Startmenu, taakbalk, werkbalk, systeemvak, bureaublad, Gadgets, optimale beeldscherminstellingen, visuele weergave

Deze pagina behandelt alle onderdelen die te maken hebben met de gebruikersinterface van Windows 7. De instellingen van de verschillende (soms nieuwe) elementen kunnen naar wens worden aangepast waardoor het gebruiksgemak van Windows aanzienlijk verbetert.

Menu Start

Het menu Start (of startmenu) wordt gebruikt om geïnstalleerde programma’s snel op te kunnen starten. De lijst programma's in het startmenu is opgedeeld in twee secties: de aan het startmenu vastgemaakte programma's (bovenin) en de recent geopende programma's (onder de horizontale streep). Direct na installatie is het startmenu nog nog niet echt praktisch ingedeeld: volgens de standaard instellingen wordt het startmenu gevuld met minder relevante programma’s terwijl de belangrijkste tools zijn weggestopt in het menuonderdeel Alle programma’s. De indeling van het startmenu kan echter naar eigen smaak worden aangepast door programma's aan het startmenu vast te maken (klik met rechts op het programma-icoontje en selecteer Aan het menu Start vastmaken, zoals dat in de afbeelding met Internet Explorer wordt gedaan).


Windows 7 startmenu  Alle programma's van het startmenu van Windows 7

Standaard programma's vs. Alle programma's

Elk nieuw geïnstalleerd programma voegt in het menuonderdeel Alle programma's een snelkoppeling toe (tenzij daar tijdens de setup niet voor wordt gekozen), zodat het betreffende programma eenvoudig te vinden is. Deze lijst met software kan rommelig overkomen, zeker wanneer er veel programma's zijn geïnstalleerd. Een logische mappenstructuur (in de vorm van een aan de taakbalk vastgemaakte werkbalk zoals verderop wordt beschreven) kan hier orde in aanbrengen.

HET ZOEKVELD GEBRUIKEN OM EEN PROGRAMMA TE VINDEN

De niet aan het startmenu vastgemaakte programma's kunnen snel worden gevonden door in het zoekveld Programma's en bestanden zoeken (onderin het startmenu) de eerste letters van het gewenste programma in te tikken. De zoekresultaten worden in het startmenu getoond, het gewenste programma kan op deze manier snel worden gevonden.

De eigenschappen van het startmenu wijzigen
Klik met rechts op een leeg gedeelte van het startmenu om de Eigenschappen te bewerken. De onderdelen aan de rechterkant van het startmenu kunnen via het tabblad Menu Start, knop Aanpassen naar wens worden toegevoegd of verwijderd. Zo kunnen de onderdelen Apparaten en printers, Help, Ontspanning en Standaardprogramma's eventueel uit het startmenu worden verwijderd en de onderdelen Menu Favorieten, Onlangs geopende items, Video's en eventueel ook Tv-opnamen worden toegevoegd. Door het alfabetisch ordenen uit te schakelen (optie Menu Alle Programma's op naam sorteren), kan de volgorde van de mappen en programma's in het startmenu naar eigen smaak worden ingedeeld. De volgorde van de snelkoppelingen kan hierna handmatig worden aangepast door de pictogrammen onderling te verslepen. Is het startmenu te klein om alle programma's te tonen, dan kan het formaat van de pictogrammen worden aangepast door de optie Grote pictogrammen gebruiken uit te schakelen. Ook de optie Nieuw geïnstalleerde programma's markeren kan worden uitgezet zodat recent geïnstalleerde programma's niet meer geel worden gemarkeerd in het menuonderdeel Alle Programma's.

Minimaliseer het aantal items in de map Opstarten
Alle in de map Opstarten vermelde items (in het menuonderdeel Alle Programma's) worden automatisch tegelijk met Windows opgestart, zorg er dus voor dat in deze map geen snelkoppelingen naar programma's staan die niet (meer) worden gebruikt. Sommige programma's plaatsen hier bij installatie automatisch een verwijzing naar een klein, aanverwant programmaatje (dat vervolgens dus tegelijk met Windows opstart). Deze zijn zelden zinvol, ze nemen echter wèl systeembronnen in beslag en zorgen daarmee voor onnodige vertragingen. Verwijderen dus!

HANDMATIG AANPASSEN VAN HET STARTMENU

De snelkoppelingen in het menuonderdeel Alle Programma's worden op twee verschillende locaties bewaard: één map voor de snelkoppelingen die beschikbaar zijn voor alle gebruikers (C:\ProgramData\Microsoft\Windows\Menu Start) en één map voor de gebruikersspecifieke snelkoppelingen (C:\Gebruikers\inlognaam\AppData\Roaming\Microsoft\Windows\Menu Start). Met behulp van de Windows Verkenner kunnen snelkoppelingen en submappen naar believen aan deze mappen worden toegevoegd of verwijderd.

Standaard map van de Windows Verkenner wijzigen
Via de knop Computer (onderdeel van het startmenu) wordt de Windows Verkenner geopend, standaard in de map Computer. Hoewel deze opstartlocatie best nuttig kan zijn, is het niet altijd de meest praktische opstartmap. Gelukkig is het ook mogelijk een snelkoppeling naar een voorkeursmap aan het startmenu toe te voegen. Open hiervoor de Windows Verkenner, blader naar de betreffende map, klik daar met rechts op en kies voor Kopiëren naar, Bureaublad (snelkoppeling maken). Klik vervolgens met rechts op de zojuist aangemaakte snelkoppeling en kies voor Eigenschappen. De weergave van de Windows Verkenner kan via de opdrachtregel bij Doel worden aangepast, zo laat de opdracht "D:\" de Windows Verkenner bijvoorbeeld in de root van de D:-schijf uitkomen (tip: kies bij Uitvoeren voor Gemaximaliseerd zodat de Windows Verkenner bij het openen standaard het gehele scherm gebruikt). Nadat de naam van de snelkoppeling is gewijzigd, kan deze naar het startmenu worden gesleept.

De taakbalk

De taakbalk is in Windows 7 flink onder handen genomen waardoor deze nu vele malen prettiger werkt. Zodra een programma wordt geopend, voegt het een programma-icoontje in de vorm van een knop aan de taakbalk toe (zijn er meer vensters van hetzelfde programma geopend, dan worden deze knoppen 'gestapeld'). Windows 7 maakt geen gebruik meer van een apart snelstartmenu (ook wel Quick Launch genoemd): de snelkoppelingen naar veelgebruikte programma's worden nu direct op de taakbalk geplaatst (het icoontje verandert in een knop zodra het programma wordt geactiveerd). Een programma kan aan de taakbalk worden vastgemaakt door met rechts op een snelkoppeling naar het bewuste programma te klikken en de optie Aan de taakbalk vastmaken te selecteren. Klik met rechts op een programma-icoontje en selecteer de optie Dit programma losmaken van de taakbalk om een programma weer van de taakbalk los te maken. De volgorde van de vastgemaakte icoontjes kan door middel van slepen worden aangepast.

De aan de taakbalk vastgemaakte snelkoppelingen zijn niet alleen met de muis, maar óók via het toetsenbord (Windows-toets in combinatie met een numerieke toets) snel toegankelijk. Zo opent de Windows-toets in combinatie met cijfer 1 het eerste programma op rij in de taakbalk (standaard is dat Internet Explorer). Was het programma reeds geopend dan wordt het betreffende venster met deze toetscombinatie geactiveerd of gedeactiveerd, al naar gelang de status op dat moment (staan er voor het betreffende programma meerdere vensters open, dan kan de toetscombinatie worden gebruikt om door de vensters te bladeren). Door met de muis over een knop te bewegen, wordt een pop-upvenster met miniatuurweergaven van de openstaande vensters van het betreffende programma getoond zodat ze snel kunnen worden geactiveerd of gesloten. Wordt de muis boven één van de miniatuurweergaven gehouden, dan wordt het betreffende venster tijdelijk naar de voorgrond gebracht.

Gestapelde knoppen met keuze uit vensters 

Jump List
Met een rechter muisklik op het programma-icoontje opent de bij het programma behorende Jump List: een overzicht van verschillende opties waarvan het openen van recent geopende bestanden of bezochte webpagina's de belangrijkste is. Er zijn echter meer opties zoals het openen van een nieuw venster (dit kan overigens sneller door de SHIFT-toets ingedrukt te houden zodra op het programma-icoontje wordt geklikt), het sluiten van alle openstaande vensters, het vastmaken van een programma aan de taakbalk en afhankelijk van het programma nog meer programmaspecifieke opties. Onderstaande afbeelding toont de bij het configuratiescherm behorende Jump List.

Jump List 

De Jump List toont slechts een beperkt aantal recent geopende items, volgens de standaard instellingen maximaal 10 (de recentst geopende worden getoond). Dit aantal kan eventueel worden opgeschroefd: klik met rechts op de startknop, optie Eigenschappen, knop Aanpassen en wijzig onderin het scherm de optie Aantal recente items die worden weergegeven in Jump Lists. Een frequent bezochte webpagina of regelmatig te openen bestand kan eventueel ook permanent aan de Jump List van het betreffende programma worden vastgepind zodat deze altijd snel toegankelijk is: sleep de snelkoppeling naar de taakbalk of klik met rechts op de reeds in de Jump List getoonde (recent gebruikte) snelkoppeling en kies Aan deze lijst vastmaken. Deze snelkoppelingen hoeven dus niet meer op het bureaublad te worden geplaatst waardoor deze aanzienlijk overzichtelijker blijft!

TIP: Wordt regelmatig gebruik gemaakt van het configuratiescherm dan is het handig deze ook als snelkoppeling aan de taakbalk vast te maken. Dit is het eenvoudigst te realiseren door het configuratiescherm te openen en in de bijbehorende Jump List de optie Dit programma vastmaken aan de taakbalk te selecteren. Deze truc kan op vrijwel alle vensters worden toegepast waarvan niet direct een snelkoppeling beschikbaar is!

Taakbalk aanpassen
De weergave van de taakbalk kan eventueel nog wat worden aangepast. Door de bovenkant van de taakbalk met de muis omhoog te slepen, kan de hoogte van de taakbalk bijvoorbeeld worden vergroot (zodat nog meer programma-icoontjes aan de taakbalk kunnen worden vastgemaakt). Hiervoor moet de taakbalk wel eerst (tijdelijk) worden ontgrendeld (klik met rechts op de taakbalk en deactiveer de optie Taakbalk vergrendelen). Klik met rechts op de taakbalk en selecteer Eigenschappen voor nog twee interessante weergaveopties: de optie Taakbalk automatisch verbergen (zodat er meer ruimte op het scherm overblijft) en Kleine pictogrammen gebruiken (zodat er meer programma-iconen op de taakbalk passen).

PROBLEEM MET DE JUMP LIST OPLOSSEN

De Jump List van een specifiek programma wil er nog wel eens van het ene op het andere moment de brui aan geven waardoor de lijst met recent geopende en vastgepinde bestanden niet meer wordt getoond. Dit probleem kan worden opgelost door het bestand op te sporen waarin de gegevens van de betreffende Jump List worden opgeslagen en deze te verwijderen. De bestanden voor de verschillende Jump Lists worden opgeslagen in de map %APPDATA%\Microsoft\Windows\Recent\AutomaticDestinations (kopieer de link en plak deze in de adresbalk van de Windows Verkenner)

Deze map bevat voor elk icoon op de taakbalk een apart bestand. Uit de bestandsnaam is echter niet op te maken om welk programma het gaat, het juiste bestand zal daarom moeten worden achterhaald door gebruik te maken van een teksteditor als Kladblok (Start, Alle programma's, Bureau-accessoires). Hiermee kan de inhoud van de bestanden worden doorzocht op vermeldingen van bestandsnamen die voorheen in de falende Jump List stonden. Dit klinkt simpel, maar de bestanden bevatten zoveel informatie dat het achterhalen van het juiste bestand een behoorlijk lastige opgave is... Is het betreffende bestand eenmaal gevonden dan is het voldoende deze te verwijderen en de computer opnieuw op te starten. Hierdoor wordt de Jump List hersteld, maar moeten de snelkoppelingen wel weer opnieuw worden aangebracht.

TIP: Wilt u de Jump List snel herstellen, dan zouden eventueel alle bestanden in de map in één keer kunnen worden verwijderd. Besef wel dat hiermee van élke Jump List de snelkoppelingen verloren gaan.

Werkbalken aan de taakbalk toevoegen

Zijn er inmiddels een groot aantal programma's geïnstalleerd, dan kunnen de taakbalk, het startmenu en het onderdeel Alle Programma's behoorlijk onoverzichtelijk worden. Er is gelukkig nog een andere oplossing die zowel overzichtelijk als snel werkt. Programma's en bestanden kunnen namelijk ook snel worden geopend door ze aan in een aan de taakbalk vastgepinde werkbalk te plaatsen koppelen (deze wordt dan rechts op de taakbalk toegevoegd en is te openen met het »-teken). Een dergelijke werkbalk wordt gekoppeld aan een map, maak dus eerst een map aan (bijvoorbeeld D:\Menno\SnelStart) waarin de snelkoppelingen naar de gewenste programma's en veel gebruikte bestanden in kunnen worden geplaatst (maak eventueel gebruik van submappen). Vervolgens kan de werkbalk eenvoudig worden aangemaakt: klik met rechts op de taakbalk, kies Werkbalken, Nieuwe werkbalk en selecteer de nieuw aangemaakte map. Tot slot kunnen programma's die als snelkoppelingen in de map Alle programma's van het startmenu staan (maar niet belangrijk genoeg zijn om aan de taakbalk vast te pinnen) eenvoudig naar deze map worden gekopieerd of gesleept. Op vergelijkbare wijze kan een werkbalk worden toegevoegd voor de persoonlijke bestanden in de map Mijn documenten.

De weergave van een werkbalk aanpassen
De weergave van een werkbalk kan helemaal naar wens worden aangepast. Klik eerst met rechts op de taakbalk en deactiveer de optie Taakbalk vergrendelen zodat er wijzigingen aan de onderdelen van de taakbalk aangebracht kunnen worden. Daarna kunnen de titels en de bij de icoontjes behorende omschrijvingen desgewenst worden verborgen door met rechts op de toegevoegde werkbalk te klikken en de opties Titel weergeven en Tekst weergeven te deactiveren (in onderstaand voorbeeld is een willekeurige snelkoppeling aan de werkbalk toegevoegd waarbij een spatie aan het begin van de naam van de snelkoppeling is toegevoegd; dit voorkomt dat er een submap op de taakbalk wordt geplaatst). Met de optie Beeld kan de grootte van de pictogrammen worden ingesteld. Tot slot kan de taakbalk weer worden vergrendeld (activeer de optie Taakbalk vergrendelen).

Extra werkbalk toevoegen

TIP: Een werkbalk met snelkoppelingen naar veel gebruikte programma's is vergelijkbaar met het snelstartmenu (ook wel Quick Launch genoemd) uit voorgaande Windows-versies. De taakbalk is echter in Windows 7 dusdanig gewijzigd dat dit menu het veld heeft moeten ruimen. Veel programma's zijn daar echter nog niet op voorbereid en plaatsen nog steeds een snelkoppeling in de map C:\Gebruikers\inlognaam\AppData\Roaming\Microsoft\Internet Explorer\Quick Launch. Vervent gebruikers van het snelstartmenu zouden deze map eventueel als werkbalk aan de taakbalk kunnen toevoegen. Door middel van slepen kan de map naar de gebruikelijke plek rechts naast de startknop worden verplaatst.

DE TAALBALK VERBERGEN

De Taalbalk (in de menubalk, links naast het systeemvak) bevat informatie over taalinstellingen (invoertaal en toetsenbordindeling). Deze optie kan handig zijn wanneer een tweede taal of toetsenbordindeling is toegevoegd zodat er snel kan worden geswitcht. Is hier echter geen behoefte aan, dan kan de taalbalk worden verborgen door in het configuratiescherm bij het onderdeel Land en taal, tabblad Toetsenborden en talen, knop Toetsenborden wijzigen, tabblad Taalbalk de optie Verbergen te activeren. Soms biedt dit geen permanente oplossing en moeten de niet gebruikte toetsenbordindelingen op het tabblad Algemeen worden verwijderd (dit voorkomt tevens dat de toetsenbordindeling met de toetscombinatie linker ALT- en rechter SHIFT-toets per ongeluk wordt gewijzigd).

Systeemvak

Ook het systeemvak (rechts in de taakbalk) kan naar wens worden aangepast. Standaard wordt het systeemvak met veel icoontjes gevuld, gebruiken doen we er echter maar weinig: aanpassen dus! Klik met rechts op de klok en kies Eigenschappen. In het getoonde scherm kan worden aangegeven welke systeempictogrammen standaard zichtbaar moeten zijn. Zo kunnen de klok en de icoontjes voor het volume, het netwerk, energiebeheer en het onderhoudscentrum desgewenst worden uitgeschakeld (met name het uitschakelen van de steeds weer terugkerende waarschuwingen van het onderhoudscentrum kan veel ergernis voorkomen). Om het systeemvak niet onnodig breed te maken, worden de meeste pictogrammen verborgen achter het pijltje (links van het systeemvak). Moet een pictogram toch continue zichtbaar blijven dan kan deze eventueel naar de taakbalk worden versleept.

TIP: Via de link Aanpassen (of via het configuratiescherm, onderdeel Systeemvakpictogrammen) kan eventueel nog per pictogram worden aangegeven of het pictogram en/of de bijbehorende meldingen getoond mogen worden.

Instellingen kalender en klok(ken) aanpassen
Het systeemvak is standaard voorzien van een klok en de datum (door de taakbalk te verhogen, kan ook de dag van de week worden toegevoegd). Door te klikken op de datum/tijd opent de kalender en een analoge klok. Staat de tijd niet goed ingesteld dan kan deze worden gewijzigd via de link Instellingen voor datum en tijd wijzigen. Via het tabblad Extra klokken kunnen eventueel twee extra klokken (met verschillende tijdzones) aan het pop-upvenster worden toegevoegd.

Het bureaublad

Door snelkoppelingen op het bureaublad aan te maken, kunnen veelgebruikte mappen, bestanden, programma’s etc. in een handomdraai worden geopend. Om het overzicht te behouden, is het wel raadzaam het aantal beperkt te houden (een overzichtelijke indeling van het startmenu en de taakbalk maakt de snelkoppelingen naar programma's op het bureaublad eigenlijk overbodig). Plaats persoonlijke bestanden liever niet direct op het bureaublad maar in de map Mijn documenten, daarmee wordt voorkomen dat ze onbedoeld worden verwijderd! Moet een bestand toch via het bureaublad bereikbaar zijn, maak er dan een snelkoppeling voor aan (klik met rechts op het bestand en kies Kopiëren naar -> Bureaublad (snelkoppeling maken)).

Het minimaliseren van programma's
Wordt veel gebruik gemaakt van de snelkoppelingen op het bureaublad, dan zullen de openstaande programmavensters regelmatig moeten worden geminimaliseerd. Hoewel dit ook kan door alle openstaande programma's stuk voor stuk handmatig te minimaliseren (of te sluiten), is er een beduidend snellere methode. Met de knop Bureaublad weergeven (rechts naast de klok in het systeemvak) kunnen de geopende vensters namelijk met één klik allemaal tegelijk worden geminimaliseerd. Deze knop heeft echter een vervelende bijkomstigheid: wordt per ongeluk met de muis over de knop bewogen dan wordt het bureaublad even kort weergegeven. Deze functionaliteit kan desgewenst worden uitgeschakeld: klik met rechts op de knop en deactiveer de optie Bureaublad kort weergeven.

Ook het gebruik van de Windows-toets in combinatie met het herhaaldelijk indrukken van de pijltjestoets naar beneden minimaliseert alle openstaande programma's. De Windows-toets in combinatie met de spatiebalk laat (tijdelijk) het bureaublad zien en in combinatie met de Home-toets worden alle openstaande programma's geminimaliseerd met uitzondering van het actieve venster (de oude situatie wordt hersteld door deze toetscombinatie nogmaals te gebruiken). Door het actieve venster met de linker muisknop vast te houden en stevig te schudden worden ook alle overige vensters geminimaliseerd.

Pictogrammen ordenen
De pictogrammen van de snelkoppelingen kunnen netjes worden geordend door met rechts op een leeg gedeelte van het bureaublad te klikken en vervolgens te kiezen voor Pictogrammen schikken op, Automatisch schikken. Als de optie Uitlijnen op raster nog niet aan staat, kan deze hier ook worden geactiveerd. De pictogrammen worden standaard vrij groot weergegeven, maar kunnen eenvoudig worden verkleind door de CTRL-toets in te drukken in combinatie met het scrollwiel van de muis.

POSITIE BUREAUBLADPICTOGRAMMEN BEWAREN

Staan de icoontjes op het bureaublad weer eens door elkaar, bijvoorbeeld nadat het systeem in veilige modus is opgestart? Met het programma IconRestorer (download: http://fsl.sytes.net/iconrestorer.html) kunnen de locaties van de pictogrammen worden opgeslagen (optie Bewaar huidige bureaublad indeling) en op elk gewenst moment weer worden teruggezet (optie Herstel laatst opgeslagen bureaublad indeling).

Bureaublad aanpassen
Via het onderdeel Persoonlijke instellingen van het configuratiescherm (tevens bereikbaar met een rechter muisklik op het bureaublad gevolgd door Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen), optie Bureaubladpictogrammen wijzigen (links in het taakvenster) kunnen standaard snelkoppelingen zoals de prullenbak worden toegevoegd of verwijderd. De achtergrondafbeelding van het bureaublad kan via de link Bureaubladachtergrond worden gewijzigd (met de knop Bladeren kan eventueel een plaatje uit een map met persoonlijke foto's worden geselecteerd). Wordt er meer dan één afbeelding geselecteerd, dan wordt automatisch de diashow geactiveerd (de positie van de afbeelding en het interval kunnen naar wens worden ingesteld). Jammer genoeg biedt deze functie geen ondersteuning voor meerdere beeldschermen, zodat op elk beeldscherm dezelfde foto wordt getoond.

AUTOMATISCH ROULEREN BUREAUBLADACHTERGROND

Saai, elke dag weer hetzelfde bureaublad? Met John's Background Switcher (download: www.johnsadventures.com/software/backgroundswitcher/) kan het bureaublad zo worden afgesteld dat de afbeelding op de achtergrond (met een vooraf in te stellen frequentie) automatisch rouleert. Deze tool biedt tevens ondersteuning voor meerdere beeldschermen! Zie de pagina over het automatisch wijzigen van de bureaubladachtergrond voor meer informatie over deze tool.

Flip 3D

Er kan op twee manieren door de openstaande vensters worden gebladerd: met de Windows-toets in combinatie met de TAB-toets voor een fraaie driedimensionale weergave (ook wel Flip 3D genoemd) en met de toetscombinatie ALT-TAB voor een eenvoudig overzicht. In beide gevallen kan met het herhaaldelijk indrukken van de TAB-toets en/of het scrollwiel van de muis door de openstaande programma's worden gebladerd. Er kan zo snel naar een ander programma worden overgestapt.

TIP: In Windows 7 wordt de snelkoppeling naar Flip 3D niet meer standaard aan de taakbalk vastgemaakt. Op de volgende manier kan deze alsnog worden toegevoegd: klik met rechts op het bureaublad, kies Nieuw, Snelkoppeling, geef C:\Windows\system32\rundll32.exe DwmApi #105 als locatie op en geef in het volgende scherm de naam Flip 3D op. De op het bureaublad geplaatste snelkoppeling kan van het Flip 3D-icoontje worden voorzien door met rechts op de aangemaakte snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Eigenschappen, knop Ander pictogram, geef de bestandsnaam %SystemRoot%\System32\imageres.dll op en klik driemaal op OK. Sleep de aangemaakte snelkoppeling tot slot naar de gewenste locatie op de taakbalk zodat deze snel toegankelijk is.

Gadgets

Net als in Windows Vista kan ook in Windows 7 het bureaublad naar wens met gadgets (zoals klokken in diverse smaken, een kalender, een miniatuur diavoorstelling van persoonlijke foto's, aandelenkoersen, RSS-feeds, actuele weerberichten e.d.) worden opgeleukt. Er wordt alleen geen gebruik meer gemaakt van de Sidebar, de gadgets kunnen dus vrij aan het bureaublad worden toegevoegd. Gadgets kunnen worden toegevoegd door met rechts op het bureaublad te klikken en te kiezen voor Gadgets, sleep de gewenste gadgets vervolgens naar het bureaublad. Met de optie Meer gadgets downloaden (rechtsonder) zijn nog veel meer handige gadgets beschikbaar.

LET OP: De gadgets kunnen voor een aanzienlijk trager systeem zorgen. Is de vertraging erg hinderlijk, dan is het verstandiger de gadgets standaard uit te schakelen: klik met rechtsop het bureaublad, kies Beeld, vink uit de optie Bureaubladadgets weergeven. Hiermee wordt het bijbehorende proces sidebar.exe afgesloten (om compatibiliteitsredenen is deze verwarrende naam overgenomen uit Windows Vista).

Thema's

Windows bevat een aantal thema's waarmee de vormgeving van de Windows-vensters in één handomdraai kan worden gewijzigd. Het ingestelde thema kan worden gewijzigd door met rechts op het bureaublad te klikken en te kiezen voor Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen (een wijziging wordt direct toegepast in het openstaande venster). Het aantal beschikbare thema's is echter vrij beperkt. Kijk voor alternatieve thema's eens in de (standaard verborgen) map C:\Windows\Globalization\MCT (hier staan nog een aantal landenthema's, met een dubbelklik op het bestand in de submap Theme wordt het betreffende thema direct geactiveerd), of volg de link Meer thema's van internet downloaden voor een nog breder aanbod aan thema's.

LET OP: Wordt er van thema gewijzigd dan is het goed mogelijk dat daarmee ook de bureaubladpictogrammen en muisaanwijzers wijzigen. Dit kan worden voorkomen door via het scherm Persoonlijke instellingen de opties Thema's toestaan bureaubladpictogrammen te wijzigen (bij de taak Bureaubladpictogrammen wijzigen) en Muisaanwijzers wijzigen als een ander thema wordt geselecteerd (bij de taak Muisaanwijzers wijzigen) te deactiveren.

Schermresolutie en beeldscherminstellingen

Het beeldscherm is het belangrijkste element bij de interactie met de computer, zorg er dus voor dat deze goed is afgesteld! Met een rechter muisklik op het bureaublad, optie Schermresolutie kan de resolutie worden gecontroleerd (deze moet bij voorkeur overeenkomen met de technische specificaties van de aangesloten monitor). Elk scherm heeft weer andere optimale instellingen: voor een 17 inch- of kleiner beeldscherm is een resolutie van 1024*768 pixels veelal prima geschikt, voor grotere schermen kom je al snel uit op 1280*1024 pixels (of zelfs 1600*1200 pixels), en voor breedbeeldschermen zijn de verhoudingen wéér anders...Platte schermen hebben één specifieke optimale resolutie, elke andere instelling geeft een slechtere beeldkwaliteit (dit wordt veroorzaakt doordat er bij een 'verkeerd' gekozen schermresolutie tussen de pixels moet worden geïnterpoleerd/geëxtrapoleerd). Raadpleeg daarom de technische specificaties in de meegeleverde handleiding voordat de resolutie wordt aangepast. Klik vervolgens op de link Geavanceerde instellingen en open het tabblad Beeldscherm om de verversingsfrequentie te verhogen naar minimaal 75 Hertz zodat het beeld rustiger wordt (let op: een te hoge verversingsfrequentie verkort de levensduur) en indien mogelijk de hoeveelheid kleuren te verhogen. Gelukkig kiest Windows 7 in de meeste gevallen automatisch de juiste resolutie en de maximale hoeveelheid kleuren zodat deze doorgaans niet meer handmatig aangepast hoeven te worden.

GEAVANCEERDE INSTELLINGEN GRAFISCHE KAART

Om echt het maximale uit het beeldscherm en grafische kaart te halen, kunnen de instellingen eens tot het maximaal haalbare worden aangepast. Het meest geschikte programma hiervoor is PowerStrip (download: www.entechtaiwan.com/util/ps.shtm). Met PowerStrip kunnen tal van instellingen van het beeldscherm en grafische kaart direct worden aangepast. Een waarschuwing bij dit programma is echter op zijn plaats, want bij onjuist gebruik bestaat de kans op permanente beschadiging als gevolg van oververhitting. Lees daarom zorgvuldig de documentatie en lees de tips. PowerStrip ondersteunt overigens bijna alle grafische kaarten. De tool GPU-Z (download: www.techpowerup.com/gpuz/) kan eventueel worden gebruikt om de technische gegevens van de grafische kaart te achterhalen.

Lettergrootte en cursor aanpassen
Zijn de letters vanwege de hoge resolutie nauwelijks meer te lezen, dan kan eventueel de lettergrootte worden aangepast. Dat kan via een rechter muisklik op het bureaublad, optie Schermresolutie, optie Tekst en andere items groter of kleiner maken, dit venster biedt echter alleen de mogelijkheid de tekst met 125 of 150% te vergroten. Dit percentage is zo groot dat delen van de tekst gemakkelijk buiten het scherm kunnen vallen. De lettergrootte kan beter handmatig via de link Aangepaste tekengrootte instellen (DPI) worden aangepast zodat ook een kleiner percentage kan worden gekozen (110 of 115% is vaak al een hele verbetering). Bij een hoge resolutie is de cursor (het verticale streepje) in de tekstverwerker vaak lastig terug te vinden. Deze wordt beter zichtbaar door het twee- of driemaal zo dik te maken via het configuratiescherm, onderdeel Toegankelijkheidscentrum, De computer beter leesbaar maken, De dikte van de knipperende aanwijzer instellen.

Tekst beter leesbaar maken
Door het toepassen van ClearType (het vloeiend weergeven van letterranden) wordt de tekst beter leesbaar. Met behulp van de ClearType-wizard kan de weergave naar wens worden aangepast (deze opent met een rechter muisklik op het bureaublad, selecteer Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen, taak Beeldscherm, optie ClearType-tekst aanpassen). Activeer (indien nodig) de optie ClearType inschakelen en vervolg de wizard met de knop Volgende. Door in elk van de volgende schermen de best leesbare tekst te selecteren, wordt deze automatisch optimaal ingesteld.

Vensters plaatsen met Aero Snap

Windows 7 is voorzien van de nieuwe functionaliteit Aero Snap. Met behulp van deze functie kunnen openstaande vensters snel op een vaste plek worden gepositioneerd waardoor de beschikbare schermruimte efficiënter kan worden gebruikt. Door een venster met de muis naar de rand van het scherm te verslepen (of middels de Windows-toets in combinatie met de pijltjestoetsen links of rechts) en weer los te laten, wordt de breedte en hoogte van het venster aangepast en automatisch op de linker of rechter helft van het scherm geplaatst. Vind u het niet prettig dat deze functie aan de muis is gekoppeld, dan kan deze eventueel worden uitgeschakeld via het configuratiescherm, onderdeel Toegankelijkheidscenturm, optie De muis eenvoudiger in het gebruik maken, activeer de optie Voorkomen dat vensters automatisch worden gerangschikt wanneer ze aan de rand van het scherm worden geplaatst. Voor een optimaal gebruik van het bureaublad kan ook nog de optie Vensters naast elkaar weergeven worden geactiveerd (beschikbaar na een rechter muisklik op de taakbalk) zodat de openstaande programma's schermvullend naast elkaar op het scherm worden geplaatst.

TIP: De Windows-toets in combinatie met de pijltjestoets omhoog en omlaag doet programma's maximaliseren en minimaliseren. Wordt tegelijkertijd de SHIFT-toets gebruikt dan wordt het venster naar boven en onder opgerekt dan wel kleiner gemaakt.

Werken met meerdere beeldschermen

Het is tegenwoordig populair de computer te voorzien van een groot scherm (19 inch of groter) of een tweede beeldscherm. Binnen Windows is het eenvoudiger om met twee beeldschermen te werken in plaats van met één hele grote. De reden is simpel: met twee schermen is het mogelijk een venster te maximaliseren naar het actieve scherm, de helft van het bureaublad (in plaats van naar het gehele bureaublad zoals dat bij één beeldscherm het geval is). Vensters kunnen gemakkelijk van het ene naar het andere scherm worden verschoven, mits ze niet gemaximaliseerd zijn. De positie van de beeldschermen ten opzichte van elkaar kan via het onderdeel Schermresolutie (beschikbaar door met rechts op het bureaublad te klikken) worden vastgelegd.

TIP: Wordt een projector op de laptop aangesloten dan kan met de toetscombinatie Windows-toets+P snel een scherm worden uitgeschakeld of gedupliceerd!

De taakbalk uitbreiden naar meerdere beeldschermen
Het is jammer dat Windows geen mogelijkheden bevat om ook de taakbalk over meerdere beeldschermen te spreiden. Het programma MultiMon taskbar (download: www.mediachance.com) biedt die mogelijkheid wel! Met deze tool wordt het geopende venster op de taakbalk van het beeldscherm getoond waarop deze actief is. Elk venster krijgt een extra knop waardoor het venster met een simpele klik naar het andere scherm verplaatst kan worden, ook wanneer deze is gemaximaliseerd. Optioneel kan de historie van het clipboard op een extra taakbalk worden getoond. Minpuntjes van de gratis versie zijn de achterhaalde vormgeving en de minder prettige integratie in Windows 7.

Bureaubladachtergrond stretchen over meerdere beeldschermen
Ook het gebruik van een aparte bureaubladachtergrond per beeldscherm wordt niet door Windows 7 ondersteund. Met behulp van fotobewerkingssoftware is het gelukkig redelijk eenvoudig een dergelijke dubbele (of zelfs driedubbele) bureaubladachtergrond zelf te maken. Zo'n achtergrond wordt gemaakt door de gewenste afbeeldingen in een nieuwe, brede afbeelding aan elkaar te plakken. De grootte van de te gebruiken afbeeldingen is gelijk aan de ingestelde resolutie van de beeldschermen. Bijvoorbeeld: voor twee beeldschermen met elk een resolutie van 1280*1024 pixels moet de totale bureaubladachtergrond 2560*1024 pixels groot worden. Pas de resolutie van de foto's aan (in dit voorbeeld moet elke afbeelding dus 1280*1024 groot zijn), plak ze vervolgens aan elkaar en sla het geheel op als een nieuwe afbeelding (die uiteindelijk weer 2560*1024 pixels groot is). Wijzig vervolgens op normale wijze de bureaubladachtergrond: klik daarvoor met rechts op het bureaublad en blader naar de nieuwe afbeelding via Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen, optie Bureaubladachtergrond en kies onderin bij Afbeeldingpositie voor de optie Naast elkaar.

Twee verschillende bureaublad achtergronden weergeven.

TIP: Helaas zijn er binnen Windows geen mogelijkheden om elke aangesloten monitor te voorzien van een eigen bureaubladachtergrond. Dit probleem kan worden opgelost met een tool als John's Background Switcher.

Visuele weergave

Beschikt de grafische kaart over voldoende capaciteiten, dan start Windows 7 automatisch op in de geavanceerde Aero Glass-interface. Deze kenmerkt zich door transparantie van de geopende vensters. Deze interface belast de processor van de grafische kaart (GPU) aanzienlijk waardoor de hardware-vereisten vrij hoog zijn. Is de Aero Glass-interface te zwaar voor de grafische kaart, dan wordt automatisch teruggevallen op een wat minder veeleisende weergave. Klik dan eventueel met rechts op het bureaublad, kies voor Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen en volg de link Problemen met transparantie en andere Aero-effecten oplossen om te achterhalen waarom de Aero-effecten zijn uitgeschakeld.

Visuele effecten minder veeleisend instellen
Treden er aanzienlijke vertragingen op bij het openen, minimaliseren, maximaliseren, verplaatsen en sluiten van vensters, dan wordt de grafische kaart waarschijnlijk te veel belast door de ingestelde visuele effecten. Het is dan beter deze effecten beter minder veeleisend in te stellen. Het uitschakelen van de transparantie (zie afbeelding) kan aanzienlijk schelen, met name wanneer er sprake is van een trage grafische kaart of wanneer de grafische berekeningen door de processor zelf worden uitgevoerd omdat een grafische kaart ontbreekt. De transparantie kan worden uitgeschakeld door met rechts te klikken op het bureaublad en te kiezen voor Aan persoonlijke voorkeur aanpassen, optie Vensterkleur, vink uit de optie Transparantie inschakelen. Via het venster Aan persoonlijke voorkeuren aanpassen kan eventueel ook worden teruggeschakeld naar het Windows 7 Basic kleurenschema (of zelfs naar de klassieke weergave of een weergave met maximaal contrast). Onderstaande afbeelding laat rechts een fragment van een venster in Aero Glass-interface zien en links een venster in Basic-interface.

Klassieke vormgeving vs Aero Glass-interface

Geavanceerde systeeminstellingen aanpassen
De geavanceerde systeeminstellingen bieden nog veel meer mogelijkheden voor het aanpassen van de visuele effecten. Ga hiervoor naar het onderdeel Systeem van het configuratiescherm, Geavanceerde systeeminstellingen (links in het taakvenster), tabblad Geavanceerd, knop Instellingen bij het onderdeel Prestaties. Door visuele effecten uit te schakelen, kunnen de systeemprestaties worden geoptimaliseerd. Optimale systeeminstellingen (met behoud van enkele visuele effecten) worden verkregen door alle opties uit te schakelen, met uitzondering van Bureaubladsamenstelling inschakelen, Doorzichtig glas inschakelen, Miniaturen in plaats van pictogrammen weergeven, Miniatuurvoorbeeldweergaven van de taakbalk opslaan, Vallende schaduw voor namen van pictogrammen op bureaublad gebruiken (oftewel de transparantie van de achtergrond van de pictogrammen op het bureaublad), Visuele stijlen op vensters en knoppen toepassen en Zachte randen rond schermlettertypen weergeven (de functie ClearType).

Geavanceerde systeeminstellingen: visuele prestaties verbeteren









Home   Windows XP   Windows Vista   Windows 7   Beveiliging   Software   Netwerk/internet   Herinstallatie   Systeembeheer   WWW