Tijdens de setup van Windows wordt getracht alle drivers voor de aangesloten hardware te installeren. Omdat veel randapparatuur toch afzonderlijk geïnstalleerd moet worden, is het verstandig de hardware even los te koppelen voor aanvang van de Windows setup-procedure. De door de installatie van hardware drivers veroorzaakte problemen zijn zodoende eenvoudiger te traceren. Sluit na afronding van de Windows-installatie de hardware stuk voor stuk weer aan en installeer de bijbehorende drivers.
Start de computer op vanaf de installatie-CD. Bij een upgrade-installatie wordt tijdens het installatieproces gevraagd de CD van de oude versie in de CD-drive te plaatsen voor de noodzakelijke rechtmatigheidscontrole (is er geen originele Windows 9x-CD voorhanden, dan zal deze geleend moeten worden).
Tijdens de installatie wordt gevraagd op welke partitie Windows XP geïnstalleerd moet worden (installeer nooit meer dan één besturingssysteem per partitie, want dat is vragen om problemen!). De C:-schijf is de beste locatie om het nieuwe besturingssysteem op te installeren. Wordt gedurende het installatieproces een andere schijfletter toegewezen, dan kan de setup beter worden afgebroken om vervolgens opnieuw te beginnen zodat Windows met zekerheid op de C:-partitie komt te staan.
Vervolgens moet het type bestandssysteem worden gekozen: er is keuze uit het oude vertrouwde FAT32 en het veiligere NTFS (NTFS is de voor de hand liggende keuze, zeker wanneer de PC niet meer met een oudere Windows-versie dan XP wordt uitgerust). Kies voor snel formatteren wanneer de setup vraagt of de schijf geformatteerd moet worden. Het opgeven van een gebruikersnaam en bijbehorend wachtwoord is facultatief (door deze velden blanco te laten, wordt buitensluiten voorkomen).
Wordt Windows XP geïnstalleerd op een partitie die al voorzien was van een Windows XP-installatie, dan zullen de oude gegevens in de map Documents and Settings met de optie snel formatteren slechts gedeeltelijk worden verwijderd. Hier kan een stokje voor worden gestoken door de beoogde systeempartitie tijdens de setup eerst te verwijderen (toets D) en daarna weer aan te maken. Houd daarbij de opties in de statusbalk onderin het scherm in de gaten.
LET OP: De gegevens zijn nu echt weg! Controleer nogmaals of de setup doorgaat met schijfletter C, anders kan de installatie beter worden afgebroken om even opnieuw te beginnen.
Tijdens de setup wordt gevraagd naar een gebruikersnaam met een bijbehorend wachtwoord (het wachtwoord is optioneel). Het is verstandig op dit moment slechts één gebruikersaccount aan te maken, en deze goed af te stellen. De overige gebruikers kunnen later altijd nog via het onderdeel Gebruikersaccounts van het configuratiescherm worden aangemaakt. Nadat een gebruikersaccount is opgestart, kan deze naar wens worden aangepast.
(Klik hier voor meer informatie over de Windows XP setup-procedure)
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW