Op deze pagina meer technische informatie over het maken van een systeemback-up (image) van de Windows-partitie en het gebruik van de gratis systeemback-updiskette.
Het maken en terugzetten van een systeemback-up (image) van Windows is op eigen risico! In principe zou alles goed moeten gaan wanneer de instructies netjes worden gevolgd. Maar let wel: elk systeem is nèt weer een beetje anders… Controleer nog een laatste keer of alle persoonlijke gegevens van de C:-partitie zijn verwijderd! Ook bij gebruik van EFS (Encrypted File System) bestaat het risico van gegevensverlies, na het terugzetten van een systeemback-up zijn de persoonlijke bestanden mogelijk niet meer toegankelijk. Stel dus eerst ook de EFS-sleutel veilig.
Het maken van een systeemback-up gaat met behulp van de opties 2, 3 en 4 in het opstartmenu. Partition Saving zou dan automatisch moeten starten en een back-up van de C:-partitie moeten maken. De back-upbestanden worden opgeslagen op de E:-partitie (eigenlijk de eerste zichtbare FAT32-partitie) en worden respectievelijk WINBU1.000, WINBU2.000 en WINBU3.000 genoemd. Deze bestanden hebben per stuk een maximale bestandsgrootte van 650 MB, wat gemakkelijk op een CD past. Is één bestand niet voldoende, dan worden er meerdere bestanden aangemaakt, genaamd WINBU1.001, WINBU1.002, etc. voor back-up 1 (let op: het laatst aangemaakte bestand is altijd kleiner dan de rest). Deze bestanden kunnen in de Windows Verkenner op de betreffende back-uppartitie worden teruggevonden, bedenk wel dat het verborgen systeembestanden zijn (zichtbaar te maken via de mapopties)! Zorg voor voldoende vrije ruimte op de back-uppartitie voor het aanmaken van nieuwe back-upbestanden.
TIP: Bij het aanmaken van de tweede en derde back-up verschijnt soms de foutmelding: missing bootsector. Deze foutmelding kan worden genegeerd.
Gebruik eerst Active@ Eraser voordat back-up 1 wordt gemaakt
De eerste back-up maakt een image van de gehele partitie (voor het geval dat...). De nog aanwezige data op de niet bezette sectoren (de lege
ruimtes) zijn echter onbelangrijk, en hoeven eigenlijk niet te worden meegenomen
bij het maken van de image. De omvang van de systeemback-up wordt er onnodig
groot van (en hoe groter de back-up, hoe meer tijd het kost om deze te maken en
terug te zetten). Voordat systeemback-up 1 wordt gemaakt, is het dus verstandig de niet
bezette sectoren te overschrijven
met nullen (zero's). Dit is mogelijk met het programma Active@ Eraser for
Windows (download:
www.active-eraser.com). Hierna gaat het maken en terugzetten van back-up 1
aanzienlijk sneller.
Is de C:-partitie de tweede primaire partitie omdat de eerste in beslag wordt genomen door een recovery-partitie, dan zullen de configuratiebestanden moeten worden aangepast. Zie de pagina over het verkleinen van de Windows-partitie in het geval dat er ook een recovery-partitie op het systeem is geïnstalleerd.
Het terugzetten van een systeemback-up (image) gaat volgens dezelfde procedure (kies optie 5, 6 of 7 in het menu). Het terugzetten van de back-up lukt alleen wanneer de aangemaakte back-upbestanden nog op de plek staan waar ze oorspronkelijk waren opgeslagen (anders moeten de configuratiebestanden worden aangepast).
De volgende drie configuratiebestanden moeten op de diskette aanwezig zijn: WINBU1.CFG, WINBU2.CFG en WINBU3.CFG. Deze bestanden zien er inhoudelijk als volgt uit:
disk=0
main_part=1
filesystem=no
automatic_naming=yes
verify_disk_write=yes
verify_file_write=no
mouse=no
lang=en
def_level=1
quit=nobadsector
file=C:\WINBU1.000
max_size=650
Deze configuratiebestanden kunnen met een simpele teksteditor zoals Kladblok naar wens worden aangepast. Sommige instellingen zijn belangrijk, daarom hier een overzicht van de gebruikte code:
LET OP: Een externe schijf, USB-stick of geheugenkaart met een FAT-indeling die tijdens het opstarten vanaf de back-updiskette/CD-ROM is aangesloten, krijgt meestal als eerste een schijfletter toebedeeld (de schijfletter van de back-uppartitie schuift dan op). Het is noodzakelijk dat het externe opslagmedium eerst wordt verwijderd, anders zal Partition Saving deze proberen te gebruiken als opslaglocatie in plaats van de daarvoor aangemaakte back-uppartitie.
De partitie met de Windows-installatie kan met Partition Saving gemakkelijk worden gekopieerd naar een andere partitie, waardoor een multiboot systeem ontstaat. De nieuwe Windows-installatie moet daar vervolgens wel van op de hoogte worden gebracht. Hoe deze wijzigingen moeten worden doorgevoerd, staat beschreven op de pagina over het maken van een multiboot systeem.
|
This page is also available in english: |
|
Home Windows XP Windows Vista Windows 7 Beveiliging Software Netwerk/internet Herinstallatie Systeembeheer WWW