Een (draadloos) netwerk/internet aanleggen

Deze pagina gaat over het aanleggen van een goed beveiligd (draadloos) netwerk waarop alle in het huishouden aanwezige apparaten (zoals desktops, laptops, tablets, smartphones en andere mobiele apparaten) kunnen worden aangesloten en desgewenst met elkaar verbonden. De voordelen van een dergelijk thuisnetwerk zijn divers: één internetverbinding voor alle apparaten, gedeelde printers en natuurlijk de mogelijkheid bestanden uit te wisselen.

Wat is er nodig voor een (draadloos) netwerk?

Modem
Het modem (ook wel eens ethernetmodem genoemd) is het apparaat dat de daarop aangesloten apparaten (zoals televisie, internet en bellen) met internet verbindt. De voorkeur gaat uit naar het door de internetprovider geleverde modem, de provider ondersteunt doorgaans namelijk alleen dit apparaat.

Router (bedraad of draadloos)
Een router wordt gebruikt als internetverdeelstation tussen de verschillende (al dan niet draadloos) aangesloten apparaten. De meeste routers zijn standaard uitgerust met zowel bedrade als draadloze (wifi-)functionaliteit. Dat is handig wanneer er verschillende typen apparaten in huis zijn: desktopcomputers kunnen het beste bedraad worden aangesloten terwijl mobiele apparaten gebruik kunnen maken van de wifi-verbinding. Draadloze routers zijn in verschillende snelheden verkrijgbaar: de 54 Mbit-variant (de g-standaard) is lang de standaard geweest, met de nieuwe n-standaard zijn echter nog veel hogere snelheden mogelijk. Er is een groot kwaliteitsverschil tussen de diverse routers, sommige veroorzaken zelfs onverklaarbare problemen. Koop dus liever niet een van de goedkopere draadloze routers en vraag bij aanschaf altijd of het apparaat mag worden teruggebracht indien hij niet naar wens functioneert.

Het modem wordt op de WAN-poort van de router aangesloten zodat elke met de router verbonden computer via deze poort toegang krijgt tot het internet. De meeste routers (en modems) zijn voorzien van drie of vier fysieke poorten waarop de computers (met CAT5- of CAT6-kabels) direct aangesloten kunnen worden. Sluit computers bij voorkeur bedraad aan, draadloze aansluitingen kunnen elkaar namelijk storen, resulterend in een trage of slechte verbinding.

LET OP: Wordt de draadloze functie van modem of router (indien aanwezig) niet gebruikt, schakel deze dan uit zodat onbevoegden er geen gebruik van kunnen maken!

Netwerkkabels voor aansluiting op het modem of de router
Voor een normale 100 Mbit aansluiting op het modem of de router zijn CAT5-kabels nodig (geen crosskabels, deze zijn alleen geschikt om twee PC's direct aan elkaar te koppelen, zonder tussenkomst van een router). Gebruik bij een Gigabit-modem/router/switch (met een maximale verbindingssnelheid van 1.000 Mbit) liever CAT6-kabels om er zeker van te zijn dat de gewenste snelheid wordt behaald (zeker bij het overbruggen van een grote afstand!).

Draadloze netwerkadapter
Om draadloos te kunnen communiceren met de router moet de computer zijn voorzien van een draadloze netwerkadapter. Mobiele apparaten zijn vrijwel allemaal standaard met draadloze functionaliteit uitgerust. Moet de desktopcomputer ook via een draadloze verbinding op het netwerk worden aangesloten, maak dan gebruik van een speciale USB-adapter of PCI-kaart. Kies bij voorkeur voor hetzelfde merk als de router, dat zorgt voor de minste problemen.

Printers delen in het netwerk
Afhankelijk van het type printer zijn er twee mogelijkheden om deze op de computer aan te sluiten: direct met een (ouderwetse) parallelle of USB verbinding of indirect (via het netwerk) met een netwerkverbinding. Door een aan de computer gekoppelde printer te delen (bijvoorbeeld via de Thuisgroep), kan deze toegankelijk worden gemaakt voor andere computers in het netwerk. Nadeel is wel dat de computer met de gedeelde printer aan moet blijven staan. Dit probleem wordt opgelost door een printer met parallelle of USB-verbinding door middel van een printerserver in het netwerk op te nemen. Printerservers zijn echter niet goedkoop, gelukkig leveren sommige fabrikanten een aantrekkelijk geprijsde router met ingebouwde printerserver. Als alternatief kan ook worden gekozen voor een netwerkprinter, deze zijn iets duurder in aanschaf maar eenvoudig via het netwerk aan te sluiten en te delen (hiervoor is dus geen printerserver nodig).

Het draadloos netwerk instellen (stappenplan)

Nu de juiste spullen in huis zijn, is de volgende stap het plaatsen van het modem en de router. De locatie is voornamelijk afhankelijk van het type internetabonnement (kabel of ADSL). De beste plaats voor een kabelmodem wordt bepaald door de plek waar het kabelsignaal het pand binnenkomt. Bij ADSL is de locatie van de telefoonlijn bepalend: in de meterkast of bij het telefoonstopcontact dat zich het dichtst bij de werkplek bevindt. Let op: hiermee worden andere, rechtstreeks uit de meterkast getrokken telefoonstopcontacten onbruikbaar (een DECT-basisstation met bijbehorende draadloze telefoontoestellen kan dit probleem ondervangen).

Is er geen behoefte aan een netwerk dan kan direct een netwerkkabel van het modem naar de betreffende computer(s) worden getrokken. Wordt echter ook een (draadloze) router geplaatst dan moet de netwerkkabel van het modem op de WAN-poort van de router worden aangesloten. In sommige gevallen (afhankelijk van de locatie van de aansluitpunten) kan niet worden voorkomen dat een kabel door het huis moet worden getrokken. Is dit niet gewenst dan kunnen het modem én de draadloze router (zo nodig inclusief ADSL-splitter) altijd nog gezamenlijk in of nabij de meterkast worden geplaatst. Bedenk wel dat ze in geval van storingen gemakkelijk bereikbaar moeten zijn zodat de router en modem opnieuw kunnen worden opgestart.

TIP BIJ PLAATSING

De signaalontvangst van de draadloze zender kan worden gestoord door van alles en nog wat: DECT-telefoons, magnetrons, de meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Dit kan in veel gevallen worden opgelost door de router op een andere plek in het huis te plaatsen.


Stap 1: Het modem installeren
Het is verstandig eerst een internetverbinding te realiseren volgens de aanwijzingen van de internetprovider, zonder gebruik te maken van een router. Lukt het de installatiesoftware niet het modem te vinden, dan is de kans groot dat deze door een firewall wordt geblokkeerd. Schakel de firewall zo nodig even uit tijdens de installatie van de modemsoftware. Bij kabelinternet moet soms het MAC-adres van de betreffende computer in de router worden gekloond, zodat de provider 'weet' dat het nog steeds dezelfde computer is die online gaat.

Stap 2: De router aansluiten
Zodra het gelukt is de internetverbinding via het modem tot stand te brengen, kan het modem worden aangesloten op de WAN-poort van de router. Desgewenst kunnen computers nu met een netwerkkabel op de router worden aangesloten: enerzijds op een van de poorten van de router en anderzijds op de ethernetpoort van de PC. Controleer hierna in het Netwerkcentrum (toegankelijk via het configuratiescherm) of de LAN-verbinding is ingeschakeld en of de netwerkverbinding tot stand is gebracht. De verbinding wordt doorgaans vanzelf opgezet, waarbij automatisch een IP-adres wordt verkregen van de DHCP-server van de router.

(Draadloos) netwerk aanleggen

Windows XP

Netwerkcentrum Windows 7 

Windows 7Vista

Netwerkcentrum Windows 8 

Windows 8

Stap 3: Verbinding controleren en instellingen wijzigen
De status van de internetverbinding kan eenvoudig worden gecontroleerd via de link Ethernet (Windows 8)/LAN-verbinding (Windows 7/Vista) in het Netwerkcentrum). Vermeldt het statusvenster bij onderdeel Ontvangen 0 bytes (dus geen activiteit), dan is er een probleem met de communicatie met de router. Controleer in dat geval de firewall-instellingen, de kabels en reset eventueel de router.

Status Windows netwerkverbinding

Windows 8

Via de knop Eigenschappen kunnen netwerkinstellingen worden gecontroleerd en zo nodig gewijzigd. Controleer eerst of het Internet-protocol versie 4 (TCP/ IPv4) is aangevinkt (controleer gelijk even via de knop Eigenschappen of het TCP/IP-protocol staat ingesteld op automatisch toewijzen, dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt vaak ook het nieuwe TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de v6-variant (nog) niet ondersteund door de internetprovider dan kan deze net zo goed worden uitgeschakeld.

VASTE IN PLAATS VAN DYNAMISCHE IP ADRESSEN

In plaats van het dynamisch laten toewijzen van de IP-adressen (door de DHCP-server van de router) kan ook gebruik worden gemaakt van vaste IP-adressen. Vaste IP-adressen hebben als grootste voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijker te vinden zijn, ook na een reset van de router (bijvoorbeeld na een stroomstoring). Worden echter vaste en dynamische IP-adressen naast elkaar gebruikt dan is de kans aanwezig dat er na een reset van de router conflicten ontstaan wanneer de apparaten met de dynamische IP-adressen als eerste worden aangemeld. Houd hier dus rekening mee!


De QoS pakketplanner zorgt ervoor dat specifiek internetverkeer (zoals bellen over internet (VoIP) voorrang krijgt. Alhoewel het uitschakelen van QoS geen problemen geeft, is het verstandig deze aan te laten staan. Schakel, wanneer deze niet nodig is, de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken uit zodat het niet meer mogelijk is bestanden cq. printers op de betreffende PC te delen met andere gebruikers van het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat beter afgedicht kan worden als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. Het blijft vervolgens nog steeds mogelijk toegang te krijgen tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

Eigenschappen netwerkverbinding Windows

Windows 8

NETBIOS VIA TCP/IP UITSCHAKELEN

Wordt er geen gebruik gemaakt van NetBIOS dan kan deze uit veiligheidsoverwegingen beter worden uitgeschakeld: selecteer het TCP/IPv4-protocol, knop Eigenschappen, knop Geavanceerd, tabblad WINS, activeer de optie NetBIOS via TCP/IP uitschakelen. Let op: het is hierna niet meer mogelijk computers in het netwerk op hun computernaam te benaderen, zoals op de pagina over het delen van bestanden wordt beschreven (het benaderen van de computers in het netwerk is nog wel mogelijk via het IP-adres).


Stap 4: De router instellen
Het ingestelde IP-adres is te achterhalen via het Netwerkcentrum, link Ethernet (Windows 8)/LAN-verbinding (Windows 7/Vista), knop Details of via het tabblad Ondersteuning (Windows XP), in onderstaand geval is deze toegekend door de DHCP-server van de router. Het IP-adres wordt gebruikt voor de identificatie van de computer in het netwerk en begint met dezelfde range getallen als het IP-adres van de router. Het IP-adres van de router wordt vermeld bij Standaard-gateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx (doorgaans 10.0.0.1, 10.0.0.138, 192.168.1.1 of 192.168.1.254). Begint het getoonde IP-adres met 169 dan is er een communicatieprobleem met de router.

(door dit IP-adres in te tikken in de adresbalk van Internet Explorer kan doorgaans worden ingelogd op de modem-router).

Windows 8

TIP: Is er in Windows XP nog steeds geen verbinding met internet, start dan Internet Explorer, ga via Extra, Internetopties naar het tabblad Verbindingen en klik op de knop Instellen. Vervolgens moet de wizard worden doorlopen door achtereenvolgens te kiezen voor Verbinding met het Internet maken, Ik wil handmatig een verbinding instellen en tot slot de optie Verbinding maken via permanente breedbandverbinding te activeren. Activeer in het eerste scherm tevens de optie dat de internetverbinding nooit gekozen moet worden (is niet altijd mogelijk).

Geef het IP-adres van de router op in de adresbalk van Internet Explorer. Log vervolgens in met het standaard wachtwoord (zie de handleiding, meestal admin; het is verstandig dit wachtwoord direct te wijzigen). In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically/Dynamic IP-address). Ligt het IP-adres van de router in de IP-range van het modem dan zal er sprake zijn van een conflict, in dat geval moet het IP-adres van de router (en de bijbehorende range van automatisch toegewezen IP-adressen) worden gewijzigd van 192.168.xxx.xxx in 10.0.xxx.xxx (of vice versa). Bij kabelinternet moet soms ook het MAC-adres van de computer worden gekloond (zie afbeelding hierboven, optie Fysiek adres). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de routerinstellingen te doorlopen.

WACHTWOORD WIJZIGEN

Het is verstandig het toegangswachtwoord van zowel de router als het modem te wijzigen en daar een aantekening van te maken (maak bijvoorbeeld een printscreen van de instellingen en schrijf daar vervolgens het wachtwoord bij). Het is ook handig de inloggegevens van router en/of modem op een klein papiertje te schrijven en dit onderop het betreffende apparaat te plakken.


PLOTSELING GEEN VERBINDING MEER?

Bij plotselinge verbindingsproblemen is het verstandig eerst zowel de computer als de router opnieuw op te starten (bijvoorbeeld door de stroom er even af te halen) voordat er uitgebreid naar een oorzaak wordt gezocht. Met het commando PING (bijvoorbeeld PING 192.168.1.1, als dat het IP-adres van de router is) kan de verbinding met de router worden getest. Start daarvoor de Opdrachtprompt met het commando CMD in het uitvoer-/zoekvenster van het startmenu. Het commando IPCONFIG /all kan van pas komen bij het achterhalen van het IP-adres.


ROUTER RESETTEN NAAR FABRIEKSINSTELLINGEN

Is het niet meer mogelijk in te loggen op de router of het modem omdat het wachtwoord kwijt is? Reset dan de router naar de fabrieksinstellingen, zie daarvoor de handleiding of de website van de routerfabrikant.


POORTEN VAN DE ROUTER OPENZETTEN

Is het wenselijk poorten voor bepaalde softwaretoepassingen open te zetten? De pagina over het openzetten van poorten gaat hier uitgebreid op in. Bezoek ook eens de website www.portforward.com, hier worden de poortinstellingen voor de meeste routers besproken. Worden opengezette poorten niet meer gebruikt, sluit ze dan weer!


Stap 5: Router instellen voor een draadloze verbinding
Het opzetten van een draadloze verbinding is doorgaans niet zo moeilijk, de crux zit hem echter in het beveiligen ervan. Log via de internetbrowser in op de router en ga naar het onderdeel wireless/draadloos. Eerst moet het draadloze netwerk een naam (ook wel SSID genoemd) worden geven. Stel de SSID van het netwerk in op een niet zo voor de hand liggende naam en laat de rest van de beveiliging voorlopig achterwege. Het moet nu vrij eenvoudig zijn om een draadloze verbinding te maken.

Stap 6: Draadloze verbinding maken
Met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm (bij Windows 8 tevens in de charm Instellingen) worden de beschikbare draadloze netwerken getoond. Selecteer hier het netwerk met de bij stap 5 opgegeven SSID en geef het wachtwoord op. Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.

Een draadloos netwerk selecteren   Een draadloos netwerk selecteren

Windows XP vs Windows 7

Bij Windows 8.1 worden de beschikbare draadloze netwerken getoond met een dubbelklik op het draadloze icoontje in het systeemvak rechts onderin het scherm of bij de charm Instellingen. Selecteer hier achtereenvolgens het netwerk met de bij stap 5 opgegeven SSID (gaat het om een tijdelijke verbinding, schakel dan de optie Automatisch verbinding maken uit) en geef de voor het draadloze netwerk benodigde netwerkbeveiligingscode op (zie ook stap 7). Tot slot wordt gevraagd of er automatisch verbinding gemaakt mag worden met andere apparaten in het netwerk. Beantwoord deze vraag alleen met Ja wanneer het om een vertrouwd thuis-/bedrijfsnetwerk gaat.

     

Windows 8.1

AUTOMATISCH VERBINDING MAKEN UITSCHAKELEN (WINDOWS 8.1)

Via het configuratiescherm, onderdeel Netwerkcentrum kan de automatische verbinding met het op dat moment actieve draadloze netwerk worden opgeheven: klik op de link Wi-Fi bij het icoontje voor de draadloze verbinding, knop Eigenschappen van draadloos netwerk en deactiveer de optie Automatisch verbinding maken wanneer dit netwerk binnen bereik is.

Draadloze verbinding uit het geheugen verwijderen
Moet een overbodig draadloos netwerk weer uit het geheugen worden verwijderd maar is deze niet meer binnen bereik (en wordt deze dus niet meer getoond in de charm Instellingen bij de draadloze netwerken)? De instellingen voor het betreffende netwerk kunnen dan altijd nog met het commando netsh wlan delete profile name="SSID" in de Opdrachtprompt (toegankelijk via het Win-X startmenu) worden benaderd. Vervang SSID door de naam van het betreffende draadloze netwerk, indien nodig te achterhalen met het commando netsh wlan show profiles. De ingestelde draadloze netwerken zijn tevens met de registereditor te verwijderen vanuit de registersleutel HKCU\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Network\DataUsage\Wlan\.


ENKELE TIPS VOOR EEN GOEDE DRAADLOZE VERBINDING

Router instellen op G-only
Wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van draadloze apparatuur volgens de specificaties van de g-standaard (54 Mbit) of de n-standaard (ruim 100 Mbit), stel dan (indien mogelijk) de draadloze router in op G-only of N-only. Dit kan een merkbare verbetering van de ontvangst opleveren.

Verlies van draadloze verbinding
Het komt wel eens voor dat een versleutelde draadloze verbinding opeens wegvalt, bijvoorbeeld omdat deze door andere apparatuur wordt gestoord. Valt de draadloze verbinding weg, controleer dan eerst of dit wordt veroorzaakt door een blokkade van de firewall! Worden de problemen niet opgelost door de firewall uit te schakelen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen, probeer dan eens het opnieuw aankoppelen van de draadloze adapter of zelfs een herstart van de router en/of Windows. Is het probleem hier nog steeds niet mee opgelost dan is het wellicht beter de beveiliging van de draadloze verbinding te verlagen of zelfs nieuwe apparatuur aan te schaffen.

Kies een kanaal met weinig storing
Voor het uitzenden van het draadloze signaal zijn dertien verschillende frequentiekanalen beschikbaar. Wordt een kanaal door meerdere draadloze netwerken tegelijk gebruikt, dan resulteert dat gegarandeerd in storingen. Ook een naastliggend kanaal kan dan nog verbindingsproblemen opleveren! Door in die gevallen het ingestelde frequentiekanaal te wijzigen, kan de kwaliteit van de draadloze verbinding aanzienlijk worden verbeterd.

Tools als InSSIDer (download: www.metageek.net/products/inssider/), NetStumbler voor XP (download: www.netstumbler.com) en Vistumbler voor Vista (download: www.vistumbler.net) kunnen worden gebruikt om te achterhalen welke frequenties reeds gebruikt worden door de lokale draadloze netwerken (inclusief de netwerken waarvan de naam (de SSID) verborgen wordt gehouden). Blijkt de ingestelde frequentie druk bezet dan kan deze bij de routerinstellingen worden gewijzigd (door in te loggen op de router). Wordt overigens het kanaal met de hoogste frequentie gekozen dan komt het wel eens voor dat het draadloze netwerk niet kan worden gevonden (dit probleem is hardwareafhankelijk).

Draadloos icoontje ontbreekt (XP/Vista/7)
Lukt het niet om de draadloze verbinding tot stand te brengen en ontbreekt het draadloze verbindingsicoontje rechts onderin het systeemvak dan moeten de betreffende hardware drivers waarschijnlijk nog worden geïnstalleerd. Hiervoor kan de door de fabrikant meegeleverde verbindingssoftware worden gebruikt, de met Windows meegeleverde software werkt echter meestal net zo goed (zo niet beter). De software van de fabrikant kan in dat geval via MSCONFIG worden uitgeschakeld (tabblad Opstarten en/of Services). Daarnaast moet de service Wireless Zero Configuration-service voor XP of WLAN Auto Config voor Vista op automatisch worden gezet.

Herstel verbinding na ontwaken uit de slaapstand
Duurt het vrij lang voordat de internetverbinding weer is opgebouwd nadat de computer uit de slaapstand komt? Maak dan gebruik van een statisch IP-adres in plaats van eentje die automatisch door de router wordt toegewezen, het opnieuw opbouwen van de verbinding zou dan een stuk sneller moeten gaan. Wordt gebruik gemaakt van meerdere draadloze netwerken, overweeg dan gebruik te maken van een netwerkmanager als Net Profiles of NetSetMan (zie verderop) om aanmeldproblemen te voorkomen.

SSID broadcast uitschakelen
Het is verstandig het uitzenden van de SSID uit te schakelen door in de router de optie hide SSID (of iets vergelijkbaars) te activeren. Dat maakt het ongenode gasten een stukje lastiger het draadloze netwerk te vinden. Doe dit pas wanneer de verbinding naar behoren functioneert, de SSID is namelijk wel handig bij het tot stand brengen van de draadloze verbinding!

MAC-Address control
Meestal heeft een router ook de mogelijkheid om op MAC-adres (unieke code voor het identificeren van draadloze apparaten) te controleren. Op basis van het MAC-adres kan toegang worden verleend (aan de eigen draadloze apparatuur) danwel geweigerd (apparatuur van derden). Dit geeft iets meer beveiliging maar is wel weer makkelijk te omzeilen door een van de MAC-adressen te klonen. Het is verstandig gebruik te maken van deze optie wanneer het draadloze netwerk door omstandigheden niet te beveiligen is. Zorg er dan wel voor dat het MAC-adres van de eigen computer in de lijst komt te staan, anders wordt deze buitengesloten!

Automatisch verbinding maken met draadloos netwerk
Maakt de computer verbinding met het onbeveiligde draadloze netwerk van de buren dan resulteert dit vaak in een slechte verbinding en/of het niet kunnen verzenden van e-mail. Deze problemen worden voorkomen door het eigen netwerk in te stellen als netwerk waarmee automatisch verbinding moet worden gemaakt zodra deze binnen bereik is. Hiervoor moet eerst de huidige actieve draadloze verbinding worden ontkoppeld (dus die van de buren), dat kan via de charm Instellingen, pictogram voor de draadloze netwerken, dubbelklik op de actieve draadloze verbinding en deactiveer de optie Automatisch verbinding maken. Vervolgens kan het eigen draadloze netwerk worden geactiveerd om automatisch verbinding mee te maken.


Stap 7: Draadloos netwerk beveiligen met WPA- of WPA2-encryptie
Bij draadloze communicatie moet extra aandacht worden besteed aan de beveiliging, want een slecht beveiligd draadloos netwerk geeft alle buren die het signaal kunnen oppikken toegang tot de gedeelde mappen. Met onvoldoende beveiliging liggen de persoonlijke gegevens (waaronder wachtwoorden, e-mail, chats, bezochte websites, internetfavorieten en soms zelfs belastinggegevens) dus voor het oprapen!

Het versleutelen van het draadloze verkeer voorkomt dat onbevoegden het verkeer kunnen aftappen en gebruik (of zelfs misbruik) van de internetverbinding kunnen maken. De meeste routers ondersteunen WPA-encryptie. Het opzetten van een beveiligde WPA/WPA2-verbinding is niet zo heel erg moeilijk. Zorg er eerst voor dat de draadloze router is ingesteld op WPA. Of, nog liever: de verbeterde versie WPA2 aangezien het met tools als Aircrack-ng (download: www.aircrack-ng.org) vrij eenvoudig is om WPA-sleutels te achterhalen... Wordt WPA2 niet door de draadloze router ondersteund, controleer dan of er een firmware-update beschikbaar is. Bij het type gegevenscodering (de codering die wordt gebruikt bij het versleutelen van de datapakketjes) gaat de voorkeur uit naar AES (TKIP is een minder veilig, reeds gekraakt alternatief). Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een Pre Shared Key (PSK), dit is een wachtwoord in de vorm van een zin. Na het instellen van de router kan via het draadloze verbindingsicoontje in het systeemvak (zie de voorgaande afbeelding) een draadloos netwerk worden geselecteerd waarmee verbinding moet worden gemaakt (mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond). De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet.

De instellingen voor het draadloze netwerk zijn bij Windows XP toegankelijk via de geavanceerde instellingen (op het tabblad Draadloze netwerken kan het voorkeursnetwerk worden geselecteerd). Bij de eigenschappen kan de netwerkidentificatie worden ingesteld op WPA-PSK en bij data encryptie worden gekozen voor AES (of het minder veilige TKIP). Vervolgens moet alleen nog de WPA-netwerksleutel tweemaal worden opgegeven.

Draadloos netwerk: WPA encryptie, kies voor WPA-PSK en TKIP

Via de eigenschappen van de draadloze verbinding (toegankelijk via het configuratiescherm, onderdeel Netwerkcentrum, link Wi-Fi, knop Eigenschappen voor draadloos netwerk, tabblad Beveiliging) kan het beveiligingstype worden ingesteld op WPA of WPA2-Personal. Nadat het versleutelingstype is afgesteld op AES (of het minder veilige TKIP), hoeft alleen nog de netwerkbeveiligingssleutel te worden opgegeven.

WPA2-AES

BEVEILIGEN MET WPA- OF WEP-ENCRYPTIE?

De draadloze netwerkverbinding kan ook met WEP-encryptie worden beveiligd in plaats van met WPA/WPA2-encryptie. Codering op basis van WEP is echter lang niet zo veilig als WPA, WEP wordt namelijk voor elk pakketje gebruikt waardoor de code heel eenvoudig kan worden teruggerekend wanneer voldoende pakketjes zijn onderschept! Bij WPA-encryptie is dit onmogelijk omdat bij deze methode de versleutelingscode continu wijzigt.


Eenvoudig wisselen tussen (draadloze) netwerken

Mobiele apparaten die regelmatig switchen tussen verschillende (draadloze) netwerken zijn bekend met de bijbehorende problemen. Telkens wanneer de laptop op een ander netwerk wordt aangesloten, moeten de instellingen namelijk weer handmatig worden aangepast. Er zijn twee handige tools die een mooie oplossing voor dit probleem bieden: Net Profiles (download: http://code.google.com/p/netprofiles/) en NetSetMan (download: www.netsetman.com). Beide tools leggen de instellingen per netwerk in een apart profiel vast zodat slechts één handeling nodig is om de instellingen voor het gewenste netwerk te activeren. De volgende instellingen worden vastgelegd:

Net Profiles
Net Profiles is een eenvoudige tool voor het beheren van draadloze netwerken. Nadat met de knop Nieuw Profiel (in het basisvenster) een nieuw profiel is aangemaakt, zijn er meerdere tabbladen met instellingen te doorlopen: de netwerkinstellingen, gedeelde mappen, standaard printer, op te starten programma's, bureaubladachtergrond en de instellingen van een draadloos netwerk.

Automatisch wisselen tussen de aangemaakte draadloze netwerken.

Hoewel aangemaakte profielen gemakkelijk handmatig kunnen worden geactiveerd (met een klik op de knop Activeer Profiel), is het vaak praktischer gebruik te maken van de automatisch switchen-modus: zodra Windows een bekend draadloos netwerk detecteert, schakelt Net Profiles over op het bijbehorende profiel. Het automatisch switchen tussen profielen kan worden in- en uitgeschakeld via de menubalk: Optie, Niet vragen voor automatisch activeren van Draadloos profiel. Het automatisch activeren van een draadloos netwerk kan alleen wanneer de bij het netwerk behorende SSID (de naam van het draadloze netwerk) is gespecificeerd (op het tabblad Draadloos; zie de instellingen van de specifieke netwerkverbinding). Gebeurt het wisselen tussen netwerken handmatig, dan is het praktisch om snelkoppelingen naar de verschillende profielen aan het bureaublad toe te voegen (via de menubalk van Net Profiles: Bestand, Maak een snelkoppeling op Buroblad).

TIP: Via Options, Select Your Language kan de taal van de gebruikersinterface in het Nederlands worden gewijzigd.

Instellingen draadloos netwerk vastleggen.

NetSetMan
NetSetMan heeft voor elk profiel een apart tabblad met instellingen. De verschillende profielen kunnen met een icoontje in het systeemvak snel worden geactiveerd (wat overigens ook vanuit het programma zelf kan met de knop Activeren). Een minpuntje: NetSetMan is, in tegenstelling tot Net Profiles, niet in staat een netwerk automatisch te detecteren en het bijbehorende profiel te activeren.

Netsetman

Maak gebruik van firewall-software

Veiligheid voor alles, met name wanneer het netwerk is uitgebreid met draadloze functionaliteit! Het is daarom verstandig elke PC in het netwerk te voorzien van een eigen firewall. Worden bestanden via het netwerk gedeeld dan zal de firewall op de betreffende PC wel iets soepeler moeten worden afgesteld zodat andere gebruikers binnen het netwerk ook toegang kunnen krijgen tot de gedeelde bestanden.

TIP: Op de pagina over het delen van bestanden met een gedeelde netwerkmap wordt uitgebreid beschreven hoe bestanden in een netwerk kunnen worden gedeeld met andere computers in het netwerk.

 
 
 
HOME
Windows 8.1
Windows 7
Windows XP
BEVEILIGEN
AVG virusscanner
Comodo Internet Security
HOSTS-bestand
SOFTWARE
Dropbox
Bestandssynchronisatie
Gratis software
NETWERK/INTERNET
Draadloos netwerk
Bestanden delen
Outlook
HERINSTALLATIE
10 stappenplan
Back-up gegevens
Partitioneren
SYSTEEMBEHEER
Opstartproces
Windows register
Mijn docs verplaatsen
 

© 2001-2014 - - SchoonePC - Rotterdam - The Netherlands