt het reeds geïnstalleerde besturingssysteem bij.
Dit betekent dat Windows opnieuw wordt geïnstalleerd zónder de partitie eerst
helemaal leeg te maken, waar mogelijk
blijven oude instellingen, persoonlijke gegevens en geïnstalleerde
programma's dus behouden. Hoewel dat
aantrekkelijk klinkt,
kunnen hiermee gemakkelijk problemen uit een eerdere installatie worden
overgenomen. Herinstalleer Windows dus liever via de aangepaste
installatie. Bij een aangepaste installatie
kan tevens de harde schijf opnieuw
worden gepartitioneerd
en/of de systeempartitie worden geformatteerd
(zorg er dan wel voor dat de persoonlijke gegevens eerst zijn veiliggesteld!).

Is het 'niet mogelijk' de computer vanaf de DVD op te starten, dan moet er eerst een wijziging worden aangebracht in het BIOS (meestal bereikbaar met de DEL- of F2-toets tijdens het opstarten van de computer), in het gedeelte waar het bootproces is vastgelegd. Zoek naar een term als bootorder, bootsequence of iets dergelijks. Wijzig hier de volgorde van de opstartbare media zodat de DVD eerder opstart dan de harde schijf. Is de installatie voltooid, dan kan de harde schijf eventueel weer als eerste bootoptie worden ingesteld.
De productcode
Aan het begin van de setup wordt om de productcode gevraagd, het is echter niet
verplicht deze tijdens de setup al op te geven. De optie Windows automatisch activeren als de computer online is
staat in dit scherm standaard aangevinkt,
maar kan worden uitgevinkt wanneer directe
activering na het maken van een internetverbinding niet gewenst is (bijvoorbeeld
handig bij twijfel over de hardwarecompatibiliteit, het besturingssysteem kan dan altijd nog op
een andere computer worden geïnstalleerd).

Met de Windows Vista-DVD kunnen alle versies worden geïnstalleerd, de geïnstalleerde versie wordt bepaald door de gebruikte productcode. Wordt de productcode niet in dit scherm opgegeven, dan vraagt de setup in het volgende scherm welke versie moet worden geïnstalleerd. Deze afwijking van de standaard procedure maakt het mogelijk een van de andere Windows Vista-versies enige tijd uit te proberen. Wordt de Windows-versie uiteindelijk geactiveerd met de productcode dan is het wel zaak de juiste (aangekochte) versie te kiezen.
Een partitie selecteren
Tijdens de installatie wordt gevraagd op welke partitie Windows Vista geïnstalleerd
moet worden. Zijn er nog
geen partities of moet de harde schijf opnieuw worden
ingericht, dan moet deze eerst worden
gepartitioneerd.
Dat kan vooraf (met behulp van
partitioneringssoftware), maar kan net zo goed
ook tijdens de setup worden uitgevoerd via de link
Stationsopties (geavanceerd) op het moment dat wordt gevraagd op welke partitie Windows te installeren. Wordt gedurende het installatieproces een andere schijfletter
toegewezen (bijvoorbeeld omdat de DVD-speler reeds de
schijfletter C: toegewezen heeft gekregen), dan kan de setup beter worden
afgebroken om vervolgens opnieuw te beginnen zodat Windows met zekerheid op de
C:-partitie komt te staan.
LET OP: Wordt Windows op een partitie geïnstalleerd die nog een oude Windows-installatie bevat (dus zonder vooraf te formatteren), dan worden de bestanden van deze installatie automatisch naar de map Windows.old verplaatst. Partitioneer en/of formatteer de harde schijf dus als er geen behoefte is aan een dergelijke back-up!
Tijdens de setup wordt gevraagd op welke partitie Windows Vista moet worden geïnstalleerd. Geeft het venster geen harde schijf als keuzemogelijkheid weer, dan wordt de harde schijf niet door de setup van Windows herkend. Dit wordt meestal veroorzaakt doordat er nog geen drivers binnen Windows Vista beschikbaar zijn voor de SATA-controller of RAID-configuratie (een combinatie van twee of meer samenwerkende harde schijven met als doel een veiliger en/of sneller systeem). De ontbrekende drivers moeten tijdens de setup (op het moment dat wordt gevraagd op welke partitie Windows moet worden geïnstalleerd) met de optie Stuurprogramma laden vanaf diskette, CD of USB-stick worden geïnstalleerd. De drivers voor de RAID-controller staan doorgaans op de bij het moederbord meegeleverde CD met hardware drivers. Het is echter beter de meest recente, voor Windows Vista geschikte drivers te downloaden van de website van de moederbordfabrikant (zie de pagina over het installeren van hardware drivers).
TIP: Zijn er zo snel geen drivers voor handen? Bij sommige moederborden kan een instelling in het BIOS worden gewijzigd zodat de harde schijf wordt aangezien als een ouderwetse IDE-schijf. Zoek in het BIOS naar een optie die lijkt op Native SATA support/AHCI (Advanced Host Controller Interface), en zet deze optie uit (kies Disabled). Hoewel deze aanpassing prima werkt, is het toch verstandig de originele drivers voor de SATA-controller alsnog te installeren zodra dat mogelijk is. De wijziging in het BIOS kan vervolgens weer ongedaan worden gemaakt (door de optie op Enabled te zetten).
Het aanmaken van een gebruikersaccount
Tijdens de setup wordt gevraagd naar een gebruikersnaam met een bijbehorend
wachtwoord (het wachtwoord is optioneel). De
overige gebruikers kunnen later altijd nog via het onderdeel
Gebruikersaccounts van het configuratiescherm worden aangemaakt. Bij de
eerste keer inloggen wordt een introductiescherm getoond, deze is ook altijd
toegankelijk via het configuratiescherm. Gaat het automatisch opstarten van het
introductiescherm vervelen, dan kan deze worden uitgeschakeld door de optie
Tijdens het opstarten uitvoeren (links onderin het introductiescherm) uit te
vinken. Nadat een gebruikersaccount is opgestart, kan deze naar wens worden
aangepast. Meer daarover op de pagina over het
aanpassen van het bureaublad, (snel)startmenu en de sidebar en de pagina
over het
afstellen van gebruikersaccounts.
Tijdens de installatie wordt onder andere gevraagd op wat voor soort netwerk de computer is aangesloten: Thuis, Werk of een Openbare locatie. Het type netwerk is bepalend voor het al dan niet delen van bestanden en/of printers. Voor een thuissituatie lijkt de optie Thuis de meest voor de hand liggende keuze, voor een kantoorsituatie de optie Werk. Worden echter geen bestanden en printers gedeeld, dan zou je ook kunnen kiezen voor Openbare locatie, de computer wordt dan beter beveiligd. Achteraf kan de gemaakte keuze altijd nog in het Netwerkcentrum worden gewijzigd.
Tijdens een upgrade-installatie met een Windows Vista Upgrade-DVD (met uitzondering van de tegen verzendkosten verstrekte Express Upgrade-DVD) wordt (ter controle van het recht op een upgrade) automatisch gezocht naar een bestaande Windows-installatie. Een installatie op een lege harde schijf zoals die met de normale Windows Vista-DVD kan worden uitgevoerd is dus niet mogelijk, er moet immers reeds een geïnstalleerde en geactiveerde Windows-versie aanwezig zijn!
Gelukkig is er een work around, waarmee alsnog een schone installatie kan worden uitgevoerd. Start daarvoor op vanaf de Windows Vista Upgrade-DVD en voer eerst een volledige installatie uit. Laat hierbij het invoeren van de productcode achterwege en deactiveer de optie Windows automatisch activeren als de computer online is. Bevestig dat er geen productcode ingevoerd hoeft te worden en selecteer in het volgende scherm de aangekochte versie. Na deze installatie moet Windows Vista nogmaals worden geïnstalleerd, maar nu door de installatie-DVD te starten vanuit het zojuist geïnstalleerde Windows Vista. Kies de Aangepaste installatie in plaats van een Upgrade installatie en voer nu wèl de productcode in. De oude installatie wordt tijdens de setup verplaatst naar de map Windows.old met behulp van Schijfopruiming en kan achteraf worden verwijderd.
Windows Vista kan zonder productactivatie 30 dagen vrij worden gebruikt. Met het commando SLMGR -rearm kan de licentiestatus echter tot driemaal toe opnieuw worden ingesteld, de verplichte productactivatie kan dus bij elkaar tot vier maanden worden uitgesteld! Gebruik hiervoor de Opdrachtprompt (startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires) in administratormodus door met rechts op de snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren. Door met de Taakplanner een automatisch uit te voeren taak aan te maken, kan dit niet worden vergeten. Overigens worden met het commando SLMGR de overige mogelijkheden van het Windows Hulpprogramma voor softwarelicentiebeheer getoond.
Nu Windows is geïnstalleerd, kunnen alvast een paar wijzigingen worden aangebracht in het configuratiescherm en de Windows Verkenner. Volgens de standaard instellingen worden de verschillende onderdelen van het configuratiescherm weergegeven in categorieën. In het vervolg van dit boek wordt er echter van uit gegaan dat in het taakvenster van het configuratiescherm is gekozen voor klassieke weergave zodat alle opties met slechts één muisklik beschikbaar zijn.

Wat betreft de Windows Verkenner: uit veiligheidsoverwegingen worden de meeste systeembestanden standaard verborgen. Dit zijn op zich prima instellingen, maar voor het afstellen van Windows en andere programma's is het soms nuttig als de systeem- en verborgen bestanden zichtbaar zijn. Omdat de aanwijzingen op deze website ervan uit gaan dat alle bestanden zichtbaar zijn, is het verstandig deze nu alvast aan te passen op het tabblad Weergave (via de knop Organiseren in de menubalk van de Windows Verkenner, Map- en zoekopties; zie ook de pagina voor de optimale Windows-instellingen):
LET OP: Bij het dagelijks werken met de computer zijn deze instellingen niet altijd even praktisch. Verberg de bestanden desgewenst weer nadat Windows en de overige software is geïnstalleerd en afgesteld.
|
This page is also available in english: |
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW