Steeds meer gezinnen hebben tegenwoordig meerdere computers in huis staan, de oude PC weggooien is immers zonde. Ze met elkaar verbinden wordt echter niet vaak gedaan, terwijl een thuisnetwerk juist erg handig kan zijn. De voordelen: een internetverbinding voor alle PC's, gedeelde printers, de mogelijkheid bestanden uit te wisselen en natuurlijk het spelen van games. Deze pagina gaat over het aanleggen van een goed beveiligd draadloos netwerk met een wireless (=draadloze) router, waarbij de breedband internetverbinding (ADSL of kabel), printers en bestanden kunnen worden gedeeld.
Router (bedraad of draadloos)
Er is in grote lijnen keuze uit twee soorten routers: bedrade en
draadloze. Het prijsverschil is niet bijzonder groot, met het oog op de extra
opties kan daarom wellicht net zo goed
een draadloze router worden gekocht (wordt geen gebruik gemaakt van de draadloze
functie, schakel deze dan uit zodat onbevoegden er geen gebruik van kunnen maken!).
Draadloze routers zijn verkrijbaar in verschillende snelheden, de 54
Mbit-variant (de g-standaard) is de meest gebruikte.
Een betrouwbare draadloze router kost nog geen 40 euro. Er is helaas een groot kwaliteitsverschil tussen de diverse in de handel verkrijgbare routers, sommigen veroorzaken onverklaarbare problemen. Koop dus liever niet een van de goedkopere draadloze routers en vraag altijd of deze mag worden teruggebracht indien hij niet naar wens functioneert. In plaats van een draadlozer router kan overigens ook een draadloze HUB/access point worden gebruikt als uitbreiding op het bestaande netwerk.
De meeste routers (bedraad of draadloos) zijn voorzien van 3 of 4 poorten waarop de computers, met gebruik van CAT5- of CAT6-kabels, direct kunnen worden aangesloten. Het is verstandig de computers zo beperkt mogelijk draadloos aan te sluiten, want elke computer die draadloos gaat is een mogelijke probleemveroorzaker. Daarnaast kan het voorkomen dat draadloze computers elkaar storen. Ze maken gebruik van dezelfde draadloze bandbreedte, hetgeen ook nog eens resulteert in een tragere verbinding.
TIP: De internetverbinding kan eventueel ook via een hoofdcomputer worden gedeeld (deze wordt dan als alternatieve router gebruikt), waardoor de router overbodig wordt. Deze methode is echter minder interessant, omdat het bijna zeker voor problemen zal zorgen.
Ethernetmodem
Het ethernetmodem wordt op de WAN-poort van de router aangesloten zodat elke met
de router verbonden computer via deze poort toegang krijgt tot het internet. De voorkeur gaat
uit naar het door de provider geleverde modem, de provider ondersteunt namelijk
doorgaans alleen dit met het abonnement meegeleverde aparaat. Is er toch een
probleem, controleer dan eerst of het probleem blijft bestaan wanneer de
router uit het netwerk wordt gehaald. Heeft de direct op de modem aangesloten
computer nog steeds geen verbinding, dan is dit het moment om de provider te
bellen.
Het
is aan te raden een oude USB ADSL-modem te vervangen door een ethernetmodem. De
USB-modems zijn
namelijk erg lastig met een router te gebruiken (er bestaan wel geschikte routers
voor, deze zijn echter een stuk duurder en niet bruikbaar voor een ethernetmodem).
De Alcatel SpeedTouch
ethernetmodem is een goede keuze: deze wordt door de meest providers ondersteund.
Koop liever niet het draadloze Alcatel SpeedTouch ethernetmodem omdat deze na
het instellen van de maximale beveiliging niet meer naar behoren functioneert!
Kabelinternetters hoeven zich geen zorgen te maken: alle verkrijgbare
kabelmodems zijn normaal gesproken geschikt voor het aansluiten op een router.
Let bij de aanschaf van een ADSL-modem op of er een analoge of ISDN-variant nodig is (deze zijn onderling niet uitwisselbaar). Wordt bij de ADSL-aanvraag overgestapt van een ISDN-verbinding naar een analoge telefoonlijn, zeg dan eerst de ISDN-verbinding op. Pas na ontvangst van de nieuwe nota kan de ADSL-aanvraag worden ingediend.
Kabels voor aansluiting op router
Voor een normale aansluiting op de router zijn
CAT5-kabels nodig
(geen crosskabels, deze zijn alleen geschikt om twee PC's direct aan elkaar te
koppelen, zonder tussenkomst van een router). Dit type kabel kost slechts enkele euro's, afhankelijk
van de lengte. In de meeste gevallen wordt er een meegeleverd met het ethernetmodem en de router. Ook moet
de PC voorzien zijn van een ethernetpoort (standaard aanwezig bij alle nieuwe PC's).
Is deze niet
aanwezig, dan moet daarvoor nog een PCI-kaartje worden aangeschaft (deze kost ongeveer 10 euro).
Gebruik bij een Gigabit-router/switch (1.000 Mbit in plaats van 100 Mbit) liever CAT6-kabels om er zeker van te zijn dat de gewenste snelheid wordt behaald (met name bij het overbruggen van een grote afstand). De maximaal haalbare snelheid is overigens ook afhankelijk van de verwerkingssnelheid van de langzaamste harde schijf.
Voor de draadloze aansluiting van de PC zijn speciale USB-adapters of PCI-kaarten verkrijgbaar, en voor laptops speciale Cardbus-kaarten. De kosten per draadloze adapter bedragen ongeveer 15 euro (ook hier kan het beste worden gekozen voor 54 Mbit, en als het kan van hetzelfde merk als de router. De verschillende merken zouden uitwisselbaar moeten zijn, maar toch...).
Printers in het netwerk
Er zijn twee manieren om printers aan te sluiten in een netwerk: via de computer
of via een printerserver. Blijft de printer aan de computer gekoppeld, dan moet
deze worden gedeeld om het voor andere computers mogelijk te maken daarop te
printen. Wordt er vanaf een andere PC een printopdracht
naar de printer gestuurd, dan moet de PC waarop de printer is aangesloten wel
aan staan. Bij gebruik van een losse printerserver is dit niet nodig.
Printerservers zijn echter niet goedkoop. Sommige fabrikanten leveren tegen een
aantrekkelijke prijs een printerserver gecombineerd met de (draadloze) router.
Op zich een positieve ontwikkeling, zolang het niet ten koste van de draadloze
beveiliging gaat.
Er zijn verschillende geschikte opties voor het plaatsen van de router en het modem. De beste plaatsing van een kabelmodem en –router is afhankelijk van de plek waar het kabelsignaal het pand binnenkomt. Bij ADSL is de locatie van de telefoonlijnsplitter bepalend voor de plaatsing van het modem en de router: plaats de splitter dus tactisch in de meterkast of bij het telefoonstopcontact dat zich het dichtst bij de werkplek bevindt. Let op: hiermee worden andere, rechtstreeks uit de meterkast getrokken telefoonstopcontacten onbruikbaar! Een DECT-basisstation met bijbehorende draadloze telefoontoestellen kan dit probleem ondervangen.
De beste locatie voor het modem en de router is daar waar de splitter zich bevindt. Zodoende wordt een web aan netwerkkabels voorkomen (het is toch niet voor niets een draadloos netwerk)! Het ethernetmodem moet met de meegeleverde netwerkkabel aan de WAN-poort van de router worden aangesloten. In sommige gevallen (afhankelijk van de locatie van de aansluitpunten) kan niet worden voorkomen dat een kabel door het huis moet worden getrokken. Is dit niet gewenst dan kunnen de splitter, modem én draadloze router altijd nog in of nabij de meterkast worden geplaatst. Bedenk wel dat ze in geval storingen gemakkelijk bereikbaar moeten zijn zodat de router en modem opnieuw kunnen worden opgestart.
De signaalontvangst van de draadloze zender is gevoelig voor storingen van DECT-telefoons, magnetrons, meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Daarnaast kan de ontvangst op sommige locaties tegenvallen waardoor er een centralere plek voor de router in het huis gekozen moet worden. In het ergste geval moet bij een draadloze router dus één kabel worden getrokken.
Het is verstandig eerst een internetverbinding te realiseren volgens de aanwijzingen van de internetprovider, zonder gebruik te maken van de router. Op het moment dat de internetverbinding werkt, kan het modem worden aangesloten op de WAN-poort van de router. Lukt het de installatiesoftware niet het ADSL-modem te vinden, dan is de kans groot dat deze wordt geblokkeerd door een firewall. Schakel deze daarom tijdelijk uit! Bij kabelinternet moet soms het MAC-adres van de betreffende computer in de router worden gekloond, zodat de provider 'weet' dat het nog steeds dezelfde computer is die online gaat.
Is er een stroomstoring geweest, dan moet het ADSL-modem veelal opnieuw worden opgestart (met het aan/uit knopje of de stekker even uit het stopcontact halen).
De computer via een netwerkkabel met de router verbinden, is vrij simpel. Zonodig moet eerst een netwerkkaart (met de bijbehorende drivers) worden geïnstalleerd. Sluit de netwerkkabel vervolgens enerzijds aan op een van de poorten van de router en anderzijds op de ethernetpoort van de PC. Controleer hierna of de instellingen correct zijn en of de netwerkverbinding tot stand is gebracht (XP: bij onderdeel Netwerkverbindingen van het configuratiescherm, Vista: bij onderdeel Netwerkcentrum van het configuratiescherm). De verbinding wordt doorgaans vanzelf opgezet, waarbij automatisch een IP-adres wordt verkregen van de DHCP-server van de router.
Controleer eerst of de LAN-verbinding is ingeschakeld, in Windows Vista en Windows 7 is dat direct duidelijk na een blik op het Netwerkcentrum. In Windows XP staat de status achter de verbinding: klik met rechts op de verbinding en kies Inschakelen wanneer deze is uitgeschakeld.

Windows XP
Windows 7
De instellingen kunnen ook eenvoudig worden gewijzigd. In Windows 7 gaat dat via de link LAN-verbinding in het Netwerkcentrum, knop Eigenschappen. In Windows Vista gaat dat via de link Status weergeven in het Netwerkcentrum, knop Eigenschappen. In Windows XP moet bij het onderdeel Netwerkverbindingen met rechts op de LAN-verbinding worden geklikt, om vervolgens Eigenschappen te selecteren. Controleer eerst of het Internet-protocol (TCP/IP) is aangevinkt. Controleer tevens via de knop Eigenschappen van het venster van het TCP/IP-protocol of deze staat ingesteld op automatisch toewijzen (dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt vaak ook het nieuwe TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de v6-variant (nog) niet ondersteund door de internetprovider dan kan deze net zo goed worden uitgeschakeld. De QoS pakketplanner zorgt ervoor dat specifiek internetverkeer (zoals bellen over internet (VoIP)) voorrang krijgt. Deze functie kan eventueel worden uitgeschakeld.
Schakel, wanneer deze niet nodig is, tevens de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken uit zodat het niet meer mogelijk is bestanden cq. printers op de betreffende PC te delen met andere gebruikers van het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat beter afgedicht kan worden als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. Het blijft vervolgens nog steeds mogelijk toegang te krijgen tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

Windows XP vs. Windows Vista/Windows 7
In Windows Vista wordt het verbindingsicoontje standaard rechts onderin het systeemvak getoond, zodat de status van de verbinding snel toegankelijk is (in Windows 7 is de status status te achterhalen met de link LAN-verbinding in het Netwerkcentrum). Dit kan ook in Windows XP worden ingesteld door de optie Pictogram in systeemvak weergeven gedurende de verbinding te activeren (zie afbeelding). Vermeldt het statusvenster bij onderdeel Ontvangen 0 bytes (dus geen activiteit), dan is er een probleem met de communicatie met de router. Controleer in dat geval de firewall-instellingen, de kabels en reset eventueel de router.

Het ingestelde IP-adres is te achterhalen via de knop Details (Windows Vista) of via het tabblad Ondersteuning (Windows XP). In onderstaand geval is deze toegekend door de DHCP-server van de router. Het IP-adres wordt gebruikt voor de identificatie van de computer in het netwerk en begint met dezelfde range getallen als het IP-adres van de router. Het IP-adres van de router wordt vermeld bij Standaard-gateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx. (door dit IP-adres in te tikken in de adresbalk van Internet Explorer kan doorgaans worden ingelogd op de modem-router). Begint het getoonde IP-adres met 169, dan is er een communicatieprobleem met de router.

Is er in Windows XP nog steeds geen verbinding met internet, start dan Internet Explorer, ga via Extra, Internetopties naar het tabblad Verbindingen en klik op de knop Instellen. Vervolgens moet de wizard worden doorlopen door achtereenvolgens te kiezen voor Verbinding met het Internet maken, Ik wil handmatig een verbinding instellen en tot slot de optie Verbinding maken via permanente breedbandverbinding te activeren. Activeer in het eerste scherm tevens de optie dat de internetverbinding nooit gekozen moet worden (is niet altijd mogelijk).
Hoogstwaarschijnlijk wordt er geen gebruik gemaakt van NetBIOS, deze kan dan beter worden uitgeschakeld om zo tot een hoger beveiligingsniveau te komen. Dit is mogelijk via de instellingen van het TCP/IP-protocol van de netwerkverbinding. Klik op de knop Eigenschappen van de netwerkverbinding, selecteer het TCP/IPv4-protocol en klik op Eigenschappen, knop Geavanceerd, tabblad WINS. Schakel daar de NetBIOS via TCP/IP uit.
LET OP: Het is nu niet meer mogelijk computers in het netwerk op hun computernaam te benaderen, zoals bij het delen van bestanden wordt gedaan (het benaderen van de computers in het netwerk is nog wel mogelijk via het IP-adres).
Vervolgens moet de router worden ingesteld. Geef het IP-adres van de router (bijvoorbeeld 192.168.1.1) op in de adresbalk van Internet Explorer. Log vervolgens in met het standaard wachtwoord (zie de handleiding, meestal admin;.het is verstandig dit wachtwoord direct te wijzigen). Nu kan de internetverbinding tot stand worden gebracht, er is immers een netwerkverbinding met de router aangemaakt. De router zelf moet echter eerst weer met het internet worden verbonden. In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically/Dynamic IP-address). Bij kabelinternet moet soms ook het MAC-adres van de computer worden gekloond (te vinden met de knop Details in de hierboven getoonde schermen onder de naam Fysiek adres). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan eventueel even contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de juistheid van de routerinstellingen te doorlopen.
Het is verstandig het toegangswachtwoord van zowel de router als het modem te wijzigen en daar een aantekening van te maken (maak bijvoorbeeld een printscreen van de instellingen en schrijf daar vervolgens het wachtwoord bij). Het is ook handig de inloggegevens van router en/of modem op een klein papiertje te schrijven en deze onderop het betreffende apparaat te plakken.
Bij plotselinge verbindingsproblemen is het verstandig eerst zowel de computer als de router opnieuw op te starten (bijvoorbeeld door de stroom er even af te halen) voordat er uitgebreid naar een oorzaak wordt gezocht. Met het commando PING (bijvoorbeeld PING 192.168.1.1, als dat het IP-adres van de router is) kan de verbinding met de router worden getest. Start daarvoor de Opdrachtprompt met het commando CMD in het uitvoer-/zoekvenster van het startmenu. Het commando IPCONFIG /all kan van pas komen bij het achterhalen van het IP-adres.
Is het niet meer mogelijk in te loggen op de router of het modem omdat het wachtwoord kwijt is? Reset dan de router naar de fabrieksinstellingen, zie daarvoor de handleiding of de website van de routerfabrikant.
Is het wenselijk poorten voor bepaalde software-toepassingen open te zetten? De pagina over het openzetten van poorten gaat hier uitgebreid op in. Bezoek ook eens de website www.portforward.com, hier worden de poortinstellingen voor de meeste routers besproken. Worden opengezette poorten niet meer gebruikt, sluit ze dan weer!
Het instellen van een draadlozer router is doorgaans niet echt moeilijk, het gaat er echter om dat er een goed beveiligde verbinding wordt gerealiseerd. Start een internetbrowser en log in op de router, ga vervolgens naar het onderdeel wireless/draadloos. Eerst moet het draadloze netwerk een naam (ook wel SSID genoemd) worden geven. Stel de SSID van het netwerk in op een niet zo voor de hand liggende naam en laat de rest van de beveiliging voorlopig achterwege. Het moet nu vrij eenvoudig zijn om een draadloze verbinding te maken. Met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm worden de beschikbare draadloze netwerken getoond. Selecteer hier het netwerk met de eerder opgegeven SSID. Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.

Windows XP vs Windows 7
Router instellen op G-only
Wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van
draadloze apparatuur volgens de specificaties van de g-standaard (54 Mbit), stel
dan (indien mogelijk) de draadloze router in op G-only. Dit kan een merkbare
verbetering van de ontvangst opleveren.
Kies een kanaal met weinig storing
Voor het uitzenden van het draadloze signaal zijn dertien verschillende
frequentiekanalen beschikbaar. Wordt een kanaal door meerdere draadloze
netwerken tegelijk gebruikt, dan resulteert dat gegarandeerd in storingen. Maar
ook het gebruik van een naastliggend kanaal kan problemen opleveren! Door in die
gevallen de ingestelde frequentie te wijzigen, kan de kwaliteit van de draadloze
verbinding aanzienlijk worden verbeterd.
Met een tool als NetStumbler voor XP (download: www.netstumbler.com) of Vistumbler voor Vista (download: www.vistumbler.net) kan op eenvoudige wijze worden achterhaald op welke frequenties de draadloze netwerken (inclusief de netwerken waarvan de naam van het draadloze netwerk (de SSID) verborgen wordt gehouden) in de omgeving werkzaam zijn. Het kanaal kan worden gewijzigd door in te loggen op de router. Wordt overigens het kanaal met de hoogste frequentie gekozen dan kan het draadloze netwerk niet altijd worden gevonden (dit probleem is hardwareafhankelijk).
Draadloos icoontje ontbreekt
Ontbreekt het draadloze verbindingsicoontje rechts onderin het systeemvak, dan
zijn de betreffende hardware drivers wellicht nog niet geïnstalleerd. Desgewenst
kan de door de fabrikant meegeleverde verbindingssoftware worden gebruikt, de
met Windows meegeleverde software werkt echter meestal net zo goed (zo niet beter). De
software van de fabrikant kan via
MSCONFIG
worden uitgeschakeld (tabblad Opstarten en/of Services). Daarnaast
moet de service
Wireless Zero Configuration-service
voor XP of
WLAN Auto Config
voor Vista op
automatisch worden gezet.
Herstel verbinding na ontwaken uit de slaapstand
Duurt het vrij lang voordat de internetverbinding weer is opgebouwd nadat de
computer uit de slaapstand komt? Maak dan gebruik van een statisch IP-adres in
plaats van eentje die automatisch door de router wordt toegewezen, het opnieuw
opbouwen van de verbinding zou dan een stuk sneller moeten gaan. Wordt gebruik gemaakt
van meerdere draadloze netwerken, overweeg dan gebruik te maken van Net
Profiles of NetSetMan (zie verderop) om aanmeldproblemen te voorkomen.
SSID broadcast
uitschakelen
Het is verstandig het uitzenden van de SSID uit te schakelen door in de router de optie hide SSID (of iets dergelijks) te activeren. Dat
maakt het ongenode gasten een stukje lastiger het draadloze netwerk te vinden. Doe dit
pas wanneer de verbinding naar behoren functioneert.
MAC-Address control
Meestal
heeft een router ook de mogelijkheid om op MAC-adres (specifiek voor elk
draadloos apparaat) te controleren. Daarmee kan toegang worden verleend aan de
eigen draadloze apparatuur en kan elke andere worden geweigerd. Dit geeft iets meer
beveiliging, maar is op zich wel gemakkelijk te omzeilen door een van de MAC-adressen te klonen. Het is verstandig gebruik te maken van deze optie
wanneer het draadloze netwerk onbeveiligd is. Zorg er dan wel voor dat het MAC-adres van de eigen computer in de lijst komt te staan, anders wordt deze
buitengesloten!
Voorkeursnetwerk
Zet de computer een verbinding op via het
draadloze netwerk van de buren (meestal te merken aan een trage en
slechte draadloze verbinding)? Dit kan worden opgelost door het eigen netwerk
in te stellen als voorkeursnetwerk. Zie bij Windows XP het tabblad Draadloze
Netwerken van de Eigenschappen voor Draadloze netwerkverbinding
(selecteer het eigen draadloze netwerk en klik op Omhoog totdat deze
bovenaan staat) en bij Windows Vista de taak Draadloze netwerken beheren
in het Netwerkcentrum (sleep het eigen draadloze netwerk omhoog zodat
deze bovenaan komt te staan). .
Bij draadloze communicatie moet extra aandacht worden besteed aan de beveiliging, want een slecht beveiligd draadloos netwerk geeft alle buren die het signaal kunnen oppikken toegang tot de gedeelde mappen. Met onvoldoende beveiliging liggen de persoonlijke gegevens (wachtwoorden, e-mail, Live Messenger chats, bezochte websites, internetfavorieten en mogelijk ook de belastinggegevens) dus voor het oprapen!
Het versleutelen van het draadloze verkeer voorkomt dat onbevoegden het verkeer kunnen aftappen en gebruik (of zelfs misbruik) van de internetverbinding kunnen maken. De meeste routers ondersteunen WEP- en WPA-encryptie (ondersteunt der router geen WPA-beveiling, controleer dan via de website van de fabrikant of er eventueel een firmware upgrade beschikbaar is).
Het opzetten van een beveiligde WPA/WPA2-verbinding is niet zo heel erg moeilijk. Zorg er eerst voor dat de draadloze router is ingesteld op WPA of nog liever de verbeterde versie WPA2 (wordt WPA/WPA2 niet door de draadloze adapter ondersteund, controleer dan of er een software-update beschikbaar is). Bij het type gegevenscodering (de codering die wordt gebruikt bij het versleutelen van de datapakketjes) gaat de voorkeur uit naar AES (TKIP is een minder veilig, reeds gekraakt alternatief). Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een Pre Shared Key (PSK), dit is een wachtwoord in de vorm van een zin. Na het instellen van de router kan een verbinding met het gewenste netwerk worden gemaakt door deze uit het overzicht van beschikbare draadloze netwerken te selecteren (mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond). De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet.
De instellingen voor het draadloze netwerk zijn bij Windows XP toegankelijk via de geavanceerde instellingen (op het tabblad Draadloze netwerken kan het voorkeursnetwerk worden geselecteerd). Bij de eigenschappen kan de netwerkidentificatie worden ingesteld op WPA-PSK en bij data encryptie worden gekozen voor AES (of het minder veilige TKIP). Vervolgens moet alleen nog de WPA-netwerksleutel tweemaal worden opgegeven.

De reeds ingestelde draadloze netwerken zijn toegankelijk via Netwerkcentrum, taak Draadloze Netwerken beheren. Zijn er meerdere draadloze netwerken ingesteld, dan kan het gewenste draadloos netwerk als voorkeursnetwerk worden ingesteld door deze omhoog te verslepen (zodat het als eerste wordt genoemd). Via de eigenschappen van de draadloze verbinding (rechter muisklik op het netwerk, kies Eigenschappen, tabblad Beveiliging) kan het beveiligingstype worden ingesteld op WPA of WPA2-Personal. Nadat het versleutelingstype is afgesteld op AES (of het minder veilige TKIP), hoeft alleen nog de netwerkbeveiligingssleutel te worden opgegeven.

De draadloze netwerkverbinding kan ook met WEP-encryptie worden beveiligd in plaats van met WPA/WPA2-encryptie. Zijn er bij WEP echter voldoende pakketjes onderschept, dan kan de WEP-code heel eenvoudig worden teruggerekend! Bij WEP wordt namelijk voor elk pakketje dezelfde sleutel gebruikt, terwijl bij WPA de code voor de versleuteling continu wijzigt. Codering op basis van WPA is dus veel veiliger!
Een met WPA versleutelde verbinding kan opeens wegvallen, bijvoorbeeld omdat deze te veel wordt gestoord door andere apparatuur. Valt de draadloze verbinding weg, controleer dan eerst even of dit niet wordt veroorzaakt door blokkade van de firewall! Worden de problemen hiermee niet opgelost door de firewall uit te schakelen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen, probeer dan eens het opnieuw aankoppelen van de adapter of zelfs een herstart van Windows. Is het probleem hiermee niet opgelost dan kan wellicht beter (het minder veilige) WEP worden gebruikt.
Laptopgebruikers die regelmatig switchen tussen verschillende (draadloze) netwerken, zijn bekend met de bijbehorende problemen. Telkens wanneer de laptop op een ander netwerk wordt aangesloten, moeten de instellingen namelijk weer handmatig worden aangepast. Er zijn twee handige tools die een mooie oplossing voor dit probleem bieden: Net Profiles (download: http://code.google.com/p/netprofiles/) en NetSetMan (download: www.netsetman.com). Beide tools leggen de instellingen per netwerk in een apart profiel vast zodat slechts één handeling nodig is om de instellingen voor het gewenste netwerk te activeren. De volgende instellingen worden vastgelegd:
Net Profiles
Net Profiles is een eenvoudige tool voor het beheren van draadloze
netwerken. Nadat met de knop Nieuw Profiel (in het basisvenster) een nieuw
profiel is aangemaakt, zijn er meerdere tabbladen met instellingen
te doorlopen: de netwerkinstellingen, gedeelde mappen, standaard printer, op te
starten programma’s, bureaubladachtergrond en de instellingen van een draadloos
netwerk.

Hoewel aangemaakte profielen gemakkelijk handmatig kunnen worden geactiveerd (met een klik op de knop Activeer Profiel), is het vaak praktischer gebruik te maken van de automatisch switchen-modus: zodra Windows een bekend draadloos netwerk detecteert, schakelt Net Profiles over op het bijbehorende profiel. Het automatisch switchen tussen profielen kan worden in- en uitgeschakeld via de menubalk: Optie, Niet vragen voor automatisch activeren van Draadloos profiel. Het automatisch activeren van een draadloos netwerk kan alleen wanneer de bij het netwerk behorende SSID (de naam van het draadloze netwerk) is gespecificeerd (op het tabblad Draadloos; zie de instellingen van de specifieke netwerkverbinding). Gebeurt het wisselen tussen netwerken handmatig, dan is het praktisch om snelkoppelingen naar de verschillende profielen aan het bureaublad toe te voegen (via de menubalk van Net Profiles: Bestand, Maak een snelkoppeling op Buroblad).
TIP: Via Options, Select Your Language kan de taal van de gebruikersinterface in het Nederlands worden gewijzigd.

NetSetMan
De tool NetSetMan heeft voor elk profiel een apart tabblad met instellingen. De verschillende
profielen kunnen met een icoontje in het systeemvak snel worden geactiveerd (wat
overigens ook vanuit het programma zelf kan met de knop Activeren). Een
minpuntje: NetSetMan is, in tegenstelling tot Net Profiles, niet in staat een
netwerk automatisch te detecteren en het bijbehorende profiel te activeren.
TIP: Via Options, Preferences kan de taal van de gebruikersinterface in het Nederlands worden gewijzigd.

TIP: Zie tevens de tool Autoroute SMTP (download: www.mailutilities.com/ars) voor het automatisch laten wisselen tussen de in het e-mailprogramma ingestelde SMTP-servers naar gelang de gebruikte internetverbinding.
Het is verstandig elke PC in het netwerk te voorzien van een eigen firewall. Veiligheid voor alles, met name waanneer het netwerk is uitgebreid met draadloze functionaliteit! Worden bestanden gedeeld, dan zal de firewall op de betreffende PC iets soepeler moeten worden afgesteld zodat andere gebruikers binnen het netwerk toegang kunnen krijgen tot de gedeelde bestanden.
In plaats van het dynamisch laten toewijzen van de IP-adressen (door de DHCP-server van de router), kan er ook gebruik worden gemaakt van vaste IP-adressen. Vaste IP-adressen hebben als grootste voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijker te vinden zijn, ook na een reset van de router na een stroomstoring.
TIP: Op de pagina over het delen van bestanden met een gedeelde netwerkmap wordt uitgebreid beschreven hoe bestanden in een netwerk kunnen worden gedeeld met andere computers in het netwerk.
|
This page is also available in english: |
|
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW