Een multiboot systeem opzetten met MrBooter

Er stappen steeds meer computergebruikers over op een multiboot systeem. Hiermee kan de computer bijvoorbeeld worden uitgerust met zowel Windows 8.1 als Windows 7. Een systeem met tweemaal dezelfde Windows-versie behoort echter ook tot de mogelijkheden! Windows kan bijvoorbeeld tweemaal worden geïnstalleerd, één geoptimaliseerd voor spelletjes en andere multimedia-activiteiten en één voor dagelijks gebruik. Hiermee wordt voorkomen dat Windows onbruikbaar wordt vanwege een vastloper na het installeren van een nieuw spelletje of downloads van vage software.

LET OP: Lees eerst de pagina met algemene informatie over het opzetten van een multiboot systeem waarin uitgebreid wordt uitgelegd hoe het opstartproces in zijn werk gaat en wat de verschillen zijn tussen de Windows bootmanager en een alternatieve bootmanager.

Twee methodes om een multiboot systeem te maken

Een multiboot systeem kan op twee verschillende manieren worden aangemaakt. De eerste methode gebruikt het principe waarbij een bootmanager in het Master Bootrecord (MBR) van de interne schijf wordt geplaatst. De MBR bestaat uit een klein stukje ruimte aan het begin van de interne schijf waarin onder andere staat vastgelegd vanaf welke partitie moet worden opgestart. Wordt de bootmanager in het MBR geplaatst, dan kan de bij het gekozen besturingssysteem behorende partitie actief worden gemaakt en de overige primaire partities worden verborgen. De geactiveerde Windows-partitie krijgt zodoende altijd de schijfletter C:. Aangezien de beschikbare ruimte in het MBR beperkt is, is een grafisch vormgegeven bootmanager niet mogelijk (deze ziet er dus wat gedateerd uit).

Bij de andere methode wordt de bootmanager niet in het MBR geplaatst maar op de actieve primaire partitie (de partitie met de schijfletter C:). Nadat een besturingssysteem is gekozen, start de bootmanager het gekozen besturingssysteem vanaf zijn eigen partitie. Alle primaire partities blijven zichtbaar en behouden hun eigen schijfletter. Deze methode wordt door de meeste bootmanagers (waaronder die van Windows) toegepast. Omdat er maar één besturingssysteem op de C:-partitie kan worden gezet, levert deze methode vaak problemen op. De overige besturingssystemen krijgen namelijk een andere schijfletter en blijven altijd zichtbaar. Het is hierdoor niet te voorkomen dat de besturingssystemen wijzigingen kunnen aanbrengen in elkaars bestandssysteem. De voorkeur gaat daarom uit naar een bootmanager in het MBR.

Wat moet er allemaal gebeuren?

Een multiboot systeem maken is niet echt moeilijk. Er zijn meerdere primaire partities nodig zodat elk besturingssysteem apart kan worden opgestart. Deze primaire partities kunnen met partioneringssoftware zoals Parted Magic worden aangemerkt. Vervolgens moet een bootmanager worden geïnstalleerd om tijdens het opstarten te kunnen kiezen uit de verschillende geïnstalleerde besturingssystemen. Bij de hierboven omschreven tweede methode wordt een dergelijke bootmanager automatisch aangemaakt tijdens de installatie van Windows (installeer altijd eerst de oudste Windows-versie, elke Windows-versie herkent namelijk alléén de voorgaande Windows-versies).

Het is met de bootmanager van Windows dus niet mogelijk een multiboot systeem te realiseren waarbij de verschillende partities voor elkaar worden verborgen; hiervoor is een alternatieve bootmanager noodzakelijk die in het MBR kan worden geplaatst. MasterBooter (download: www.masterbooter.com) is een van de bootmanagers die wel voor dit doel gebruikt kan worden. MasterBooter is grafisch niet zo'n heel mooie bootmanager, dit komt omdat de beschikbare ruimte in het MBR beperkt is. De download bevat tevens de gratis tool EFDISK. Deze tool kan worden gebruikt voor het (opnieuw) partitioneren van de SSD/harde schijf waarmee tevens het opstartproces handmatig kan worden gewijzigd. Het verbergen van partities en het actief maken van een partitie gebeurt namelijk doorgaans met partitioneringssoftware.

Het maken van een multiboot systeem met MasterBooter

Voor het gebruik van MasterBooter en EFDISK moeten de uitvoerbare bestanden MRBOOTER.EXE en EFDISK.EXE naar een opstartbare MS-DOS diskette of opstartbare MS-DOS CD-ROM worden gekopieerd. De programma's kunnen in MS-DOS worden opgestart met de commando's MRBOOTER en EFDISK.

EFDISK: primaire partities handmatig actief maken en/of verbergen

De afbeelding van het venster van EFDISK toont de verschillende primaire partities. De interne schijf is opgedeeld in vier partities: de eerste partitie is een primaire partitie waarop het eerste besturingssysteem is geïnstalleerd (deze is met de spatiebalk actief gemaakt). De twee volgend partities zijn extra primaire partities voor het toevoegen van een tweede en derde besturingssysteem. Beiden zijn verborgen (met behulp van de H-toets) zodat ze niet zichtbaar zijn wanneer vanaf de eerste partitie wordt opgestart. De laatste partitie is een extended partitie (die weer is opgesplitst in meerdere logische stations).

multi-boot systeem maken

Voorafgaande aan de installatie van een besturingssysteem is het noodzakelijk dat de daarvoor gereserveerde partitie als actief wordt gelabeld (en de overige primaire partities worden verborgen) zodat Windows op een partitie met de schijfletter C: wordt geïnstalleerd. Dit is noodzakelijk omdat alleen dan wordt gerealiseerd dat Windows op een partitie met de schijfletter C: wordt geïnstalleerd. Deze aanpassing kan handmatig met EFDISK worden gedaan door gebruik te maken van de spatiebalk voor het activeren van een partitie en de H-toets voor het verbergen van de overige primaire partities. Deze wijzigingen kunnen ook met een bootmanager worden gedaan, deze handmatige handelswijze is echter praktischer omdat het MBR (inclusief MasterBooter) elke keer wordt overschreven door de setup van Windows.

MasterBooter: installeren van de bootmanager

Nadat de verschillende partities zijn aangemaakt en op elke primaire partitie een besturingssysteem is geïnstalleerd, kan het opstartmenu van MasterBooter worden afgesteld. Start MasterBooter met het commando MRBOOTER en selecteer de verschillende opstartbare primaire partities die straks in het opstartmenu moeten worden opgenomen. Selecteer het meest gebruikte besturingssysteem als eerst, deze wordt namelijk standaard opgestart wanneer in het keuzemenu geen keuze is gemaakt. volgende afbeelding laat bij het onderdeel Selected partitions zien dat de drie primaire partities zijn geselecteerd.

multiboot EFDISK MRBOOTER

Druk op F10 om verder te gaan met de instellingen voor het opstartmenu. Het is belangrijk dat bij de keuzemogelijkheid van elk besturingssysteem de overige systeempartities worden verborgen (zie rechts bovenin het scherm: 011 geeft aan dat de laatste twee partities verborgen moeten worden en de eerste niet). Nadat wederom op F10 is gedrukt, kunnen de overige variabelen naar eigen wens worden aangepast.

multi-boot

Nadat alle aanpassingen zijn opgeslagen, is een keuzemenu met de verschillende beschikbare Windows-versies aan het systeem toegevoegd. De primaire partities worden met deze bootmanager automatisch verborgen of actief gelabeld, al naar gelang het gekozen besturingssysteem. Het verwijderen van MasterBooter kan overigens op eenvoudige wijze met het commando EFDISK /MBR.

Windows overzetten naar een andere partitie

Het is ook mogelijk een multiboot systeem te maken door een reeds geïnstalleerd besturingssysteem (voor het gemak OS1 genoemd) te kopiëren naar een van de andere primaire partities (OS2). Deze procedure bespaart veel tijd omdat Windows maar één keer geïnstalleerd en geoptimaliseerd hoeft te worden! Dit kan met behulp van een eerder gemaakte systeemback-up of door één op één van de ene naar de andere partitie te kopiëren met image-software als Partition Saving (download: www.partition-saving.com). Let op: deze methode kan alleen worden gebruikt wanneer de bootmanager vanuit het MBR wordt opgestart!

In een dergelijk geval is het wel noodzakelijk dat de opstartgegevens van de partitie van OS2 worden aangepast. Vindt deze aanpassing niet plaats, dan gaat dat vroeg of laat problemen geven in zowel OS1 als OS2, in het begin is daar echter niets van te merken. Wat er namelijk gebeurt: wijzigingen in het beleid van de Windows-services van OS1 en OS2 (bijvoorbeeld na de installatie van een virusscanner) worden beiden doorgevoerd op de partitie waar OS1 op staat (ondanks dat die partitie is verborgen!). De software wordt echter geïnstalleerd op de partitie waarvan is opgestart en zijn dus onvindbaar voor het andere besturingssysteem. Het mag duidelijk zijn dat deze situatie gegarandeerd problemen gaat opleveren!

Bij Windows XP moet de BOOT.INI worden aangepast

In Windows XP wordt voor het opslaan van de opstartgegevens gebruik gemaakt van het bestand BOOT.INI (deze staat in de root van de partitie). Nadat een image van OS1 is gemaakt en vervolgens als OS2 op een andere primaire partitie is teruggezet, moet het bestand BOOT.INI van OS2 zo snel mogelijk worden aangepast zodat deze verwijst naar de partitie waar het vanaf opstart. Aanpassen kan via het onderdeel Systeem van het configuratiescherm, tabblad Geavanceerd, knop Instellingen bij het onderdeel Opstart- en herstelinstellingen, knop Bewerken. Het bestand BOOT.INI voor OS1 ziet er ongeveer als volgt uit:

  [boot loader]
  timeout=30
  default=multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINDOWS
  [operating systems]
  multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINDOWS="Windows XP .......

Voor de BOOT.INI van OS2 moet partition(1) worden vervangen door partition(2), partition(3) of partition(4), afhankelijk van de partitie waar OS2 op is geïnstalleerd. In Windows Schijfbeheer of met EFDISK kan worden achterhaald welk partitienummer het moet zijn.

Bij Windows 10/8/7/Vista moet de BCD worden aangepast

Windows 10/8/7/Vista bemerkt het probleem direct na een herstart en zal een foutmelding tonen met het verzoek op te starten vanaf de Windows 10/8/7/Vista-DVD om vervolgens te kiezen voor het herstellen van de opstartgegevens in de Boot Configuration Data Store. In de BCD wordt namelijk niet meer verwezen naar de C:-partitie maar naar de partitie van OS1. In het scherm Opties voor systeemherstel wordt de partitie van OS1 getoond met de vraag of de opstartgegevens gerepareerd moeten worden. Herstart de computer nadat de BCD is hersteld: het keuzemenu toont nu zowel de originele als de herstelde vermelding. Het is misschien een beetje verwarrend, maar we hebben nu tijdelijk te maken met twee bootmanagers: één in het MBR van MasterBooter en één van Windows op de primaire partitie van OS2.

Er moeten daarom nog handmatig enkele wijzigingen in de BCD van OS2 worden aangebracht. Start de Opdrachtprompt (startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires) met administratorrechten door met rechts op de snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren. Met het commando BCDEDIT worden de huidige gegevens in de BCD getoond. Ten eerste moet de vermelding van de herstelde Windows als standaard in het opstartmenu worden ingesteld (in plaats van de niet meer functionerende vermelding). De bootmanager moet ook weten dat deze van de huidige partitie moet worden opgestart (partition=C:) en niet van de inmiddels verborgen partitie waarop OS1 staat (partition=\Device\HarddiskVolume1). De niet meer functionerende vermelding moet worden verwijderd, hiervoor is de lange GUID-code nodig (te achterhalen met het commando BCDEDIT). Eventueel kan de beschrijving nog worden aangepast, zodat deze niet meer als een herstelde versie te herkennen is. Deze wijzigingen worden achtereenvolgens doorgevoerd met de volgende commando's:

BCDEDIT /default {current}
BCDEDIT /set {bootmgr} device partition=C:
BCDEDIT /delete {GUID van niet meer functionerende vermelding}
BCDEDIT /set {current} description "Windows 10"

Na een herstart toont OS1 nog een foutmelding, deze kan echter worden opgelost door Windows op de normale wijze door te laten starten. Is het handmatig doorvoeren van wijzigingen in de BCD te ingewikkeld, dan kan ook gebruik worden gemaakt van EasyBCD (download: http://neosmart.net/EasyBCD/).

 
 
 
 

© 2001-2017 - - SchoonePC - Rotterdam - The Netherlands