Nu Windows Vista is geïnstalleerd en er al enige aanpassingen aan het startmenu en het bureaublad hebben plaatsgevonden, wordt het tijd om wat verbeteringen aan te brengen zodat Vista wat gebruikersvriendelijker wordt.
Een algemeen overzicht van de systeeminstellingen wordt gegeven bij het onderdeel Systeem van het configuratiescherm. In dit venster is een door Vista berekende systeemclassificatie van de aanwezige hardware (Windows Prestatie-index) af te lezen (mits deze reeds is berekend, volg anders de link Systeemclassificatie is niet beschikbaar om deze alsnog te laten berekenen). Deze score wordt bepaald door de afzonderlijke prestaties van de aanwezige hardware (de maximale score is 6). De score maakt duidelijk in hoeverre het systeem geschikt is voor de verschillende functionaliteiten van Windows Vista, en waar hardwarematige verbeteringen mogelijk zijn.

Door op de link Windows Prestatie-index te klikken, worden de subscores getoond waarop de totaalscore is gebaseerd. Voor diverse hardwarematige onderdelen (de processor, het RAM-geheugen, de grafische kaart en de harde schijf/partitie waar Windows op is geïnstalleerd) wordt een aparte score berekend. De totaalscore wordt bepaald door de zwakste schakel in het systeem, de laagste is dus bepalend voor de totaalscore. Op zich is deze methode vrij subjectief, het laat echter wel snel zien welke onderdelen vervangen moeten worden om de algemene prestaties te verbeteren. Moet de Windows Prestatie-index opnieuw worden berekend, dan kan dat met de link De score bijwerken.

Lukt het niet meer de Windows Prestatie-index opnieuw te berekenen? In veel
gevallen kan dat met de volgende handelingen worden opgelost: start de
Windows Verkenner en verwijder de bestanden in de map C:\Windows\Performance\WinSAT\DataStore
(maak de map zo nodig eerst zichtbaar via de knop Organiseren,
Map- en zoekopties, tabblad Weergave en activeer de optie
Verborgen bestanden en mappen weergeven). Start vervolgens de
registereditor en verwijder de
registerwaarde PerfcplEnabled in de volgende registersleutels (indien
aanwezig):
HKLM\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Windows\Control Panel\Performance Control
Panel
HKCU\SOFTWARE\Policies\Microsoft\Windows\Control Panel\Performance Control
Panel
Voor de Windows Prestatie-index is de laagste waarde bepalend voor de totaalscore. Het is echter niet duidelijk waarop dat precies wordt gebaseerd, laat staan dat het mogelijk is te testen op prestatieverbeteringen. In de map C:\Windows\Performance\WinSAT\DataStore worden de meer gedetailleerde resultaten (in XML-formaat) opgeslagen. Met het commando WINSAT.EXE formal in de Opdrachtprompt is het mogelijk zelf een prestatietest uit te voeren, met het commando WINSAT.EXE /? worden de overige mogelijkheden getoond.
In tegenstelling tot voorgaande Windows-versies is het in Windows Vista wèl mogelijk de productcode te wijzigen. De optie Productcode wijzigen staat onderin het scherm Informatie over de computer weergeven, te bereiken via het onderdeel Systeem van het configuratiescherm. Na een wijziging moet Windows wel opnieuw worden geactiveerd. Deze optie bespaart een herinstallatie bij het omzetten van een illegale versie naar een legale.
Wilt u de weergavetaal van Windows wijzigen, bijvoorbeeld omdat de computer in het buitenland is gekocht en deze dus niet uw voorkeurstaal gebruikt? De meest uitgebreide versie van Windows Vista, Windows Vista Ultimate, ondersteunt meerdere talen waardoor de weergavetaal eenvoudig kan worden gewijzigd (voeg extra talen toe via Microsoft Update waarna de weergavetaal via het configuratiescherm, onderdeel Landinstellingen, tabblad Toetsenborden en talen kan worden aangepast). De overige Windows Vista-versies ondersteunen slechts één taal waardoor de taal van de gebruikersinterface niet vanuit Windows kan worden gewijzigd. Bij deze Windows-versies kan de gratis tool Vistalizator (download: www.froggie.sk) uitkomst bieden! Met deze tool kunnen de door Microsoft uitgebrachte taalpakketten namelijk alsnog worden gedownload en in een bestaande Windows Windows Vista-installatie geïntegreerd. Let op: hoewel het programma gebruik maakt van de officiële taalpakketten wordt deze workaround niet door Microsoft ondersteund. Ontstaan er problemen met de licentie van Windows, de-installeer dan update KB971033 (door deze update te verbergen wordt hij niet opnieuw geïnstalleerd).
De geavanceerde systeeminstellingen zijn bereikbaar via het onderdeel Systeem van het configuratiescherm, optie Geavanceerde systeeminstellingen (links in het taakvenster).
Tabblad Systeembeveiliging
Systeemherstel (oftewel het herstellen van Windows naar een eerder gemaakt
systeemherstelpunt) kan bijzonder nuttig zijn wanneer het systeem op de een of
andere manier in de problemen komt. De herstelgegevens worden per partitie
opgeslagen in de map System Volume Information en kunnen op elk gewenst
moment worden teruggezet. Wees wel voorzichtig met het toepassen van
systeemherstel, het komt namelijk wel eens voor dat er gegevens bij verloren
gaan of dat er zich nadien opstartproblemen voordoen.
Wanneer u met een systeemback-up gaat werken, dan is systeemherstel niet meer van belang voor de Windows-partitie en kan deze functie net zo goed worden uitgeschakeld (let op: dus alleen voor de C:-partitie!). Verwijder hiervoor het vinkje bij de Windows-partitie op tabblad Systeembeveiliging: de mappen System Volume Information worden nu automatisch geleegd waardoor flink wat schijfruimte wordt vrijgemaakt. Het is hierna niet meer mogelijk terug te keren naar een eerder gemaakt herstelpunt en/of met behulp van bestandsherstel bestanden te herstellen! Wordt de persoonlijke data op een aparte partitie opgeslagen (bijvoorbeeld de D:-partitie), activeer deze dan op dit tabblad zodat bestandsherstel van de persoonlijke bestanden nog steeds mogelijk blijft.
LET OP: In geval van een multiboot systeem kan systeemherstel voor problemen zorgen wanneer deze in meerder besturingssystemen voor dezelfde partitie wordt gebruikt.
Wacht met het uitschakelen van systeemherstel in ieder geval totdat de installatie van Windows, benodigde drivers en gewenste software is afgerond. Gaat er tijdens het installeren iets fout, dan kan er mogelijk nog worden teruggevallen op systeemherstel. Is uiteindelijk alles naar tevredenheid geïnstalleerd, dan kan systeemherstel eventueel worden uitgeschakeld om vervolgens een image van de systeempartitie te maken. Gaat er in de toekomst iets mis, dan kan altijd weer worden teruggekeerd naar een eerder gemaakte systeemback-up (in een paar minuten is Windows weer als nieuw... werkt veel beter dan Windows-systeemherstel).
Sinds Windows Vista heeft systeemherstel overigens een handige extra functionaliteit: bestandsherstel (oftewel het bijhouden van bestandsversies, ook wel schaduwkopieën genoemd). Dankzij deze schaduwkopieën kan een gewijzigd bestand altijd weer via de Eigenschappen, tabblad Vorige versies in oude staat worden hersteld (denk bijvoorbeeld aan een Office-document waarin in het verleden gemaakte wijzigingen moeten worden teruggedraaid). Hoewel de frequentie van de gemaakte schaduwkopieën beperkt is, kan bestandsherstel toch zeer waardevol zijn! Helaas is het tabblad Vorige versies niet beschikbaar in de Home Basic- en Home Premium-versies. Voor deze versies kan de tool ShadowExplorer (download: www.shadowexplorer.com) uitkomst bieden bij het terughalen van schaduwkopieën: selecteer vanuit ShadowExplorer achtereenvolgens de partitie, de hersteldatum, blader naar het te herstellen bestand, klik met rechts op het bestand en kies voor Export. Om gebruik te kunnen maken van deze tool mag Windows Systeemherstel natuurlijk niet worden uitgeschakeld!
TIP: De mogelijkheden van bestandsherstel zijn beperkt. Wilt u élke willekeurige bestandsversie kunnen herstellen, maak dan liever gebruik van een back-up- en synchronisatietool als Dropbox. Dergelijke tools houden alle wijzigingen bij en zijn daardoor uitermate geschikt voor het herstellen van eerdere versies!
Tabblad Verbindingen van buitenaf
Binnen Windows Vista is het vrij eenvoudig om anderen via een internetverbinding toegang te verlenen zodat zij de besturing van
het systeem op afstand kunnen overnemen. Mocht een bepaalde handeling niet lukken, dan kan iemand dat voordoen vanaf
diens eigen PC door gebruik te maken van de internetverbinding. Deze persoon krijgt dan tijdelijk de volledige besturing over
de PC, doe dit dus alleen met personen die te vertrouwen zijn. Wordt geen gebruik gemaakt van hulp op afstand, dan
kan deze optie om veiligheidsredenen beter worden uitgeschakeld.
Tabblad Computernaam
Op dit tabblad kan de computer van een naam worden voorzien waarmee de PC in een netwerk
wordt geïdentificeerd. De computernaam moet uniek zijn in het netwerk, terwijl de naam van de werkgroep juist voor elke computer gelijk moet zijn.
Meer informatie over het
aanleggen van een (draadloos) netwerk is elders op deze website te vinden.
Tabblad Geavanceerd
Op het tabblad Geavanceerd kunnen een groot aantal instellingen worden geoptimaliseerd.
Onder de knop Instellingen bij het onderdeel Opstart- en herstelinstellingen kan de optie De computer automatisch opnieuw opstarten
worden uitgeschakeld. Dit voorkomt dat Windows Vista bij problemen automatisch herstart, waardoor het mogelijk wordt
eerst onderzoek naar de oorzaak te doen.

De knop Instellingen bij het onderdeel Prestaties opent het venster Instellingen voor prestaties. Één van de aanpassingsmogelijkheden in dit venster is het verminderen van de hoeveelheid visuele effecten om de systeemprestaties te verbeteren (het aanpassen van de instellingen voor visuele effecten wordt behandeld op de pagina over het aanpassen van het startmenu en het bureaublad). Op het tabblad Geavanceerd van hetzelfde venster kan met de knop Wijzigen het gebruik van het Virtueel geheugen worden aangepast. Eventueel kunnen de locatie en de omvang van het wisselbestand (het virtuele geheugen) worden aangepast door de optie Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren te deactiveren. Gebruik voor het virtueel geheugen altijd de snelste harde schijf. De benodigde grootte van het virtueel geheugen is afhankelijk van het geheugengebruik van de gebruikte programma's (een virtueel geheugen dat qua grootte overeenkomt met het aanwezige RAM-geheugen is in de meeste gevallen meer dan voldoende). Door de Begingrootte en de Maximale grootte dezelfde waarde te geven (in het voorbeeld 2048 Mb), wordt voorkomen dat het wisselbestand in omvang kan wijzigen en daardoor gefragmenteerd kan raken. Vergeet niet na elke wijziging op de knop Instellen te klikken om de aanpassingen definitief te maken. Om de wijzigingen vervolgens toe te passen, is een herstart van de PC noodzakelijk.

Het wisselbestand (ook wel pagefile genoemd) wordt standaard op de C:-schijf onder de naam PAGEFILE.SYS opgeslagen. Door dit bestand bij afsluiten van de computer automatisch te laten overschrijven, wordt deze onleesbaar gemaakt zodat onbevoegden niet in de in het RAM-geheugen geladen (wellicht privacygevoelige) gegevens kunnen neuzen. Maak hiervoor in het register de DWORD-waarde ClearPageFileAtShutdown met de waarde 1 aan in de registersleutel HKLM\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Session Manager\Memory Management (de waarde 0 zet deze functie weer uit). Windows sluit hierdoor wel langzamer af, voer deze tweak dus alleen uit als dit uit veiligheidsoverwegingen echt noodzakelijk is.
Zodra er zich een situatie voordoet waarbij gebrek is aan het snelle RAM-geheugen, wordt een gedeelte van het gebruikte geheugen weggeschreven naar het virtuele geheugen (de pagefile). Het relatief langzame virtuele geheugen op de harde schijf is niet echt bevorderlijk voor de systeemprestaties... Gelukkig is er met de optie ReadyBoost een beter alternatief voor handen in de vorm van relatief snel toegankelijk flashgeheugen (zoals een USB-stick, Compact Flash (CF)- of Secure Digital (SD)-kaart) om het systeem te versnellen.
ReadyBoost stelt de volgende eisen aan het flashgeheugen: maximaal 4 Gb aan opslag (16 Gb voor de 64-bits versie) en een minimale doorvoersnelheid van 2,5 Mb/sec (let op: het goedkopere flashgeheugen voldoet in veel gevallen niet). Voldoet het flashgeheugen aan deze eisen, dan wordt na het aansluiten automatisch gevraagd of dit geheugen gebruikt moet worden voor het versnellen van de computer. Op het tabblad ReadyBoost van de eigenschappen van het betreffende flashgeheugen kunnen de instellingen worden gewijzigd. Het weggeschreven bestand (de pagefile) wordt versleuteld middels AES 128-bits encryptie zodat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen (een extra beveiliging voor het geval het draagbare geheugen per ongeluk in de verkeerde handen belandt). Op een systeem met voldoende werkgeheugen zijn de voordelen overigens beperkt of zelfs niet eens merkbaar.
Een variant hierop is ReadyDrive waarbij de harde schijf zelf is voorzien van flashgeheugen. Gegevens worden tijdelijk in het flashgeheugen van de harde schijf opgeslagen waardoor het mogelijk is gegevens snel uit te lezen terwijl de harde schijf is uitgeschakeld. Dit heeft naast prestatiewinst als gunstige neveneffecten dat het energiebesparend werkt en de levensduur van de harde schijf verlengt. De relatief lage doorvoersnelheid van een USB2.0-aansluiting ten opzichte van die van een harde schijf maakt ReadyDrive een beter alternatief dan ReadyBoost. ReadyDrive is met name interessant voor laptops omdat hierbij het energieverbruik en de levensduur van de harde schijf een grotere rol spelen.
Er zijn nog meer mogelijkheden om het systeem te optimaliseren. Het onderdeel Hulpprogramma voor en informatie over prestaties van het configuratiescherm toont een overzicht van de verschillende elementen waaruit de eerder genoemde Windows Prestatie-index is opgebouwd. In het takenoverzicht (links in dit venster) zijn extra mogelijkheden voor het verbeteren van de systeemprestaties opgenomen. Dit overzicht van extra mogelijkheden wekt wellicht de indruk dat hiermee de Windows Prestatie-index nog verder kan worden verhoogd, dit is echter niet het geval.

Taak Opstartprogramma's beheren
De eerste taak in het takenvenster, Opstartprogramma's beheren, start de Softwareverkenner van Windows Defender. De
Softwareverkenner is onderverdeeld in vier categorieën: Programma's in de map Opstarten, Nu uitgevoerde programma's,
Programma's met netwerkverbinding en Winsock-serviceproviders. In de eerste categorie kunnen bepaalde opstartitems worden uitgeschakeld
(deze optie is vergelijkbaar met
MSCONFIG).
De actieve processen kunnen in de tweede categorie Nu uitgevoerde programma's worden geanalyseerd
en eventueel worden beëindigd. Het beëindigen van processen is ook mogelijk met
Windows Taakbeheer, tabblad Processen (ook bereikbaar met CTRL-SHIFT-ESC).
Het aantal opgestarte processen lijkt kleiner dan in voorgaande Windows-versies, maar dit is schijn. Zowel bij de Softwareverkenner als bij Windows Taakbeheer wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen de processen van het specifieke gebruikersaccount en de algemene processen. De volledige lijst wordt zichtbaar gemaakt met de knoppen Voor alle gebruikers weergeven (Softwareverkenner) en Processen van alle gebruikers weergeven (Taakbeheer). Op de pagina's over het optimaliseren van de Windows Services en het optimaliseren van het opstartproces met MSCONFIG staat beschreven hoe specifieke processen permanent worden uitgeschakeld.
Windows Defender moet verder alleen worden gezien als een extra beveiliging tegen ongewenste software, het functioneert dus niet als een virusscanner. Via de link Hulpprogramma's kan Windows Defender naar wens worden afgesteld. Geef bij het onderdeel Microsoft SpyNet aan dat het niet gewenst is deel te nemen aan deze online community en doorloop de verschillende instelmogelijkheden bij het onderdeel Opties.
Overige taken
Bij de tweede taak, Visuele effecten aanpassen, kan met enkele aanpassingen veel prestatiewinst
bij de beeldopbouw worden behaald. De visuele effecten worden uitgebreid besproken op de pagina over het
aanpassen van het startmenu en het bureaublad. De derde taak,
Opties voor indexeren aanpassen, betreft het indexeren van persoonlijke bestanden en wordt besproken op de
pagina over de
functies van Windows Vista. De vierde
taak, Energie-instellingen aanpassen, betreft het onderdeel energiebeheer waarmee wordt vastgelegd
in welke periode van inactiviteit het beeldscherm uitgeschakeld moet worden en de computer in de slaapstand kan worden gezet. Deze
instellingen kunnen naar eigen wens worden aangepast. Met de vijfde taak, Schijfopruiming openen,
kan ruimte op de harde schijf worden vrijgemaakt door onnodige programma's en
bestanden (zoals het
omvangrijke hibernation-bestand en de systeem-herstelpunten
en schaduwkopieën (met uitzondering van de meest recente)) te verwijderen. Meer hierover op de pagina
schijfopruiming
en schijfdefragmentatie. De laatste taak, Geavanceerde hulpprogramma's,
heeft niet veel meer om het lijf dan uitgebreide rapportages over het systeem.
Met de Windows Verkenner kan de inhoud op de verschillende harde schijven, DVD-spelers en diskettestations worden beheerd. Enkele veel gebruikte beheerfaciliteiten zijn het kopiëren en verplaatsen van bestanden, aanmaken van nieuwe mappen, branden van CD's en DVD's, etc. De Windows Verkenner is standaard te vinden via het startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires: een erg onhandige locatie voor een programma dat zo vaak wordt gebruikt. Het is daarom verstandig deze naar een logischere locatie te kopiëren, klik hiervoor met rechts op de snelkoppeling en kies Aan het menu Start vastmaken (vanaf nu is de verkenner snel toegankelijk via het startmenu). De verkenner kan overigens ook snel worden opgestart door met rechts te klikken op de Start-knop en te kiezen voor Verkennen.

Enkele standaard instellingen wijzigen
In de Windows Verkenner wordt standaard gewerkt met relatieve paden (zodat bepaalde locaties via
meerdere routings bereikbaar zijn; er leiden meer wegen naar Rome...), het navigeren went gelukkig vrij snel. Het
werkt praktischer wanneer het linker navigatievenster (met de boomstructuur) wat breder zou zijn, dit
kan eenvoudig worden aangepast door de verticale afscheiding met de muis naar rechts te trekken. De
menubalk is volgens de standaard instellingen verborgen, maar kan met de linker
ALT-toets tijdelijk tevoorschijn worden gehaald. Via de knop
Organiseren, Indeling, Menubalk kan de menubalk permanent worden weergegeven.
De systeembestanden worden standaard verborgen, voor de minder ervaren computergebruiker zijn dat prima instellingen. Blijkt na verloop van tijd dat deze instellingen toch minder praktisch zijn, schakel deze optie dan uit door in de Windows Verkenner via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Weergave de volgende aanpassingen te maken:
Nog een aantal optionele aanpassingen:

Met een wat tragere harde schijf kan de weergave van fotominiaturen (ook wel thumbnails genoemd) voor vertraging zorgen. In die gevallen is het nuttig de optie Altijd pictogrammen weergeven, nooit miniatuurweergaven te activeren (alleen van toepassing op de beeldweergave met normale (en grotere) pictogrammen, in te stellen met de knop Beeld). De optie Mapvensters in een afzonderlijk proces openen kost meer geheugen, maar voorkomt dat alle openstaande vensters worden afgesloten bij het vastlopen van de Windows Verkenner. Is dit geen probleem, dan kan deze optie net zo goed gedeactiveerd blijven. De optie Selectievakjes gebruiken om items te selecteren kan nuttig zijn bij het selecteren van bestanden.
TIP: Worden de miniatuurweergaven (ook wel thumbnails genoemd) niet goed weergegeven? Verwijder ze dan eens met Windows Schijfopruiming. Windows Verkenner zal de tumbnails opnieuw moeten aanmaken waardoor de weergaveproblemen mogelijk worden opgelost.
Met de F5-toets worden de gegevens in de Windows Verkenner (net als bij Internet Explorer) ververst. Met de toetscombinaties CTRL-C/CTRL-X en CTRL-V kunnen bestanden en mappen respectievelijk worden gekopieerd, geknipt en geplakt. Tijdens het selecteren van mappen en/of bestanden zijn de toetsen SHIFT en CTRL en de toetscombinaties SHIFT-HOME en SHIFT-END onmisbaar.
De eigenschappen van de prullenbak kunnen worden ingesteld door met rechts op de prullenbak te klikken en te kiezen voor Eigenschappen. Wilt u niet elke keer hoeven bevestigen wanneer een bestand naar de prullenbak wordt gestuurd, schakel dan op tabblad Algemeen de optie Vragen om bevestiging bij het verwijderen uit. Moeten bestanden en/of mappen definitief worden verwijderd (zonder dat ze eerst in de prullenbak terecht komen), hou dan de SHIFT-toets ingedrukt bij het deleten.
TIP: Bent u te enthousiast geweest met het verwijderen dan kunt u bestanden altijd nog proberen terug te halen met recoverytools als PC Inspector File Recovery (download: www.pcinspector.de, als administrator uitvoeren) en Recuva (download: www.recuva.com). Zelfs als ze reeds uit de prullenbak zijn verwijderd! Verwijderde bestanden zijn namelijk pas echt weg wanneer de daarvoor gebruikte schijfruimte door een ander bestand wordt overschreven (om te voorkomen dat een verwijderd bestand tijdens de installatie wordt overschreven, is het raadzaam de recoverytool uit voorzorg al te installeren vóórdat zich problemen voordoen…).
Bij het onderdeel Geluid van het configuratiescherm, tabblad Geluiden kan het geluidsschema worden gewijzigd of uitgeschakeld. Wordt geen gebruik gemaakt van de Windows-geluiden of worden ze als vervelend ervaren, schakel ze dan uit door bij het onderwerp Geluidsschema te kiezen voor Geen geluiden. Geluiden kunnen hier ook gedeeltelijk worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld wanneer alleen geluid gewenst is bij het opstarten en afsluiten van Windows. Het volume wordt ingesteld met het volume-icoontje in het systeemvak. Dit icoontje kan overigens worden verwijderd via het configuratiescherm, onderdeel Taakbalk en menu Start, tabblad Systeemvak.
Tijdens de setup van Windows werd gevraagd een van de standaard toetsenbordindelingen te kiezen (deze keuze is achteraf terug te vinden bij het onderdeel Landinstellingen van het configuratiescherm, tabblad Toetsenborden en talen, knop Toetsenborden wijzigen). Is er meer dan één invoertaal gedefinieerd? Dan switcht Windows van toetsenbordindeling wanneer er tegelijkertijd op de linker ALT- en de rechter SHIFT-toets wordt gedrukt. Deze toetscombinatie wordt regelmatig per ongeluk aangeraakt, met als gevolg dat de toetsenbordindeling (zonder daar een melding over te geven) wordt aangepast. Door de toetscombinatie nogmaals te gebruiken, wordt de standaardinstelling weer hersteld (een herstart van de computer heeft hetzelfde resultaat). Om dergelijke problemen te voorkomen, is het wellicht beter de niet gebruikte toetsenbordindelingen uit het overzicht te verwijderen.
De standaard door Windows geïnstalleerde toetsenbordindeling Verenigde Staten (internationaal) heeft de voor velen ongewenste eigenschap dat het aanhalingsteken (' of ") pas op het scherm verschijnt nadat een volgende toetsdruk is gegeven. Het is een kwestie van smaak, maar velen vinden dit onhandig. Een andere toetsenbordindeling (bijvoorbeeld Verenigde Staten) is dan beter geschikt.

Het €-teken staat op de meeste toetsenborden op dezelfde toets als het cijfer 5. Gebruik deze toets in combinatie met de rechter ALT-toets om het €-teken te plaatsen (bij de toetsenbordindeling Verenigde Staten moet de toetscombinatie CTRL-ALT-5 worden gebruikt). Het teken kan ook worden geplaatst met het intoetsen van de code 0128 op het numerieke toetsenbord in combinatie met het ingedrukt houden van de linker ALT-toets.
Het onderdeel Programma's en onderdelen van het configuratiescherm toont de verschillende geïnstalleerde softwarepakketten. Links in het taakvenster kunnen desgewenst de geïnstalleerde updates van Windows worden weergegeven (en eventueel ongedaan worden gemaakt). Ook is het in dit venster mogelijk specifieke Windows-onderdelen toe te voegen of te verwijderen met de taak Windows-onderdelen in- of uitschakelen.
Controleer gelijk even de instellingen van het onderdeel Standaard Programma's van het configuratiescherm, onderdeel Uw standaard programma's instellen. Hier worden onder andere de standaard programma's voor internet, e-mail, agenda, contactpersonen, foto's en media benoemd.
Via het onderdeel Persoonlijke instellingen van het configuratiescherm, optie Schermbeveiliging (ook bereikbaar met een rechter muisklik op het bureaublad, Aan persoonlijke voorkeur aanpassen) kan een screensaver worden ingesteld zodat het beeldscherm tegen inbranden wordt beschermd. De meest gewaardeerde screensaver is wellicht een diavoorstelling van de persoonlijke foto's (kies voor Foto’s waarna met de knop Instellingen de afbeeldingen kunnen worden geselecteerd, eventueel op basis van het sterrensysteem van Windows Fotogalerie). In dit venster kan ook de optie Aanmeldingsscherm weergeven bij hervatten worden aangevinkt. Deze optie zorgt ervoor dat het gebruikersaccount pas weer beschikbaar is nadat deze (al dan niet met een wachtwoord) in het aanmeldingsscherm is ontgrendeld.
Het beeldscherm kan overigens ook worden beschermd door deze na enige tijd van inactiviteit uit te laten schakelen, dat bespaart tevens energie! Via Energiebeheer van het configuratiescherm kan een energiebeheerschema worden gekozen dat het beste bij het gebruik past. Via de optie De schema-instellingen wijzigen kan worden ingesteld na welke periode van inactiviteit het beeldscherm uitgeschakeld moet worden (in dit venster kan overigens ook worden vastgelegd na welke periode van inactiviteit de computer in de slaapstand moet worden gezet). De wake-uptijd van de moderne beeldschermen is erg kort en geeft dus nauwelijks vertraging.
Er zijn drie verschillende mogelijkheden om de computer in een energiebesparende modus te laten overschakelen: de slaapstand, de sluimerstand en de hybride slaapstand. De slaapstand is een energiebesparende modus waarbij de computer 'aan' blijft zodat deze binnen enkele seconden na activatie (door bijvoorbeeld een muisbeweging of een toetsaanslag) weer toegankelijk is. Nadeel is wel dat de (nog) niet opgeslagen gegevens verloren raken bij een stroomonderbreking. De sluimerstand zet de computer daadwerkelijk 'uit' nadat het werkgeheugen (met daarin de openstaande programma’s) in het bestand C:\HIBERFIL.SYS is opgeslagen. Bij het opstarten van de computer worden de gegevens weer in het werkgeheugen geladen zodat het systeem relatief snel weer geactiveerd kan worden. In de hybride slaapstand zijn de mogelijkheden van de slaapstand en de sluimerstand gecombineerd waardoor een optimale tussenvariant ontstaat (let op: zodra de hybride slaapstand is geactiveerd, noemt Windows deze vervolgens slaapstand!). Bij de hybride slaapstand wordt het werkgeheugen weggeschreven naar de harde schijf waarna de computer in een energiebesparende modus wordt gezet. Met deze instellingen kunnen geen gegevens verloren raken, terwijl de computer wel binnen enkele seconden weer toegankelijk is! De hybride slaapstand wordt overigens niet door elk moederbord ondersteund.
Instellingen wijzigen
De instellingen voor de slaapstand kunnen via het configuratiescherm,
onderdeel Energiebeheer worden aangepast. Via de taak
Wijzigen wanneer de computer in slaapstand
gaat kan worden vastgelegd na welke periode van inactiviteit het beeldscherm
moet worden uitgeschakeld en de computer in de slaapstand moet worden gezet.

Kan de slaapstand niet worden geactiveerd, dan moet deze eerst worden ingeschakeld. Start de Opdrachtprompt (Start, Alle programma’s, Bureau-accessoires) met aanvullende administratorrechten (door met rechts op de snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren) en geef het commando POWERCFG /HIBERNATE ON. De hybride slaapstand wordt overigens niet toegepast bij laptops omdat deze geen last hebben van onverwachte stroomonderbrekingen. Dreigt de accu van een laptop leeg te raken terwijl deze in de slaapstand staat, dan wordt de slaapstand automatisch omgezet in de sluimerstand waarmee gegevensverlies wordt voorkomen. Het is overigens verstandig de computer regelmatig op de normale wijze te laten opstarten zodat problemen met Windows worden voorkomen!
LET OP: Voor de geavanceerde mogelijkheden van energiebeheer is het noodzakelijk dat het moederbord ondersteuning biedt voor ACPI (Advanced Configuration and Power Interface). Controleer zo nodig de power management-opties in het BIOS (meestal toegankelijk met de DEL- of F2-toets tijdens het opstarten van de computer): voor de slaapstand is minimaal S1 nodig, voor het toepassen van de hybride slaapstand gaat de voorkeur echter uit naar S3.
De knop voor de slaapstand veranderen in een uitknop
Het startmenu is standaard voorzien van een gele knop waarmee de computer in
de (al dan niet hybride) slaapstand gebracht kan worden (de overige opties,
waaronder het uitzetten, herstarten en afmelden, zitten verborgen onder de knop
met het pijltje oftewel het menu Vergrendelen). De functionaliteit van
deze knop kan worden aangepast, zodat het de computer uitzet in plaats van in de
slaapmodus brengt (de kleur van de knop wijzigt dan van geel naar rood). Deze
mogelijkheid is met name handig wanneer het gebruik van de slaapstand ongewenst
is of voor problemen zorgt. Het aanpassen van de functionaliteit kan via het
configuratiescherm, Energiebeheer, Wijzigen wanneer de computer in slaapstand
gaat (links in het taakvenster), Geavanceerde energie-instellingen wijzigen,
Aan/uit-knoppen en deksel, Aan/uit-knop van menu Start en kies daar
Afsluiten in plaats van Slaapstand.

Met het volgende resultaat:

De computer kan via het menu Vergrendelen in het startmenu handmatig in de slaapstand worden gezet. Het kan echter ook door de functie van de aan-/uitknop (en eventueel de slaapstandknop) van de computer te wijzigen (via het configuratiescherm, onderdeel Energiebeheer, taak Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen) zodat de slaapstand of de sluimerstand eenvoudig via deze knop kan worden toegepast (let op: het uitzetten kan dan uitsluitend nog via het menu Vergrendelen van het startmenu!).
Aanmeldscherm bij het ontwaken uit de slaapstand
Zodra Windows uit de slaapstand ontwaakt moet eerst het gebruikersaccount worden
ontgrendeld via het aanmeldscherm, ongeacht of deze is voorzien van een
wachtwoord! Deze beveiliging kan desgewenst via het
onderdeel
Energiebeheer in het
configuratiescherm worden uitgeschakeld. Kies in het taakvenster voor de taak
Een wachtwoord vereisen bij uit slaapstand komen, waarna (via de link
Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn) de optie
Geen
wachtwoord vereisen geactiveerd kan worden.
Problemen bij het ontwaken uit de slaapstand
Het komt wel eens voor dat de computer niet op juiste wijze uit de slaapstand
ontwaakt (waardoor bijvoorbeeld het scherm op zwart blijft). Er zijn vele
mogelijke oorzaken, een eenduidige oplossing is dus niet te geven. Wellicht dat
het probleem met een van de volgende tips kan worden opgelost: schakel de screensaver
uit, installeer de laatst beschikbare drivers van het moederbord en de grafische
kaart, deactiveer eventueel bij de power management-opties in het BIOS de
optie Re-call VGA BIOS From S3 of flash in het uiterste geval het BIOS
met de laatst beschikbare versie.
Ongevraagd ontwaken uit de slaapstand
Ontwaakt de computer ongevraagd uit de slaapstand? Het apparaat of proces dat
dit aanstuurt (meestal de muis of de netwerkadapter) kan worden achterhaald met
het commando POWERCFG -DEVICEQUERY WAKE_ARMED (open hiervoor de
Opdrachtprompt via het startmenu, Alle programma's,
Bureau-accessoires). Vervolgens kan bij het
energiebeheer van de veroorzaker worden vastgelegd dat deze de computer
niet meer uit de slaapstand mag halen (configuratiescherm, Apparaatbeheer,
klik met rechts op het betreffende item, Eigenschappen, tabblad
Energiebeheer, vink uit optie Dit apparaat mag de computer uit de
slaapstand halen). Schakel bij voorkeur tevens de opties Wake on Ring
en Wake on Lan uit bij de power management-opties in het BIOS.
|
This page is also available in english: |
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW