Deze pagina gaat over het opzetten van een multiboot systeem: het installeren van meerdere besturingssystemen op één computer. Dat kan een combinatie van Windows 98, Windows XP, Windows Vista, Windows 7 en/of een van de vele andere besturingssystemen (bijvoorbeeld een Linux-distributie) zijn. Met behulp van een bootmanager worden de verschillende geïnstalleerde besturingssystemen bij het opstarten van de computer in een keuzemenu getoond. Dankzij dit keuzemenu kan het gewenste besturingssysteem op eenvoudige wijze worden opgestart.
Multiboot systeem met dezelfde óf verschillende Windows-versies
Sinds de introductie van Windows Vista en Windows 7 wordt multiboot vaker dan
ooit toegepast. Door verschillende Windows-versies naast elkaar te installeren,
kan immers altijd nog worden teruggevallen op een van de andere
besturingssystemen. Maar het is ook niet ongebruikelijk dezelfde
Windows-versie meerdere malen op één PC te installeren, zodat de installaties afzonderlijk voor een specifiek gebruik geoptimaliseerd kunnen worden.
De Windows bootmanager vs. een alternatieve bootmanager
Voordat een goed functionerend multiboot systeem kan worden opgezet, is het van belang de theorie goed te begrijpen. Deze
pagina besteedt eerst aandacht aan het opstartproces van een multiboot systeem dat is uitgerust met de (in veel gevallen standaard gebruikte) Windows bootmanager.
Deze informatie is van belang bij het doorzien van de nadelen die aan deze bootmanager kleven. Vervolgens wordt uitgelegd hoe
deze nadelen met een alternatieve bootmanager kunnen worden omzeild. Tot slot komt het opzetten van een multiboot systeem
met behulp van het tijdbesparende imagen (kopiëren) van een reeds geïnstalleerde en afgestelde Windows-installatie aan bod.
LET OP: Een multiboot systeem kan zowel met Windows als met andere typen besturingssystemen (zoals Linux) worden opgezet. Deze website behandelt echter uitsluitend het opzetten van een multiboot systeem met Windows-besturingssystemen. Voor informatie over het opzetten van een multiboot systeem met andere typen dan het Windows-besturingssysteem wordt verwezen naar de handleiding van de gebruikte bootmanager en/of het betreffende besturingssysteem.
Gezien de complexiteit van de materie eerst enkele basisbegrippen met betrekking tot het opstartproces ter verduidelijking van het begrip multiboot:
TIP: Voor meer informatie, zie de pagina over het partitioneren van de harde schijf.
Zijn er vooraf meerdere primaire partities aangemaakt, dan is het installeren van een extra besturingssysteem vrij eenvoudig. Bij het doorlopen van de setup-procedure kan een nog beschikbare partitie als bestemming worden aangewezen, waarna de nieuwe Windows-installatie automatisch aan het keuzemenu van de Windows bootmanager wordt toegevoegd. Omdat bij het opzetten van een multiboot systeem met meerdere Windows-installaties voor het tonen van het keuzemenu automatisch gebruik wordt gemaakt van de standaard met Windows meegeïnstalleerde bootmanager, wordt eerst uitgelegd hoe het opstartproces er met gebruik van deze bootmanager uit ziet:

LET OP: In de meest voorkomende situatie waarbij slechts één Windows-besturingssysteem is geïnstalleerd (een PC zónder multiboot systeem dus), wordt de bootmanager wel geladen maar toont deze geen keuzemenu. Windows wordt dan direct opgestart zonder tussenkomst van de gebruiker.
De installatievolgorde van de verschillende versies
Elke Windows-versie heeft een eigen bootmanager die nét weer even anders werkt dan die van de voorgaande versie. Omdat de bij het
besturingssysteem behorende bootmanager tijdens het installeren van een besturingssysteem automatisch wordt vervangen, is het verstandig te beginnen met
de installatie van de oudste Windows-versie en te eindigen met de meest recente. Met deze werkwijze wordt voorkomen dat de recentere
(maar eerder geïnstalleerde) Windows-installatie niet meer wil opstarten omdat deze niet wordt herkend door de inmiddels verouderde bootmanager.
Installeer dus in de volgorde Windows 9x, Windows XP (Home, Pro, Media Center), Windows Vista,
Windows 7!
Normaal gesproken is het keuzemenu van het multiboot systeem na installatie van de verschillende besturingssystemen direct klaar voor gebruik. Is het echter toch noodzakelijk om het keuzemenu aan te passen (bijvoorbeeld wanneer er ongewenste Windows-installaties worden vermeld, de namen van de te selecteren besturingssystemen aangepast moeten worden of wanneer er gewoonweg foutieve opstartgegevens in staan), dan kan dat door de gegevens van de Windows bootmanager met betrekking tot het opstartproces (handmatig) aan te passen. De bootmanager van Windows XP slaat de gegevens over het opstartproces op in het BOOT.INI-bestand, die van Windows Vista/Windows 7 in de BCD (Boot Configuration Data Store). Moet het keuzemenu worden aangepast, dan zal dat dus moeten gebeuren in het BOOT.INI-bestand (XP) dan wel in de BCD (Windows Vista/Windows 7).
Het aanpassen van BOOT.INI (Windows XP)
Het bestand BOOT.INI van Windows XP wordt opgeslagen in de root van de actieve partitie en kan met een simpele teksteditor handmatig worden
bewerkt via het onderdeel Systeem van het configuratiescherm, tabblad Geavanceerd, knop Instellingen bij het onderdeel
Opstart- en herstelinstellingen, knop Bewerken. Het bestand wordt vervolgens automatisch in Kladblok geopend waarbij de beveiliging van
het bestand tijdelijk wordt opgeheven. Wees voorzichtig met het aanbrengen van wijzigingen, een fout is snel gemaakt!

In onderstaand voorbeeld staat de inhoud van een BOOT.INI-bestand behorende bij een multiboot systeem met drie verschillende Windows XP-installaties (Windows XP Home, Windows XP Pro en Windows XP Media Center Edition). De timeout van 30 geeft aan dat het keuzemenu voor maximaal 30 seconden moet worden weergegeven. Wordt er geen keuze gemaakt, dan zal het bij default vermelde besturingssysteem standaard worden geladen. Staat er onder operating systems maar één besturingssysteem vermeld, dan wordt deze direct opgestart zonder eerst het keuzemenu te tonen.
[boot
loader]
timeout=30
default=multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINDOWS
[operating systems]
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINDOWS="Windows XP Home"...
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(2)\WINDOWS="Windows XP Pro"...
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(3)\WINDOWS="Windows XP Media Center"...
Windows Home, Pro en Media Center zijn hier op respectievelijk de eerste, tweede en derde primaire partitie geïnstalleerd. De bijbehorende systeembestanden staan in alle drie de gevallen in de map WINDOWS van de betreffende partitie, de standaard opslaglocatie van Windows.
Hoewel het aanpassen van het standaard op te starten besturingssysteem handmatig kan worden doorgevoerd in BOOT.INI, is het veiliger hiervoor gebruik te maken van de keuzeoptie in het dropdownmenu Standaardbesturingssysteem (in het venster Opstart- en herstelinstellingen). Komt het standaard besturingssysteem namelijk als gevolg van een foutieve aanpassing niet meer overeen met één van de onder operating systems vermelde besturingssystemen, dan volgt een foutmelding. En wanneer Windows vervolgens vanwege deze foutmelding helemaal niet meer wil opstarten, is de foutieve wijziging lastig te corrigeren...
Alsnog verwijderen oude installatie
Is Windows XP opnieuw geïnstalleerd zonder de oude installatie (door middel van
partitioneren en formatteren) te verwijderen, dan kan het zijn
dat er bij operating systems twee verwijzingen worden getoond (het oude besturingssysteem blijft in dat geval ook zichtbaar in het keuzemenu). Moet de
oudere versie alsnog uit het opstartmenu (en van de harde schijf) worden verwijderd, zorg er dan eerst voor dat de nieuwe installatie als standaard besturingssysteem wordt geladen.
Verwijder vervolgens de regel die niet overeenkomt met het bij default
vermelde standaard besturingssysteem. Tot slot kan de bijbehorende installatiemap
met behulp van de Windows Verkenner van de betreffende partitie worden verwijderd.
Beschadigde bootsector
Start Windows niet meer op, dan is het mogelijk dat de bootsector is beschadigd. Deze kan bij Windows
XP worden hersteld door op te starten vanaf de Windows XP-CD en met optie
Herstellen (R) de herstelconsole op te starten. Kies de gewenste Windows-installatie en geef het wachtwoord (bevestig met de
ENTER-toets wanneer er geen wachtwoord is ingesteld). In de herstelconsole kan vervolgens met het commando FIXBOOT (ga akkoord met de J-toets) het opstartproces worden hersteld. Met het
commando FIXMBR wordt het Master Bootrecord (MBR) hersteld. Het commando HELP toont informatie over de verschillende commando’s en met het commando EXIT
wordt de herstelconsole verlaten.
Missing HAL.DLL
Ook de bij het opstarten getoonde mededeling MISSING HAL.DLL is een veelvoorkomend probleem. Deze melding doet vermoeden dat het bestand HAL.DLL ontbreekt, maar dat is zelden het geval.
Dit probleem kan (eveneens in de herstelconsole) worden opgelost: herstel de opstartconfiguratie zoals deze is vastgelegd in de BOOT.INI met de volgende reeks commando’s:
ATTRIB C:\BOOT.INI -a -h -r -s
DEL C:\BOOT.INI
BOOTCFG /rebuild
FIXBOOT
Het aanpassen van BCD (Windows Vista/Windows 7)
De BCD van Windows Vista/Windows 7 wordt opgeslagen in de map boot van de actieve partitie en kan met het commando BCDEDIT worden aangepast. Terwijl het bestand BOOT.INI van Windows XP nog eenvoudig
met Kladblok te bewerken is, moet daar voor het commando BCDEDIT nog een hele studie aan vooraf gaan. Dit commando is zó ingewikkeld dat maar weinigen het weten toe te passen.
Gelukkig kan de BCD ook met een eenvoudiger te begrijpen tool als
EasyBCD (download: www.neosmart.net/dl.php?id=1) worden aangepast.
Met zo'n tool worden ook nog eens minder snel fouten gemaakt!
Met de knop View Settings wordt de opbouw van het Windows Vista/Windows 7 bootmenu getoond. Met de knop Add/Remove Entries kunnen wijzigingen in de BCD worden aangebracht, zoals het verwijderen en/of toevoegen van een Windows-installatie en eventueel het wijzigen van de getoonde volgorde in het opstartmenu. Met de knop Change Settings kan onder andere het standaard op te starten besturingssysteem worden aangepast. Is een besturingssysteem uit de BCD verwijderd, dan kunnen de bijbehorende systeembestanden vervolgens met behulp van de Windows Verkenner van de betreffende partitie worden verwijderd.

TIP: Voor meer informatie over het commando BCDEDIT en het handmatig aanpassen van de BCD wordt verwezen naar de website van Microsoft (www.microsoft.com/whdc/driver/tips/debug_vista.mspx).
Met behulp van de standaard bootmanager van Windows is het dus niet erg lastig een multiboot systeem op te zetten: installeer Windows simpelweg meerdere malen, elk op een eigen primaire partitie. Bij het opstarten van de computer toont de bootmanager vervolgens een keuzemenu met de beschikbare besturingssystemen. Het gewenste besturingssysteem kan vervolgens worden geselecteerd en opgestart. Deze methode is zeer effectief en werkt nog probleemloos ook. Er kleven echter ook nadelen aan het gebruik van de Windows bootmanager waar je eigenlijk zelden wat over hoort, wellicht omdat ze gewoon voor lief worden genomen.
Systeempartities blijven zichtbaar en benaderbaar
In essentie worden de grootste nadelen veroorzaakt doordat alle systeempartities
te allen tijde onderling voor elkaar zichtbaar en benaderbaar blijven. De
opgestarte Windows-installatie heeft dus toegang tot de (systeem)bestanden op de
partities van de niet gebruikte Windows-installaties. Hierdoor bestaat het
risico dat de betreffende bestanden beschadigd raken door toedoen van een virus,
software of de gebruiker zelf, met alle mogelijke gevolgen van dien. Is de
computer met verschillende Windows-versies uitgerust, dan bestaat ook nog eens
het risico dat de versies onderling ongewenste wijzigingen in elkaars
systeembestanden aan kunnen brengen. Zo kan de schijfcontrole van Windows XP de
systeempartities van Windows Vista en Windows 7 onklaar maken en kan de
slaapstand voor grote problemen zorgen in de gezamenlijk gebruikte partities.
Deze risico’s zijn zeker niet gering en een vergissing is snel gemaakt (zo wordt
de schijfletter van het op dat moment gebruikte besturingssysteem al snel
verward met een van de andere systeempartities!).
TIP: Dit risico kan gedeeltelijk worden voorkomen door voor elke Windows-installatie apart via Windows Schijfbeheer (bereikbaar via het onderdeel Systeembeheer van het configuratiescherm, Computerbeheer) de schijfletters van de op dat moment niet opgestarte systeempartities te verwijderen. Is een schijfletter eenmaal verwijderd, dan is de betreffende partitie niet meer bereikbaar vanuit de Windows Verkenner. De schijfletter van de op dat moment opgestarte Windows-partitie kan echter niet worden gewijzigd.
De schijfletters van de systeempartities liggen vast
Tijdens de setup wordt Windows op een van de primaire partities geïnstalleerd. De schijfletters van deze partities worden per Windows-installatie vastgelegd naar gelang
de partitie-indeling op het moment van installeren. De actieve (primaire) partitie krijgt de schijfletter C: toegewezen, de overige primaire partities,
logische stations en CD-spelers de daaropvolgende schijfletters. Zolang er geen wijzigingen in de partitie-indeling zijn aangebracht voorafgaand aan de installatie van de verschillende besturingssystemen (zoals
het actief maken of verbergen van een andere partitie), zullen de partities binnen elke Windows-installatie dezelfde schijfletters toegewezen krijgen.
De partitie-indeling wordt overigens voor elke Windows-installatie afzonderlijk in het register vastgelegd onder de registersleutel HKLM\System\MountedDevices. De actieve (primaire) partitie krijgt dus bij elke Windows-installatie
de schijfletter C: en de overige primaire partities de daaropvolgende
schijfletters toegewezen. Wordt de standaard installatieprocedure gevolgd, dan
kan de schijfletter C: dus niet afwisselend voor de verschillende
besturingssystemen worden gebruikt.
Microsoft kiest ervoor de bootmanager op een ongebruikelijke locatie in het opstartproces te plaatsen, namelijk in de bootsector van de actieve partitie. Zou de bootmanager echter in een eerdere fase van het opstartproces worden opgestart, dan kunnen de belangrijkste nadelen worden voorkomen. Alternatieve bootmanagers maken dan ook gebruik van het Master Bootrecord (MBR) van de harde schijf, zodat tijdig wijzigingen in de partitietabel kunnen worden aangebracht (zoals het wijzigen van de actieve en verborgen partities).
LET OP: Niet elke alternatieve bootmanager (zoals het bij Linux geleverde GRUB, www.gnu.org/software/grub) moet in het MBR worden geplaatst! Sommigen kunnen (tevens) gebruik maken van een apart daarvoor gereserveerde actieve FAT-partitie. Deze methode wordt hier echter niet verder besproken.
De labels van de systeempartities worden automatisch toegewezen
Met een dergelijke in het MBR geplaatste bootmanager wordt de bij het geselecteerde besturingssysteem behorende primaire partitie automatisch als actief en
zichtbaar gelabeld, terwijl tegelijkertijd de overige niet gebruikte partities worden verborgen. Deze handelswijze zorgt er
dus voor dat de noodzakelijke wijzigingen worden doorgevoerd nog vóórdat de bootmanager op de actief gemaakte partitie wordt opgestart. Omdat de actieve partitie wisselt al
naar gelang het gekozen besturingssysteem, heeft elk besturingssysteem zijn eigen bootmanager met daarin de vermelding van slechts één besturingssysteem.
Een alternatieve bootmanager zorgt er dus voor dat het wisselen van de actieve en verborgen partities automatisch kan plaatsvinden al naar gelang de gemaakte keuze. Doordat de labels in de partitietabel vooraf worden gewijzigd, is het mogelijk partities te verbergen voorafgaande aan het opstarten van het gekozen besturingssysteem. Zodoende kunnen de niet gebruikte systeempartities aan het zicht van de opgestarte bootmanager en Windows-installatie worden ontrokken. De bootmanager gaat er dus van uit dat er slechts één Windows-installatie beschikbaar is en zal deze daarom automatisch opstarten.
Opstartprocedure bij gebruik van een bootmanager in het MBR
De opstartprocedure van de computer waarop een multiboot systeem is geïnstalleerd dat wordt aangestuurd door een in het Master Bootrecord geplaatste bootmanager ziet er dan als volgt uit:

Elke Windows-installatie op een partitie met de schijfletter C:
De bij een besturingssysteem behorende schijfletter wordt tijdens de installatieprocedure vastgelegd. De schijfletter C: gaat standaard naar de partitie die op
het moment van installeren als actieve primaire partitie is gelabeld. Aangezien voorafgaand aan elke Windows-installatie de actieve partitie kan worden gewijzigd
(door een andere partitie te voorzien van het label actief), kan elke Windows-installatie afzonderlijk op een actieve primaire partitie met de schijfletter C: worden geïnstalleerd.
De voordelen van een bootmanager in het MBR
Omdat een in het MBR geplaatste bootmanager het mogelijk maakt de partities van de niet opgestarte besturingssystemen te verbergen, is er aanzienlijk minder risico dat de hierop staande bestanden per ongeluk
worden gewijzigd of verwijderd. En omdat aan een verborgen systeempartitie geen schijfletter kan worden toegewezen, is het voor elke geïnstalleerde Windows-versie afzonderlijk mogelijk om op een partitie met de schijfletter C:
te worden geïnstalleerd (de schijfletter C: wordt immers tijdens de installatie toegewezen aan de op dat moment actieve primaire partitie)!
Bootmanagers zijn beschikbaar in verschillende varianten
Een in het MBR geplaatste bootmanager vervangt de oorspronkelijke code in het MBR. De beschikbare ruimte in het MBR is echter onvoldoende om een volledige bootmanager
kwijt te kunnen, daarom maken deze bootmanagers naast het MBR ook gebruik van de lege ruimte tussen het MBR en de eerste partitie (de totale ruimte blijft beperkt,
zodat de grafische mogelijkheden voor het startmenu beperkt zijn) óf van een extra FAT32-partitie (waarop altijd voldoende ruimte beschikbaar is, maar ten koste gaat van een partitie). Beide alternatieven hebben zo hun voor- en nadelen.
TIP: MasterBooter (download: www.masterbooter.com) is een voorbeeld van zo'n alternatieve bootmanager. Omdat deze bootmanager gebruik maakt van de (beperkte) vrije tussenruimte oogt de grafische vormgeving van het keuzemenu wel wat ouderwets, de bootmanager voldoet verder prima! Voor meer informatie over het gebruik van deze bootmanager wordt verwezen naar de pagina over MrBooter op deze website.
Nog enkele tips
Het is dus vrij eenvoudig een multiboot systeem op te zetten: Windows wordt simpelweg meerdere malen geïnstalleerd waarbij ieder besturingssysteem op een eigen, vooraf actief gemaakte (primaire) partitie wordt geïnstalleerd. Moet het multiboot systeem echter worden uitgerust met meerdere dezelfde Windows-versies, dan is het praktischer om een reeds geïnstalleerd besturingssysteem (voor het gemak OS1 genoemd) te kopiëren naar een van de andere primaire partities (OS2). Dit kan door een eerder gemaakte systeemback-up van OS1 terug te zetten naar de partitie van OS2 of door het besturingssysteem één-op-één van de ene naar de andere partitie te kopiëren met imagesoftware als Partition Saving (download: www.partition-saving.com).
Alternatieve bootmanager is wenselijk na het imagen van Windows
Hoewel deze procedure veel tijd bespaart omdat Windows zo slechts één keer geïnstalleerd en geoptimaliseerd hoeft te worden, kleven er ook wel wat
bezwaren aan. Zou
er enkel gebruik worden gemaakt van de bootmanager van Windows, dan ontstaan er direct problemen vanwege de tijdens de installatie toegewezen schijfletters.
De gekopieerde Windows-installatie gaat er immers van uit dat deze (net als de originele installatie) op de C-schijf: is geïnstalleerd, terwijl dat met de Windows bootmanager
erg lastig te realiseren is! Een dergelijke poging zal tot vreemde problemen leiden, zoals het vast blijven staan in het welkomstscherm. Is de PC echter
uitgerust met een bootmanager in het MBR, dan wordt de partitie van elke geïnstalleerde Windows-versie automatisch van de schijfletter C: voorzien.
LET OP: Het is belangrijk dat OS1 voorafgaande aan het kopiëren van het besturingssysteem nog geen schijfletter toewijst aan de partitie van OS2! Label de partitie van OS2 dus eerst als verborgen in de partitietabel totdat het kopiëren naar de partitie van OS2 heeft plaatsgevonden. Vervolgens moet de partitie van OS1 juist worden verborgen voordat OS2 (voor de eerste keer) wordt opgestart, anders zal de partitie van OS1 alsnog de schijfletter C: toegewezen krijgen (omdat deze partitie in de oorspronkelijke situatie van OS1 ook al de schijfletter C: toegewezen had gekregen) waardoor OS2 deze niet meer kan opeisen. Deze procedure kan eventueel worden omzeild door de registerwaarden in de registersleutel HKLM\System\MountedDevices te verwijderen voorafgaand aan het clonen.
Vergeet niet de BOOT.INI/BCD aan te passen!
Bij het kopiëren van een Windows-installatie is het ook noodzakelijk dat de opstartgegevens in de BOOT.INI (XP)/BCD (Vista/7) van de partitie van OS2 worden aangepast zodat na het opstarten van het
betreffende besturingssysteem naar de juiste partitie wordt verwezen voor het doorvoeren van registerwijzigingen.
Vindt deze aanpassing niet plaats, dan gaat dat vroeg of laat problemen geven in zowel OS1 als OS2, in het begin is daar echter niet veel van te merken! Wat er namelijk gebeurt: de registerwijzigingen van OS2 (zoals een wijziging in het beleid van de Windows XP-services/Windows Vista-services) worden doorgevoerd in de registerbestanden van OS1 ondanks dat de partitie van OS1 voor OS2 verborgen is! Dus registerwijzigingen van zowel OS1 als OS2 vinden plaats in de registerbestanden behorende bij OS1, terwijl de bij de registerwijziging behorende bestanden alleen worden geïnstalleerd op de partitie van het op dat moment opgestarte besturingssysteem waardoor ze onvindbaar zijn voor het andere besturingssysteem.
Het mag duidelijk zijn dat deze situatie gegarandeerd problemen gaat opleveren! De problemen komen aan het licht wanneer een registerwijziging (bijvoorbeeld door het verplaatsen van pictogrammen op het bureaublad) in één van de besturingssystemen wordt aangebracht, en vervolgens op beide van toepassing is. In dat geval zijn de besturingssystemen onderling nog gekoppeld en moet de BOOT.INI/BCD van de gekopieerde partitie nog worden aangepast zodat er naar de juiste partitie wordt verwezen.
Meer weten over de noodzakelijke aanpassing van de BOOT.INI/BCD? Op de pagina over het aanleggen van een multiboot systeem met MrBooter wordt dit onderwerp wat uitgebreider besproken.
|
This page is also available in english: |
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW